ECLI:NL:RBMNE:2025:7358

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
16/102677-21
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285b SrArt. 6:106 BWArt. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor belaging ex-partner met contact- en locatieverbod

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 17 december 2025 geoordeeld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging van zijn ex-partner in de periode van maart 2020 tot april 2021. De rechtbank acht bewezen dat verdachte stelselmatig en wederrechtelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster door haar frequent te bellen, berichten te sturen, haar fysiek op te zoeken en haar locatie te volgen.

De rechtbank baseert haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder telefoongesprekken, sms-berichten, getuigenverklaringen en locatiegegevens. Verdachte heeft ook contact gezocht met het sociale netwerk van aangeefster en zich voorgedaan als een ander om informatie over haar verblijfplaats te verkrijgen. Ondanks dat aangeefster ook contact met verdachte zocht, weegt dit niet op tegen de intensiteit en aard van het gedrag van verdachte.

De rechtbank legt verdachte een taakstraf van 150 uur op, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 3 jaar en een contact- en locatieverbod voor de duur van 3 jaar. Tevens wordt verdachte veroordeeld tot betaling van €2.000,- immateriële schadevergoeding aan aangeefster, vermeerderd met wettelijke rente. De maatregel is dadelijk uitvoerbaar en overtreding leidt tot vervangende hechtenis.

