Eiseres heeft op 24 september 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks ingebrekestelling op 29 oktober 2025. Eiseres stelde vervolgens op 18 november 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen alsnog binnen een nieuwe termijn van maximaal 60 weken na de wettelijke beslistermijn een besluit te nemen, met een uiterste datum van 19 november 2026. Bij overschrijding van deze termijn moet verweerder een dwangsom van € 50 per dag betalen, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 53. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok op 29 januari 2026.