Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Overwegingen ten aanzien van belastingjaar 2023 (UTR 24/2799)
.Eiser bepleit een lagere waarde.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarden van zijn woning voor de belastingjaren 2023 en 2024, waarbij hij met name bezwaar maakt tegen de hoge stijgingspercentages en de waardering van de staat van onderhoud en het voorzieningenniveau.
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarden onderbouwd met taxatiematrices waarin de woning wordt vergeleken met meerdere referentiewoningen die qua type en ligging vergelijkbaar zijn en recentelijk zijn verkocht. De rechtbank oordeelt dat de taxatiematrices en de toelichting ter zitting voldoende inzicht geven in de waardebepaling en dat de verschillen tussen de woning en referentiewoningen adequaat zijn verwerkt.
De rechtbank wijst de bezwaren van eiser af, onder meer omdat de stijgingspercentages niet relevant zijn voor de waardebepaling, de staat van onderhoud correct is beoordeeld ondanks een printfout in het taxatieverslag, en het voorzieningenniveau passend is meegenomen. Ook het aangevoerde erfdienstbaarheidsrecht leidt niet tot een waardevermindering.
De beroepen worden ongegrond verklaard, waardoor de vastgestelde WOZ-waarden gehandhaafd blijven en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de vastgestelde WOZ-waarden voor 2023 en 2024.