ECLI:NL:RBMNE:2025:7542

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
16/094723-23
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 339 SrArt. 342 SrArt. 344 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende steunbewijs bij beschuldiging ontucht met dochter

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 12 december 2025 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontucht met zijn dochter in de periode 1991-2001. De officier van justitie eiste vijf jaar gevangenisstraf, gebaseerd op de verklaring van het slachtoffer en enkele getuigenverklaringen. De verdediging pleitte vrijspraak.

De rechtbank benadrukte dat in zedenzaken een veroordeling niet kan rusten op alleen de verklaring van het slachtoffer, ook niet als deze betrouwbaar wordt geacht. Er moet aanvullend steunbewijs zijn dat afkomstig is van een andere bron en relevant verband houdt met de beschuldiging. De verklaringen van getuigen konden geen steunbewijs vormen omdat zij geen directe waarnemingen van het misbruik hadden of onvoldoende relevant waren.

Een getuigenverklaring van een oppas over een enkele seksuele handeling bood ook geen voldoende steunbewijs voor de langdurige beschuldiging. De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om tot een bewezenverklaring te komen en sprak verdachte vrij. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding en de proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs naast de verklaring van het slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats: Utrecht
Parketnummer: 16/094732-23
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudig kamer van 12 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1948 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] in [plaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 28 november 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. F.E. Leeman;
  • de advocaten van de verdachte: mr. C. Nierop en mr. M.B. Mobach
(hierna: de verdediging);
  • de benadeelde partij: [slachtoffer ] ;
  • de advocaat van de benadeelde partij: mr. W. van Egmond.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
primair
in de periode van 9 november 1991 tot en met 8 september 2001 in Oud-Aa en/of Breukelen (meermalen) ontucht heeft gepleegd met zijn dochter [slachtoffer ]
(RB: voorheen [slachtoffer ]), geboren op [geboortedatum 2] 1991, dat (mede) bestond uit het seksueel binnendringen van [slachtoffer ] ;
subsidiair
in de periode van 9 september 1993 tot en met 8 september 2001 in Oud-Aa en/of Breukelen (meermalen) ontucht heeft gepleegd met zijn dochter [slachtoffer ] , geboren op [geboortedatum 2] 1991.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage bij dit vonnis.