De rechtbank constateert een ernstige overschrijding van de redelijke termijn en weegt dit strafverminderend mee. Verdachte wordt vrijgesproken van het onderdeel van de tenlastelegging dat betrekking heeft op het controleren of afluisteren van telefoongesprekken van aangeefster. De USB-stick in beslag genomen wordt teruggegeven aan de rechthebbende.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, 150 uur taakstraf en 3 jaar contact- en locatieverbod wegens belaging ex-partner.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats: Lelystad
Parketnummer: 16/102677-21
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudig kamer van 17 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] te [plaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 3 december 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. J.P. Jansen;
  • de advocaat van de verdachte: mr. D. Moes, waarnemend voor mr. M. Kuipers;
  • de advocaat van de benadeelde partij [aangeefster] : mr. A.T. van Vulpen.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
in de periode van 1 maart 2020 tot en met 6 april 2021 te Almere [aangeefster] (hierna: aangeefster) heeft belaagd.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank om de verdachte integraal vrij te spreken van het feit.
De advocaat van de verdachte heeft aangevoerd dat er geen sprake is van belaging, maar van een frequente, wederzijdse, gelijkwaardige communicatie. In vele gevallen was het aangeefster die, uit eigen beweging, contact zocht met de verdachte en niet andersom. De meldingen die de verdachte daarover heeft gedaan bij de politie zijn niet geregistreerd. Een klacht die de verdachte hierover heeft ingediend is gegrond verklaard. Om die reden is er geen sprake van wederrechtelijkheid en is er dus ook geen inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat het feit is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen [1] die in bijlage II van dit vonnis staan.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
De rechtbank stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.
De rechtbank stelt op grond van de tot het bewijs gebruikte bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast.
Na het eindigen van de relatie in februari 2020 heeft de verdachte veelvuldig contact gezocht met aangeefster via verschillende kanalen en haar ook fysiek opgezocht. In de berichten van de verdachte aan aangeefster en de telefoongesprekken met aangeefster blijkt dat de verdachte regelmatig heeft gevraagd waar aangeefster is, vaak op indringende wijze, ook nadat aangeefster nadrukkelijk aangeeft dat zij geen contact met hem wenst. Ook blijkt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte aangeefster op haar werk heeft opgezocht en daar op indringende wijze heeft geprobeerd erachter te komen waar aangeefster zich bevond. Bovendien heeft de verdachte aangeefster meermalen opgezocht bij haar woning of de woning van haar ouders, de kinderopvang en bij de school van de kinderen. Via de locatiegegevens in het Googleaccount van aangeefster heeft de verdachte de locatie van aangeefster in de gaten gehouden. Ook heeft de verdachte de ex-partner van aangeefster benaderd over de dochter van aangeefster. Uit een telefoongesprek met de vader van de verdachte blijkt dat de verdachte als doel had om uit te zoeken waar aangeefster is geweest. Zo zegt de verdachte in dit gesprek onder meer dat aangeefster haar rekeningafschriften niet wil laten zien en dat hij buiten haar medeweten haar OV-jaarkaart wil bemachtigen om haar reishistorie te controleren. Ook zegt hij in dit gesprek letterlijk dat hij aangeefster wil ‘afbranden’. In een gesprek van later die dag zegt de verdachte dat aangeefster haar live locatie moet delen omdat hij niet gelooft dat zij bij haar ouders slaapt. Verder heeft de verdachte – waarbij hij zich voordeed als iemand anders – contact gezocht met een bed and breakfast waar aangeefster zou hebben verbleven, om te achterhalen of zij daar was geweest.
De rechtbank oordeelt dat uit al die feiten en omstandigheden een controlerende houding van de verdachte richting aangeefster blijkt. De aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer zijn zodanig geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest.
De rechtbank oordeelt dat deze inbreuk ook wederrechtelijk is geweest. De rechtbank heeft onder ogen gezien dat aangeefster in de periode van de beschuldiging ook veelvuldig (telefonisch) contact heeft gezocht met de verdachte. Hoewel aangeefster herhaaldelijk aan de verdachte kenbaar heeft gemaakt niet gediend te zijn van de toenaderingen van de verdachte, heeft zij op momenten ook het signaal afgegeven dat zij wel weer contact met hem wilde. De rechtbank begrijpt dat dit op momenten voor de verdachte wellicht verwarrend is geweest. De contactpogingen van aangeefster staan echter niet in verhouding tot de aard én intensiteit van het handelen van de verdachte en zijn hiervoor evenmin een rechtvaardiging. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen is het gedrag van de verdachte veel verder gegaan dan bellen en het sturen van berichten aan aangeefster zelf. De verdachte ondernam ook achter haar rug om acties om haar wegen na te gaan en informatie over haar te verzamelen, onder meer door contact te zoeken met mensen in haar directe en indirecte netwerk, om haar hier vervolgens mee te confronteren. Met het geheel van de gedragingen die de rechtbank bewezen acht, heeft de verdachte de grens van wederrechtelijkheid overschreden.
De rechtbank acht daarmee bewezen dat de verdachte de aangeefster heeft belaagd. De rechtbank zal de verdachte voor het laatste onderdeel van de beschuldiging vrijspreken nu op basis van het strafdossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte (telefoon)gesprekken van aangeefster heeft gecontroleerd of afgeluisterd.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
in de periode van 1 maart 2020 tot en met 6 april 2021 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster] , door
- die [aangeefster] meermalen en veelvuldig op te bellen en te videobellen, en
- die [aangeefster] meermalen en veelvuldig te sms'en en berichten te sturen via apps, en
- zich meermalen op te houden bij en langs te gaan bij de woning en het werk en de school van de kinderen en de kinderopvang van de kinderen van die [aangeefster] en vervolgens contact met haar te zoeken, en
- meermalen contact te zoeken met het sociale netwerk van die [aangeefster] en zodoende proberen in contact te komen met die [aangeefster] , en
- de locatie en de contacten en de ontwikkelingen in het leven van die [aangeefster] meermalen en veelvuldig in de gaten te houden en te controleren en (vervolgens) haar met voornoemde omstandigheden (telkens) meermalen en veelvuldig te confronteren, en met het oogmerk die [aangeefster] , te dwingen iets te dulden.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1
KwalificatieHet bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
belaging
4.2
Strafbaarheid feit en verdachteHet feit en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf en maatregel

