ECLI:NL:RBMNE:2025:920

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 februari 2025
Publicatiedatum
5 maart 2025
Zaaknummer
589425 HA RK 25-35
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 2 UVRMArt. 6 UVRMArt. 20 UVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris wegens vermeende vooringenomenheid

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die de hoofdzaak behandelt, omdat deze de benoeming tot trustee door verzoeker niet had aanvaard. Verzoeker stelde dat hierdoor sprake zou zijn van vooringenomenheid en schending van artikelen uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en stelde vast dat een rechter onpartijdig wordt geacht totdat het tegendeel is bewezen. Er waren geen feiten of omstandigheden die een schijn van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor konden rechtvaardigen.

Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en werd de procedure in de hoofdzaak voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Er vond geen mondelinge behandeling plaats en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is kennelijk ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 589425 HA RK 25-35
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 28 februari 2025
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: verzoeker.

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft op 26 februari 2025 mr. S.H. Gaertman gewraakt. Mr. S.H. Gaertman (hierna: de rechter-commissaris) is de behandelend rechter-commissaris in de zaak met het zaaknummer C/l6/584102 / KG RK 24-686 (hierna: de hoofdzaak).
1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend om de volgende redenen.
De natuurlijke persoon [verzoeker] die als belanghebbende entiteit is opgeroepen in de hoofdzaak bestaat niet. De natuurlijk persoon is een juridische constructie die is overleden en daarna weer tot leven is gewekt. Verzoeker is degene die tot leven is gekomen, waarbij hij de rechter-commissaris heeft benoemd tot trustee. Doordat de rechter-commissaris deze benoeming tot trustee niet heeft aanvaard is de rechter-commissaris vooringenomen en schendt zij artikel 2, artikel 6 en Pro artikel 20 van Pro de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (hierna: UVRM) en de UVRM in het algemeen.

3.De beoordeling

3.1.
In artikel 36 Rv Pro staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
De wrakingskamer onderzoekt in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat zij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat zij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of hij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.
3.3.
De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond is. Dat de rechter-commissaris de benoeming tot trustee door verzoeker niet heeft aanvaard, geeft geen blijk van enige schijn van vooringenomenheid, of van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek bevat verder ook geen feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de rechter-commissaris partijdig zou zijn geweest.
3.4.
Op grond van deze kennelijke ongegrondheid hoeft er geen mondelinge behandeling plaats te vinden. [1]

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter-commissaris waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter-commissaris werkt en de president van deze rechtbank;
4.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer C/l6/584102 / KG RK 24-686 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek;
Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. D. Wachter en mr. I.L. Gerrits als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. N.S. Stekkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie 2.4.2. onder a van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.