Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift (met bijlagen) van de moeder, binnengekomen op 12 maart 2025;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken (met bijlagen) van de vader, binnenkomen op 20 augustus 2025;
- het bericht (met bijlage) van de vader van 21 augustus 2025;
- het verweer van de moeder op de zelfstandige verzoeken van de vader (met bijlagen), binnengekomen op 3 november 2025.
- de moeder met haar advocaat;
- de vader met zijn advocaat;
- [A] , een begeleider van de vader;
- [B] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
2.Waar de procedure over gaat
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats] .
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] ;
- een (opbouwende) omgangsregeling tussen de hem en de kinderen vast te stellen, waarbij de kinderen om de week een dag bij de vader verblijven of een regeling vast te stellen die de rechtbank (al dan niet na onderzoek en/ of advies van de Raad) in het belang van de kinderen acht;
- de ouders gezamenlijk te belasten met het gezag over [minderjarige 2] .
3.De beoordeling
- de vader sinds eind 2024 onbereikbaar was voor de moeder (en de hulpverlening). Dit heeft ertoe geleid dat de moeder in november 2024 een kortgedingprocedure is gestart om vervangende toestemming te krijgen voor de aanvraag van een identiteitsbewijs voor [minderjarige 1] en voor de inschrijving op een middelbare school. De vader heeft geen verweer gevoerd in deze procedure en was ook niet aanwezig tijdens de zitting. Zoals hierboven ook is aangegeven blijkt achteraf dat de vader niet bereikbaar was door een terugval in zijn verslavingsproblematiek. De vader stelt dat het nooit zijn bedoeling is geweest om gezagsbeslissingen te frustreren. Hij doet op dit moment zijn best om aan zichzelf te werken en wil zich inzetten om vanaf nu bereikbaar te blijven voor de moeder. Ondanks de positieve ontwikkelingen van de vader vindt de rechtbank het in het belang van [minderjarige 1] dat de moeder voortaan zelfstandig de belangrijke beslissingen over haar kan nemen. Zoals de Raad ook tijdens de zitting heeft gezegd is het alleen maar schadelijker voor [minderjarige 1] als zij erachter moet komen dat bepaalde gezagsbeslissingen niet direct genomen kunnen worden, omdat vader onbereikbaar is voor de moeder;
- de vader al een langere tijd niet betrokken is in het leven van [minderjarige 1] en daardoor onvoldoende kan beoordelen welke beslissingen er in haar belang zijn;
- het niet te verwachten is dat er op korte termijn al omgang zal gaan plaatsvinden tussen de vader en [minderjarige 1] . Zoals ook onder punt 3.4. staat beschreven, zal de vader eerst moeten aantonen dat zijn huidige situatie bestendig genoeg is. Daarna wordt er pas gekeken of en hoe er gewerkt kan worden aan contactherstel met [minderjarige 1] (en [minderjarige 2] );
- de Raad tijdens de zitting heeft adviseert om het gezag van de vader te beëindigen, omdat er op dit moment helemaal geen contact is tussen de vader en [minderjarige 1] . Het is daarom voor de vader lastig om beslissingen te nemen in het belang van [minderjarige 1] . Verder heeft de Raad ook gezegd dat de nadruk in deze situatie vooral moet liggen op contactherstel en niet op het gezamenlijk uitoefenen van het gezag.
4.De beslissing
negen maanden, in afwachting van de verdere ontwikkeling van de vader, met het verzoek aan de advocaten om tijdig voor die datum te laten weten:
- of meer uitstel nodig is en zo ja, voor hoe lang;
- of een nieuwe zitting nodig is;
- of de rechtbank een beslissing kan nemen zonder nieuwe zitting;