Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] (België), eiseres,
Dienst Toeslagen, verweerder,
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
te ondertekenen
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 13 februari 2024 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS). Verweerder betwist dat op die datum een aanvraag is ingediend, omdat dit niet via een bezwaarschrift kan gebeuren. De rechtbank oordeelt dat de brief van 13 februari 2024 een voorlopig bezwaarschrift betreft en geen aanvraag zoals bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb.
Omdat geen aanvraag bij de CWS bekend is, voldoet het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. De rechtbank behandelt het beroep daarom niet inhoudelijk en verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb.
Er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler en griffier A.C. van de Biesebos op 18 december 2025 in Utrecht. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen aanvraag bij de Commissie Werkelijke Schade is ingediend.