ECLI:NL:RBMNE:2025:7584

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
UTR 25/4527
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij Dienst Toeslagen

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Dienst Toeslagen van 11 augustus 2025. De rechtbank heeft echter vastgesteld dat eiser het vereiste griffierecht van €53,- niet heeft betaald, ondanks meerdere aanmaningen per aangetekende brief op 5 september en 6 oktober 2025.

De rechtbank heeft eiser twee keer aangetekende brieven gestuurd waarin werd verzocht het griffierecht binnen vier weken te voldoen. Deze brieven zijn volgens de track and trace bezorgd en afgehaald, maar betaling bleef uit. Eiser heeft geen geldige reden opgegeven voor het niet betalen van het griffierecht.

Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht is het niet betalen van het griffierecht een reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank heeft daarom het beroep niet inhoudelijk behandeld en verklaart het niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.

De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler op 11 december 2025 te Utrecht. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken een verzetschrift in te dienen tegen deze beslissing.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4527

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser

en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van
11 augustus 2025.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 53,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 5 september 2025 en 6 oktober 2025 aangetekende brieven gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brieven zijn volgens de track and trace bezorgd (op 5 september) en afgehaald bij het PostNL-punt op 10 oktober 2025, waarbij voor ontvangst is getekend.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
De griffier is buiten staat
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.