ECLI:NL:RBMNE:2026:1042

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
18 maart 2026
Zaaknummer
1605271924
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot zwaar lichamelijk letsel met mes

Op 13 februari 2024 werd verdachte beschuldigd van poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan het slachtoffer door met een mes te steken of snijden. De zaak werd behandeld door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 25 februari 2026.

De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat onvoldoende bewijs bestond voor de tenlastelegging en verzocht vrijspraak. De verdediging voerde aan dat de wederrechtelijkheid ontbrak en stelde subsidiair een beroep op noodweer of noodweerexces. De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte het slachtoffer daadwerkelijk heeft gestoken of gesneden met het mes, noch dat zij opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel of ander letsel.

De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank begrootte de proceskosten op nihil omdat niet vaststond dat verdachte kosten had gemaakt.

De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters, in aanwezigheid van de griffier, en is openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging tot zwaar lichamelijk letsel met een mes.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/052719-24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 25 februari 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] (Marokko),
adres [geboorteplaats] , [postcode] in [plaats] ,
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 25 februari 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de advocaat van de verdachte: mr. A.M.C.J. Baaijens (hierna: de advocaat);
  • de officier van justitie: mr. J. Graat;
  • de gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer] : mr. A. Jansse.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij, samengevat:
Primair:op 13 februari 2024 in Driebergen-Rijsenburg heeft geprobeerd om zwaar lichamelijk letsel toe te brengen aan [slachtoffer] door met een mes te steken/snijden in zijn borst;
Subsidiairis dit ten laste gelegd als mishandeling.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage 1 bij dit vonnis.

3.Vrijspraak

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de primaire en subsidiaire feiten van de beschuldiging. Het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte heeft gestoken en dat zij het vereiste opzet had.
3.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank primair om de verdachte integraal vrij te spreken van de beschuldiging, wegens het ontbreken van de wederrechtelijkheid van haar gedragingen.
Subsidiair verzoekt de advocaat de rechtbank om de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging, omdat haar een beroep op noodweer of noodweerexces toekomt.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is het met de officier van justitie en de verdediging eens dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de primaire en subsidiaire feiten van de beschuldiging heeft gepleegd. De rechtbank spreekt de verdachte hiervan vrij. Omdat de officier van justitie en de verdediging tot dezelfde conclusie zijn gekomen, kan de rechtbank volstaan met een korte uitleg.
Het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte op 13 februari 2024 de heer [slachtoffer] heeft gestoken of gesneden met een mes. De verdachte moet daarom worden vrijgesproken.
Weliswaar kan op basis van het dossier worden vastgesteld dat [slachtoffer] is geraakt door het mes dat de verdachte in haar hand hield, maar dat de verdachte met dat mes iets anders heeft gedaan dan het vasthouden en van haar arm optillen toen [slachtoffer] op haar af kwam, is niet gebleken.
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat evenmin is gebleken dat de verdachte met haar handelen opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel (de primaire beschuldiging) of van ander letsel of pijn (de subsidiaire beschuldiging). Van ‘vol opzet’ is geen sprake. Ook heeft de verdachte niet bewust de aanmerkelijke kans op zulk letsel of zulke pijn aanvaard. Ook van voorwaardelijke opzet is dus geen sprake. Ook om die reden moet de verdachte worden vrijgesproken van de beschuldiging.
Conclusie
De rechtbank zal de verdachte van de hele beschuldiging vrijspreken.
Voorlopige hechtenis
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

4.Vordering benadeelde partij

4.1
Vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 5277,- voor de feiten van de beschuldiging, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 277,- voor vergoeding van materiële schade en € 5000,- voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld).
4.2
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie verzoekt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, wegens de gevorderde vrijspraak.
4.3
Standpunt van de verdediging
De raadsman verzoekt de vordering van de benadeelde partij af te wijzen.
4.4
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank spreekt de verdachte vrij. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.

5.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten van de beschuldiging heeft gepleegd en spreekt haar daarvan vrij;
Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer]
  • verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.M. Lemmen, voorzitter, mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. S. Ourahma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. van Veenschoten als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.
De oudste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
Zij op 13 februari 2024 te Driebergen-Rijsenburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen, in elk geval eenmaal met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borstkas, althans het (boven)lichaam van voornoemde [slachtoffer] heeft gestoken/gesneden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
Zij op 13 februari 2024 te Driebergen-Rijsenburg [slachtoffer] heeft mishandeld door hem meermalen, in elk geval eenmaal met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borstkas, althans het (boven)lichaam van voornoemde [slachtoffer] te steken/snijden.