ECLI:NL:RBMNE:2025:949

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 maart 2025
Publicatiedatum
7 maart 2025
Zaaknummer
UTR 25/731
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht zonder geldige reden

Eiser heeft op 26 januari 2025 beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest. De rechtbank heeft eiser op 5 februari 2025 aangetekend verzocht het griffierecht van €194 binnen twee weken te voldoen. Deze brief is op 7 februari 2025 door eiser ontvangen. Ondanks deze aanmaning heeft eiser het griffierecht niet betaald en geen geldige reden opgegeven voor het niet voldoen hiervan.

Volgens artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het betalen van griffierecht een vereiste voor de ontvankelijkheid van het beroep. Zonder betaling mag de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen. De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 6 maart 2025 en in het openbaar uitgesproken. Eiser is geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht zonder geldige reden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/731

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2025 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest, verweerder

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser dat eiser heeft ingediend op 26 januari 2025.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 194,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waaraan eiser niets kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 5 februari 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. In deze brief staat ook dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiser het griffierecht niet of niet op tijd betaald. Uit de Track & Trace van Post NL blijkt dat de brief op 7 februari 2025 is bezorgd, waarbij is getekend voor ontvangst.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daarvoor geen geldige reden gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Van een vergoeding van proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.W. van Eerden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2025.
de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.