ECLI:NL:RBMNE:2026:1044
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in civiele hoofdzaak wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft op 2 maart 2026 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de hoofdzaak behandelt, vanwege onduidelijkheden en onvolledige informatievoorziening voorafgaand aan de zitting. Verzoeker stelde dat de rechter op de zitting ongefundeerde beweringen van een derde partij overnam en niet onpartijdig was.
De rechter ontkende vooringenomenheid en gaf aan dat de informatieverstrekking niet vlekkeloos was verlopen, maar dat dit niet aan haar handelen te wijten was. Zij stelde dat verzoeker voldoende gelegenheid had gekregen om zich uit te laten over de bevindingen uit het dossier, waaronder een mogelijke belangenverstrengeling.
De wrakingskamer oordeelde dat hoewel de informatievoorziening administratief tekort was geschoten, dit niet objectief gerechtvaardigd is om de onpartijdigheid van de rechter in twijfel te trekken. De rechter handelde binnen haar taak door de schijn van belangenverstrengeling te bespreken en verzoeker te horen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd de procedure in de hoofdzaak voortgezet in de stand waarin deze zich bevond. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.