Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.Het kerkgenootschap PROTESTANTSE GEMEENTE TE RAVENSWAAIJ,
2.
De rechtspersoon naar kerkelijk recht KOSTERIJ DER HERVORMDE GEMEENTE VAN RAVENSWAAIJ,
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De achtergrond van de zaak
4.De beoordeling
de kosten van inbreng van de grond en bouwrijpmaken’worden begroot op ƒ 5.650,-. Daarnaast heeft zij een andere brief uit 1952 overgelegd waarin de Gemeente Buren nog eens bevestigt dat deze post is meegenomen in de bij raadsbesluit vastgestelde begroting voor de bouw van de Ds. Derksenschool. Hier is door de Kosterij c.s. onvoldoende tegen ingebracht. Volgens de Kosterij c.s. gaat het in die brieven om een fictief bedrag, en was deze post alleen bedoeld om een door de Kosterij c.s. aan de Gemeente Buren te betalen waarborgsom vast te stellen. Maar aangezien de post voor de inbreng van de grond een uitgave van de Gemeente Buren zelf betreft (en dus niet een ontvangst), gaat de rechtbank hier niet in mee. De Kosterij c.s. heeft verder ook geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij destijds een waarborgsom van ƒ 5.650,- aan de Gemeente Buren heeft betaald.
de rechten ten aanzien van gebouwen en terreinen’over moeten gaan naar die andere rechtspersoon. Aan deze bepaling heeft de Kosterij c.s. niet voldaan, omdat zij nog altijd eigenaar is van alle grond onder de school en het opstalrecht voor het schoolgebouw alleen van tijdelijke aard is. Omdat de Kosterij c.s. echter wel al het bevoegd gezag heeft overgedragen, is zij vanwege artikel 49 lid 2 WPO Pro verplicht om ook het schoolgebouw en de grond onder de Ds. Derksenschool over te dragen aan Stichting CPOB.