AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toestaan oproeping in vrijwaring bestuurder auto in civiele zaak
In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een bedrag dat hij heeft voorgeschoten voor herstelkosten van een auto die hij van gedaagde had geleend. De schade werd veroorzaakt door de bestuurder van de auto, [A]. Eiser heeft het bedrag aan gedaagde betaald, waarna de verzekeraar van gedaagde de schade heeft gedekt. Eiser wil het voorgeschoten bedrag terugvorderen.
Gedaagde verzoekt in een incident om toestemming om [A] in vrijwaring op te roepen, omdat deze als bestuurder aansprakelijk is voor de schade op grond van artikel 6:162 BWPro (onrechtmatige daad). Eiser maakt geen bezwaar tegen deze vordering.
De kantonrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor het verzoek tot vrijwaring is voldaan en staat toe dat [A] in vrijwaring wordt gedagvaard. De proceskosten van het incident worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De zaak wordt op een later moment voortgezet.
Uitkomst: De kantonrechter staat toe dat de bestuurder in vrijwaring wordt opgeroepen en compenseert de proceskosten.
Uitspraak
RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11824703 \ MC EXPL 25-4382
Vonnis van 3 december 2025
in de zaak van
[partij 1],
te [woonplaats] ,
eisende partij, verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [partij 1] ,
gemachtigde: gerechtsdeurwaarder mr. O.J. Boeder,
tegen
[partij 2],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij, eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [partij 2] ,
gemachtigde: mr. M. Rosiek van DAS Rechtsbijstand.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 juli 2025 met producties 1 tot en met 8; - de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;
- de conclusie van antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis wordt uitgesproken.
2.Het geschil in het incident
2.1.
[partij 2] vordert in het incident haar toe te staan om [A] (hierna: [A] ) in vrijwaring op te roepen.
2.2.
[partij 1] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vordering in het incident.
3.De beoordeling in het incident
3.1.
In de hoofdzaak vordert [partij 1] veroordeling van [partij 2] tot betaling van
€ 3.074,39 te vermeerderen met rente en kosten. Hij legt daaraan – kort gezegd – het volgende ten grondslag. [partij 1] heeft de auto van [partij 2] geleend. [A] heeft de auto bestuurd en schade aan de auto veroorzaakt. [partij 1] heeft daarop € 3.074,39 aan [partij 2] betaald om de herstelkosten voor te schieten. Uiteindelijk is de schade door de verzekeraar van [partij 2] gedekt. [partij 1] wil daarom het voorgeschoten bedrag terug.
3.2.
Ter onderbouwing van de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring stelt [partij 2] – kort gezegd – dat [A] als bestuurder van de auto optrad en de schade heeft veroorzaakt, waarvoor zij op grond van artikel 6:162 vanPro het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is (onrechtmatige daad).
3.3.
[partij 1] heeft geen bezwaar tegen de vordering in het incident.
3.4.
[partij 2] heeft voldaan aan de voorwaarden waaronder een verzoek tot vrijwaring kan worden toegewezen. De kantonrechter zal [partij 2] daarom toestaan om [A] in vrijwaring op te roepen.
3.5.
De kosten van het vrijwaringsincident zullen worden gecompenseerd.
4.De beslissing
De kantonrechter
in het incident
4.1.
staat toe dat [A] door [partij 2] in vrijwaring wordt gedagvaard tegen de roldatum van woensdag 7 januari 2026om 11:00 uur ,teneinde op de vordering tot vrijwaring te antwoorden en voort te procederen;
4.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak
4.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 7 januari 2026om 11:00 uur voor conclusie van antwoord van [partij 2] ;
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.