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van twee maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren;
- een taakstraf van 185 uur, met aftrek van het voorarrest, te vervangen door 93 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;
De officier van justitie eist dat aan de verdachte wordt opgelegd:
- een contact- en locatieverbod als vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van drie jaren, te vervangen door één week hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, met een maximum van zes maanden;
De officier van justitie eist dat deze maatregel direct na de uitspraak ingaat.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte voert aan dat de redelijke termijn is overschreden en de verdachte daardoor is benadeeld. Niet onderbouwd is de stelling van de officier van justitie dat de verdachte ongeoorloofd contact heeft gezocht met aangeefster ten tijde van het contactverbod, anders dan over zaken die de kinderen betreffen. De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank met deze omstandigheden rekening te houden bij oplegging van een straf.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf en maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-partner door vaak – meerdere malen per dag – indringende berichten naar aangeefster te sturen en haar heel vaak te bellen. De verdachte heeft de locatie van aangeefster getrackt om te weten waar zij was. Ook heeft de verdachte geprobeerd aangeefster op de school waar zij werkzaam was op te zoeken en heeft hij contact opgenomen met een bed & breakfast waar aangeefster zou hebben verbleven om te achterhalen of zij daar was geweest. Dit terwijl de relatie op dat moment al was beëindigd en zij had laten blijken dat zij geen contact met de verdachte wenste. Hij heeft zich hierbij voorgedaan als iemand anders. Dit duidt op een grote mate van controledrang. De verdachte heeft hiermee grove inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster.
Belaging is een zeer hinderlijk en angstaanjagend feit en heeft een grote impact op slachtoffers. Zij voelen zich hierdoor ernstig beperkt in hun bewegingsvrijheid en worden stelselmatig geconfronteerd met ongewenst contact. In dit geval zijn de kinderen van aangeefster en de verdachte ook betrokken geraakt in de conflicten en heeft de verdachte hen zelfs ingezet om contact met aangeefster te krijgen. Dat vindt de rechtbank kwalijk. Uit de op de zitting voorgedragen slachtofferverklaring blijkt dat aangeefster zeer angstig is geweest door het handelen van de verdachte en is er – mede hierdoor – een posttraumatische stressstoornis (hierna: PTSS) bij haar vastgesteld.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 9 mei 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.
De verdachte is onderzocht door een GZ-psycholoog die op basis van dat onderzoek een rapport heeft opgesteld. Uit het rapport van 11 augustus 2021 blijkt dat er geen sprake is van een psychische stoornis. Om die reden wordt geadviseerd het feit waarvan de verdachte wordt beschuldigd volledig aan hem toe te rekenen.
Tactus Reclassering Flevoland heeft over de verdachte gerapporteerd in het reclasseringsrapport van 18 augustus 2021. Hieruit blijkt dat de verdachte het bij de schorsing van de voorlopige hechtenis opgelegde contact- en locatieverbod niet heeft overtreden en dat het risico op recidive laag is. Wel ziet de reclassering de relatie tussen de verdachte en zijn ex-partner als risicofactor.
De verdachte heeft tijdens de zitting aangegeven dat hij is uitgevallen op zijn werk en sinds september 2025 is begonnen met re-integreren. De verdachte heeft sinds de beschuldiging geen direct contact met zijn kinderen. Wel wordt hij maandelijks op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van zijn kinderen via e-mail, waarop hij dan reageert.
Redelijke termijn
De rechtbank overweegt dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De eerste daad van vervolging is van 13 april 2021 (de datum van aanhouding) en de uitspraak in deze zaak vindt pas plaats op 17 december 2025, dus ruim vier en een half jaar later. De rechtbank constateert dat hierdoor sprake is van een ernstige schending van de redelijke termijn. Deze overschrijding is niet te wijten aan de verdachte. De rechtbank weegt de overschrijding van de redelijke termijn in strafmatigende zin mee.
Strafoplegging
De rechtbank heeft gelet op de straffen die door rechtbanken in soortgelijke zaken worden opgelegd.
De rechtbank weegt bij het bepalen van de straf in strafverminderende zin mee dat aangeefster ook veelvuldig contact met de verdachte heeft gezocht en hierdoor op sommige momenten verwarring bij de verdachte kon ontstaan over het al dan niet wenselijk zijn van het contact. De meldingen van de verdachte zijn niet door de politie opgenomen. Deze constatering maakt niet dat de rechtbank aangeefster iets verwijt, maar wel dat de rechtbank het telefonisch contact ((video)bellen en de berichten) dat door de verdachte is gelegd minder zwaar weegt, omdat deze vorm van het contact in zekere mate wederkerig is geweest. Dat gezegd hebbende, legt de rechtbank het zwaartepunt van het handelen van de verdachte bij het contacteren van het directe en indirecte netwerk van aangeefster en het fysiek langsgaan bij haar woning en werk, de school van de kinderen en het kinderdagverblijf.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een taakstraf voor de duur van 150 uren op met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast legt de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 3 jaren.
Oplegging van maatregel (38v Sr)
De rechtbank zal voor het voorkomen van strafbare feiten bevelen dat verdachte:
  • zich niet ophoudt in het postcodegebied [postcode] ( [plaats] );
  • zich onthoudt van elk – direct of indirect – contact met [aangeefster] , aangeefster.
De rechtbank bepaalt dat het locatieverbod niet geldt voor de rechtbank [plaats] indien de verdachte daar aanwezig moet zijn ten behoeve van eventueel te voeren (familierechtelijke) procedures.
Als uitzondering op het contactverbod geldt het noodzakelijke contact in het kader van de omgangsregeling met de kinderen. Dergelijk contact verloopt dan via Veilig Thuis of een soortgelijke instantie. Bovendien geldt het contactverbod niet voor de reactie op de mailing die de verdachte maandelijks ontvangt van [aangeefster] over de kinderen, zolang deze reactie uitsluitend betrekking heeft op de kinderen.
De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van drie jaren. Voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan, zal vervangende hechtenis voor een hierna te bepalen duur worden opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zich belastend zal gedragen richting [aangeefster] nu uit het reclasseringsrapport blijkt dat de relatie een risicofactor blijft. Bovendien blijven de verdachte en zijn ex-partner met elkaar te maken krijgen, nu zij samen kinderen hebben. Daarom zal zij bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
De voorlopige hechtenis
De rechtbank heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

