De veroordeelde is bij onherroepelijk arrest veroordeeld tot 16 jaar gevangenisstraf, waarvan de voorlopige datum van voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) op 19 maart 2025 ligt. De officier van justitie verzocht om uitstel van de VI met maximaal 180 dagen om een passende forensisch psychiatrische klinische opname te realiseren.
Tijdens de zitting op 18 februari 2025 werden diverse deskundigen gehoord en rapportages besproken. Het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) constateerde een ernstige antisociale persoonlijkheidsstoornis met psychopathische trekken en een laag begaafd intelligentieniveau. Risicofactoren zoals impulsiviteit, middelengebruik en beperkte copingvaardigheden verhogen het recidiverisico, dat door PPC en reclassering als gemiddeld tot hoog wordt ingeschat. De beperkte openheid van de veroordeelde bemoeilijkt een volledige delictanalyse.
De reclassering adviseert intensieve behandeling en begeleiding gericht op probleemoplossend vermogen, verslaving en sociale aspecten. Een eerdere overgang naar beschermd wonen werd als te risicovol beoordeeld, waarna een indicatie voor een forensisch psychiatrische kliniek (FPK) werd afgegeven, maar opnameplek en datum ontbreken nog.
De verdediging betoogde dat het recidiverisico te hoog wordt ingeschat en dat het abrupt afbreken van het beschermde wonen-traject onzorgvuldig is. De rechtbank oordeelt echter dat het uitstel gerechtvaardigd is gezien het belang van veiligheid en de noodzaak van een gestructureerde klinische setting. De VI wordt daarom uitgesteld tot uiterlijk 15 september 2025.