Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Midden-Nederland
Op 4 december 2023 sloten partijen een aanneemovereenkomst voor de bouw van een houten bijgebouw, waarvoor gedaagden een bedrag van €216.048,00 verschuldigd waren. Gedaagden voldeden niet aan deze betalingsverplichting. Op 4 maart 2024 sloten partijen een leningsovereenkomst ter vervanging van de betalingsverplichting uit de aanneemovereenkomst.
De rechtbank oordeelt dat beide gedaagden gebonden zijn aan de leningsovereenkomst, ondanks dat slechts één gedaagde deze heeft ondertekend, omdat de andere gedaagde dit tijdens de mondelinge behandeling expliciet heeft erkend. De verweren van gedaagden, waaronder betalingsonmacht en vermeende schending van facturatievoorwaarden, worden verworpen omdat zij geen rechtsgevolg hebben en de leningsovereenkomst geen uitzonderingen bevat.
De rechtbank veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van het leningbedrag van €216.048,00. Daarnaast moet gedaagde sub 1 de contractuele rente van 5% over de looptijd van de lening betalen en vanaf het verstrijken van de looptijd de wettelijke rente. Gedaagde sub 2 wordt niet veroordeeld tot betaling van rente. Tevens worden gedaagden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €216.048,00, rente, incasso- en beslagkosten, en proceskosten.