3.Vrijspraak

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het primaire feit heeft gepleegd. Volgens de officier van justitie is de verklaring van aangeefster betrouwbaar en vindt deze steun in meerdere getuigenverklaringen.
De officier van justitie eist dat aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren wordt opgelegd.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte van de gehele beschuldiging moet worden vrijgesproken.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
Bewijs in zedenzaken
In een zedenzaak doet zich vaak de situatie voor dat alleen het slachtoffer en de verdachte aanwezig zijn geweest bij de ten laste gelegde handelingen en dat zij allebei iets anders verklaren over wat er is gebeurd. Uit het Wetboek van Strafrecht volgt dat iemand niet veroordeeld kan worden op basis van alléén de verklaring van één getuige (bijvoorbeeld het slachtoffer, een getuige of de verdachte zelf). Ook niet als de rechtbank deze verklaring betrouwbaar vindt. Deze bepaling staat in de wet om er voor te zorgen dat een deugdelijke bewijsbeslissing wordt genomen. Er moet ander bewijs (steunbewijs) in het dossier zitten. Of er sprake is van voldoende steunbewijs, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
Volgens de Hoge Raad moet deze bewijsminimumregel in zedenzaken niet zo uitgelegd worden dat vereist is dat de handelingen die op de beschuldiging staan als zodanig bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal, maar is het voldoende wanneer de verklaring van aangeefster op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen. Die andere bewijsmiddelen moeten afkomstig zijn van een andere bron dan de aangeefster. Het kunnen daarom geen bewijsmiddelen zijn die bestaan uit ‘de auditu’-verklaringen (‘van horen zeggen’). Bijvoorbeeld een getuige die verklaart dat hij de aangeefster iets heeft horen zeggen of dat de aangeefster iets aan de getuige heeft verteld. Een dergelijke ‘de auditu’- verklaring is onder omstandigheden wel aan te merken als onderbouwing voor de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster, maar het is geen steunbewijs zoals de wet bedoelt. Voor steunbewijs geldt ook, dat het op een voor de beschuldiging relevante wijze in verband moet staan met de verklaring van aangeefster. Van steunbewijs kan wel sprake zijn als de getuigenverklaring een zelfstandige, eigen waarneming inhoudt ten aanzien van de handelingen waar de verdachte van wordt beschuldigd of ten aanzien van de emotionele of fysieke toestand van de aangeefster op het moment dat het strafbare feit plaatsvindt, of (vlak) daarna.
Het bewijsminimum mag (dus) niet worden verward met een oordeel over de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster. Dat staat hier los van. Het oordeel over de betrouwbaarheid zegt alleen iets over het waarheidsgehalte van die verklaring zelf, terwijl er ook steunbewijs moet zijn om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
De verklaring van aangeefster
In augustus 2020 vond een informatief gesprek zeden plaats en in juni 2021 heeft de aangeefster aangifte gedaan van seksueel misbruik door de verdachte. De aangeefster verklaart dat het seksueel misbruik door de verdachte begon toen zij 2/3 jaar oud was en stopte toen zij ongeveer 10 jaar oud was. Aangeefster verklaart dat haar herinneringen aan het seksueel misbruik (spontaan) terugkwamen na haar twintigste.
[deskundige] , deskundige op het gebied van de betrouwbaarheid van verklaringen, heeft onderzoek gedaan naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster. Volgens de deskundige bevinden aangeefsters eerste herinneringen aan het seksueel misbruik zich op de grens van wat mogelijk is om te kunnen herinneren. De deskundige wijst verder erop dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen spontaan hervonden herinneringen en van (in therapie) geleidelijk hervonden herinneringen. De betrouwbaarheid van (in therapie) geleidelijk hervonden herinneringen staat in de wetenschappelijke literatuur meer ter discussie dan de betrouwbaarheid van de spontaan hervonden herinnering. Hoewel het volgens de deskundige in deze zaak kan gaan om spontaan hervonden herinneringen, had daarnaar meer onderzoek gedaan moeten worden (zoals door het horen van getuigen) om dat goed te kunnen beoordelen.
Bij het beoordelen van de betrouwbaarheid van de aangifte wordt gekeken of de aangifte (onder meer) concreet, gedetailleerd, authentiek en consistent is. In deze zaak gaat het om herinneringen van meer dan twintig jaar geleden, herinneringen die zich (deels) op de grens bevinden van wat mogelijk is om te herinneren én herinneringen waarvan niet zonder meer duidelijk is of die spontaan of geleidelijk zijn hervonden. Verschillende omstandigheden, zoals tijdsverloop, impact van gebeurtenissen, het spreken met anderen en de werking van het geheugen, kunnen maken dat verklaringen op bepaalde punten niet heel concreet, gedetailleerd of consistent zijn.
De rechtbank wil daarmee niet zeggen dat de verklaring van aangeefster door het voorgaande onbetrouwbaar is, maar wel dat zij daar behoedzaam mee om moet gaan. De rechtbank moet in zulke gevallen goed en kritisch afwegen of sprake is van voldoende overtuigend steunbewijs. Oftewel, er worden hogere eisen gesteld aan de bewijskracht van het steunbewijs om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
Onvoldoende steunbewijs
De rechtbank oordeelt dat de verklaring van aangeefster onvoldoende steun vindt in ander krachtig bewijsmateriaal en legt dat als volgt uit.
De verklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4]
De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] niet als steunbewijs kunnen dienen, omdat geen van deze getuigen het seksueel misbruik heeft gezien of iets anders heeft verklaard dat als steunbewijs voor het seksueel misbruik kan dienen. Dat meerdere getuigen verklaren dat de verdachte (half)naakt liep en porno keek in het bijzijn van kinderen, kan niet dienen als steunbewijs, omdat dit niet (op relevante wijze) in verband staat met de verklaring van aangeefster over het seksueel misbruik. Ook de getuigenverklaringen van [getuige 3] en [getuige 4] kunnen niet dienen als steunbewijs voor de verklaring van aangeefster. De getuigen beschrijven weliswaar een waargenomen emotie bij de aangeefster, maar deze staan in een te ver verwijderd verband tot de beschuldiging om als steunbewijs te dienen.
De verklaring van [getuige 5]
De vroegere oppas van aangeefster heeft in oktober 2025 een getuigenverklaring afgelegd. Zij verklaart dat verdachte in 1991 de enkele maanden oude aangeefster aan zijn piemel liet zuigen toen aangeefster heel hard aan het huilen was.
Hoewel de oppas een seksuele handeling beschrijft tussen de verdachte en de aangeefster, biedt deze verklaring geen steun aan de beschuldiging van jarenlang seksueel misbruik door de verdachte. De verklaring van de oppas betreft één enkel op zichzelf staand moment in de jarenlange periode dat de oppas vrijwel dagelijks heeft opgepast. Over andere handelingen, meer passend bij de verklaring van aangeefster (en daarmee de beschuldiging), verklaart zij niets. Het gaat bovendien om een moment dat meer dan 30 jaar geleden zou hebben plaatsgevonden, dat niet wordt beschreven in de aangifte of anderszins in het dossier voorkomt. Nu het gaat om beschrijving van één moment, omschreven door één getuige, en er geen verdere ondersteuning zit in het dossier voor deze verklaring, kan deze verklaring niet dienen als steunbewijs voor de verklaring van aangeefster.
De rechtbank heeft onder ogen gezien dat de verklaringen van de oppas en de aangeefster overeenkomsten vertonen, in die zin dat de oppas heeft verklaard dat zij (ook) seksueel misbruikt zou zijn door de verdachte. Hoewel dit uiteraard opvallend is, en de nodige vragen oproept, kan het niet dienen als steunbewijs voor de verklaring van aangeefster. De oppas verklaart daarmee immers niets over het seksueel misbruik dat de verdachte volgens aangeefster bij aangeefster zou hebben verricht.
Conclusie
Alles afwegende oordeelt de rechtbank dat de verklaring van aangeefster onvoldoende steun vindt in ander krachtig bewijsmateriaal. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde wegens het ontbreken van wettig bewijs.

