Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. A. Drogt;
- de advocaat van de verdachte: mr. W.S.W. van der Donk (hierna: de advocaat);
- de ouders van de benadeelde partij: de heer [A] en mevrouw [B] ;
- de advocaat van de benadeelde partij: mr. M. Rotgans.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] ,
telkens een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten (meermalen):
- het betasten van de heup en billen en vagina van die [slachtoffer] en
- het knijpen in de billen van die [slachtoffer] en
- het zoenen van die [slachtoffer] en
- een of meer van zijn, verdachtes, vingers in de vagina van die [slachtoffer] brengen/duwen en
- zijn, verdachtes, penis en tong in de vagina van die [slachtoffer] brengen/duwen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en maatregel
uittreksel Justitiële Documentatie(‘strafblad’) van 26 januari 2026. Hieruit volgt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke misdrijven.
reclasseringsadviesvan Reclassering Nederland van 27 februari 2026. Hierin is onder meer te lezen dat de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. Daarnaast heeft de verdachte geen vaste en structurele dagbesteding, heeft hij schulden en is hij bekend met verslavingsproblematiek. Met betrekking tot zijn psychosociaal functioneren is er bij de verdachte sprake van impulsiviteit en lijkt hij over onvoldoende probleemoplossende vaardigheden te beschikken.
6.Vordering benadeelde partij
- € 345,97 voor de aanschaf van beveiligingscamera’s en
- € 18.625,- aan toekomstige schade als gevolg van studievertraging.
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde aan materiële schade niet-ontvankelijk in haar vordering;
- veroordeelt de veroordeelde ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt de veroordeelde de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat
- over een bedrag van € 345,97,- vanaf 11 november 2024;
- over een bedrag van € 8.500,- vanaf 11 september 2024,
- bepaalt dat de veroordeelde van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] ,
(telkens) een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten (meermalen):
- het aanraken en/of betasten van de heup en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer] en/of
- het knijpen in de billen van die [slachtoffer] en/of
- het zoenen van die [slachtoffer] en/of
- een of meer van zijn, verdachtes, vingers in de vagina van die [slachtoffer] brengen/duwen en/of
- zijn, verdachtes, penis en/of tong in de vagina van die [slachtoffer] brengen/duwen;
met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] ,
(telkens) een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten (meermalen):
- het aanraken en/of betasten van de heup en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer] en/of
- het knijpen in de billen van die [slachtoffer] en/of
- het zoenen van die [slachtoffer] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, tong op de vagina van die [slachtoffer] .
proces-verbaal van verhoor getuigevan 11 december 2024 volgt dat [slachtoffer] (slachtoffer) onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal van verhoor getuigevan 16 januari 2025 volgt dat [getuige] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard: