Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
- mr. T. Bogers,
1.De procedure
- de verzetdagvaarding van 3 december 2024 met producties 1 t/m 10, aan te merken als de conclusie van antwoord en van eis in reconventie,
- de conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie van 19 maart 2025 met producties 12 t/m 15,
- de conclusie van dupliek in conventie tevens houdende conclusie van repliek in reconventie van 25 juni 2025 met productie 11,
- de conclusie van dupliek in reconventie van 6 augustus 2025,
- de e-mail van [geopposeerde] van 15 december 2025 met pagina 16 van de jaarrekening 2015 van [geopposeerde] en pagina 20 van de jaarrekening 2016 van [geopposeerde] .
2.Waar gaat de zaak over?
- in conventie ontheffing van de veroordeling in het Verstekvonnis en betaling van de werkelijke proceskosten van € 17.507,49,
- in voorwaardelijke reconventie opheffing van de door [geopposeerde] ten laste van [opposant] gelegde executoriale beslagen en betaling van een bedrag van € 1.020,75 als gevolg van het door [geopposeerde] gelegde executoriale beslag onder Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (hierna: SPW) op de [opposant] toekomende pensioenuitkering over november 2024,
- in conventie en reconventie [geopposeerde] te veroordelen in de kosten van deze verzetprocedure en in de nakosten plus wettelijke rente.
Alle geschillen welke naar aanleiding van deze overeenkomst, dan wel van nadere overeenkomsten die hiervan het gevolg zijn, mochten ontstaan, zullen bij uitsluiting van iedere andere rechter in eerste instantie worden voorgelegd aan de ter zake van het geschil bevoegde rechter van de Nederlandse rechtbank in het arrondissement waarin Schuldeiser gevestigd is,(…).’
Op deze overeenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.’
4.De beoordeling
- een Geldleningsovereenkomst, gedateerd 18 december 2015, tussen [geopposeerde] en [bedrijf 1] B.V. die namens [geopposeerde] is ondertekend door [A] en namens [bedrijf 1] B.V. is ondertekend [opposant] ,
- waarin wordt gesproken over een geldlening in rekening-courant, en
- waarin wordt gesproken over drie “in orde van grootte” geldbedragen die in december 2015 en januari en februari 2016 door [geopposeerde] aan [bedrijf 1] B.V. zullen worden uitgeleend.
- heeft [opposant] na ondertekening van de Geldleningsovereenkomst een bankrekeningnummer doorgegeven op naam van [bedrijf 1] B.V. waarop de bedragen moesten worden overgemaakt,
- heeft [opposant] laten weten wanneer hij welk geldbedrag wilde lenen en zijn deze geldbedragen op de genoemde rekening op naam van [bedrijf 1] B.V. overgemaakt.
- Daarna is jarenlang rente betaald vanaf bankrekeningen op naam van [bedrijf 1] B.V. en zijn er aflossingen vanaf die bankrekeningen gedaan.
- Over deze aflossingen heeft [A] in 2020 nog contact gehad met [opposant] . [A] heeft hierover nooit contact met iemand anders gehad.
- In 2023 hielden de betalingen opeens op, en het contact met [opposant] ook.
- [geopposeerde] heeft pas voor het eerst in deze verzetprocedure vernomen dat er twee [bedrijf 1] B.V.’s zijn geweest en dat [opposant] stelt dat zij het geld zou hebben uitgeleend aan een andere [bedrijf 1] B.V. dan die waarmee ze de overeenkomst is aangegaan.
- had hij de Geldleningsovereenkomst afgesloten voor het geval dat hij zou doorgaan met de [onderneming] , maar wilde hij die onderneming eigenlijk verkopen, en dan zou hij de financiering niet nodig hebben, dus de geldlening was niet meer dan een soort back-up en het was maar de vraag of hij er iets mee zou doen.
- Na het afsluiten van de Geldleningsovereenkomst is er (toch) een koper gekomen voor de [onderneming] , kennelijk [bedrijf 3] .
- [opposant] kan daarover verder niets vertellen: hij weet niet wie er bij [bedrijf 3] betrokken is, hij kan geen namen noemen. Het feit dat [bedrijf 3] net als hij in Zuid-Afrika is gevestigd is volgens [opposant] puur toeval, de vestigingsadressen liggen ver uit elkaar. [opposant] heeft niets te maken met [bedrijf 3] .
- Bij de overname van de [onderneming] is door [bedrijf 3] een nieuwe vennootschap opgericht, die ook [bedrijf 1] B.V. moest heten omdat supermarkten moeilijk doen bij facturatie als er betaald moet worden aan een andere vennootschap; het is dan beter net te doen alsof het dezelfde is door een naamwissel. [opposant] heeft daarom de statutaire naam van zijn [bedrijf 1] B.V. veranderd en er is een nieuwe [bedrijf 1] B.V. opgericht door [bedrijf 3] op dezelfde dag.
- Het is niet gek dat dit kennelijk in extreem kort tijdsbestek heeft plaatsgevonden (drie dagen na de datum van de Geldleningsovereenkomst was er een koper voor de [onderneming] en had hij die niet meer nodig en zat [opposant] met deze koper bij de notaris om onder andere de statutaire naam van [bedrijf 1] B.V. te wijzigen), want [opposant] had de geldleningsovereenkomst al voor de datering daarvan (18 december) getekend.
- Volgens [opposant] heeft hij aan [A] doorgegeven dat hij de geldlening niet meer nodig had – wat [A] stellig betwist.
- Vervolgens denkt [opposant] dan dat [geopposeerde] geheel buiten hem om een soortgelijke geldleningsovereenkomst als de niet uitgevoerde geldleningsovereenkomst heeft gesloten met de nieuwe [bedrijf 1] B.V. en uit dien hoofde geld over heeft gemaakt op de bankrekening van de nieuwe [bedrijf 1] B.V. Hij staat hier helemaal buiten.
- Later weet hij er dan kennelijk toch weer van, want als hij jaren later in e-mails naar [A] rechtstreeks refereert naar de aflossingen, dan doet hij dat namens [bedrijf 3] om aan te geven wat er is afgelost, aldus [opposant] .
- Hij kan niet goed uitleggen waarom dat zinvol zou zijn, omdat [geopposeerde] de betalingen ontvangt en dus prima weet wat er is afgelost.
Tweede zekerheid is een persoonlijke borgstellingsakte van de heer [opposant] (middellijk aandeelhouder van de vennootschap) tot een maximumbedrag van € 75.000 (zegge: vijvenzeventigduizend euro).’
“een persoonlijke borgstellingsakte”leest als een apart op te stellen stuk, en uit de ondertekening blijkt niet met zoveel woorden dat [opposant] ook namens zichzelf in privé tekent.
De looptijd van de rekening-courant bedraagtin beginsel 1 jaar. Inlossing van het
€ 278,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)