Eiseres heeft op 28 oktober 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks ingebrekestelling op 30 april 2025. Eiseres stelde vervolgens op 22 mei 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Verweerder wordt opgedragen binnen een nader bepaalde termijn uiterlijk 22 december 2026 een besluit te nemen. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, moet een dwangsom van € 50,- worden betaald, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 53,-. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler op 17 december 2025.