4.Vordering benadeelde partij

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de beschuldiging. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij [slachtoffer ] niet-ontvankelijk is in de vordering.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart de beschuldiging niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer ]
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer ] niet-ontvankelijk in de vordering;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en de verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.R.H. Koekoek, voorzitter, mr. S.D. Groen en
mr. S.T. Könning, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.J. van Bergeijk, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.
Bijlage: De gewijzigde tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
primair
hij in of omstreeks de periode van 9 november 1991 tot en met 8 september 2001 te Oud-Aa, gemeente Breukelen en/of Breukelen, althans in Nederland, met zijn dochter, [slachtoffer ] , geboren op [geboortedatum 2] 1991, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer ] , hebbende verdachte (telkens):
- zijn geslachtsdeel door die [slachtoffer ] laten betasten en/of
- de anus en/of vagina en/of de schaamstreek van die [slachtoffer ] betast en/of
- een of meer vingers in de anus en/of vagina van die [slachtoffer ] geduwd/gebracht en/of
- een of meer voorwerpen in/op de vagina van die [slachtoffer ] geduwd/gebracht en/of bewogen en/of gedrukt en/of
- zijn geslachtsdeel tegen/in de mond van die [slachtoffer ] gehouden en/of
- zijn geslachtsdeel in de mond en/of vagina van die [slachtoffer ] geduwd / gebracht;
subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 9 september 1993 tot en met 8 september 2001 te Oud-Aa, gemeente Breukelen en/of Breukelen, althans in Nederland, met zijn dochter, [slachtoffer ] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, hebbende verdachte (telkens):
- zijn geslachtsdeel door die [slachtoffer ] laten betasten en/of
- de anus en/of vagina en/of de schaamstreek van die [slachtoffer ] betast en/of
- zijn geslachtsdeel tegen de mond van die [slachtoffer ] gehouden.