ECLI:NL:RBMNE:2026:1027
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing Verklaring Omtrent het Gedrag niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een Verklaring Omtrent het Gedrag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is.
De kern van het oordeel is dat verzoeker het griffierecht van € 200,- niet tijdig heeft betaald, ondanks een aangetekende brief waarin hem een termijn werd gesteld. Er is geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is verklaard. Dit betekent dat de inhoudelijke beoordeling van het verzoek achterwege blijft.
De uitspraak is gedaan op 19 maart 2026 door de voorzieningenrechter M. Eversteijn en griffier M.M. van Luijk-salomons. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.