ECLI:NL:RBMNE:2026:1067
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Willemse
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling beslagvrije voet en toepassing hardheidsclausule afgewezen
Eiseres had een betalingsregeling met het UWV vanwege een terugvordering van te veel betaalde WAO-uitkering. Na het niet kunnen nakomen van de regeling vroeg het UWV om inkomensgegevens, waarop zij twee besluiten nam over de beslagvrije voet en het termijnbedrag. Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat werd afgewezen, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot het geschil over de juiste vaststelling van de beslagvrije voet. Eerder vastgestelde schuld en verzoeken tot kwijtschelding vielen buiten de beoordeling. Eiseres stelde dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar hoge woonlasten en dat de beslagvrije voet daardoor te laag was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de beslagvrije voet juist had vastgesteld volgens de geldende regelgeving, waarbij een verhoging vanwege hoge woonlasten slechts voor maximaal 18 maanden is toegestaan en deze termijn was verstreken. Daarnaast wees de rechtbank het beroep op de hardheidsclausule af, omdat geen sprake was van een schrijnende situatie zoals een dreigende ontruiming of onbetaalbare zorgkosten.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding kreeg. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Willemse op 5 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de beslagvrije voet en het beroep op de hardheidsclausule zijn ongegrond verklaard.