6.In beslag genomen voorwerpen

6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de USB-stick kan worden teruggegeven aan de rechthebbende.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte heeft aangegeven dat de USB-stick wat de verdediging betreft kan worden teruggegeven aan de rechthebbende.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal teruggave gelasten van het in beslag genomen voorwerp, te weten de USB-stick (goednummer: g2807306), aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende van dit voorwerp kan worden aangemerkt.

7.Vordering benadeelde partij

7.1.
Vordering van de benadeelde partij
[aangeefster] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 2.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit vergoeding van immateriële schade (smartengeld). Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte heeft in de eerste plaats verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering vanwege de bepleite vrijspraak.
Daarnaast heeft de advocaat van de verdachte verzocht, in het geval de verdachte wordt veroordeeld, het gevorderde bedrag te matigen omdat er wederzijds contact heeft plaatsgevonden en de belagingsperiode niet te bewijzen is.
7.4.
Oordeel van de rechtbank
Immateriële schade
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW Pro mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
Gelet op de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, is de rechtbank van oordeel dat zij door het strafbare feit op andere wijze in haar persoon is aangetast. De benadeelde partij heeft voldoende concrete gegevens overgelegd waaruit de ernst van de gevolgen blijkt, namelijk een brief van de klinisch psycholoog waaruit de diagnose van PTSS blijkt. Gelet op de bedragen die in de Rotterdamse schaal voor belaging worden genoemd (in categorie ‘ernstig’ tussen de € 2.000,- en € 5.000,-), is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding van € 2.000,- billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe.
Veroordeling in de kosten
De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van
€ 2.000,- aan de Staat moet betalen.
Wettelijke rente
De rechtbank acht het redelijk om het toegekende bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2025 (datum indienen vordering) tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.
Gijzeling
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 30 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

9.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen en maatregel zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 38v, 38w en 285b van het Wetboek van Strafrecht,
zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf en maatregel
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstraf van 2 (twee) maanden;
- bepaalt dat de gevangenisstraf
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een
proeftijd van 3 (drie) jarenvast;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte tot
een taakstraf van 150 (honderdvijftig) uren;
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;
  • legt aan verdachte op de
  • beveelt dat verdachte
 zich niet ophoudt in het postcodegebied [postcode] ( [plaats] ),
met
uitzonderingvan de aanwezigheid in de rechtbank [plaats] ten behoeve van eventueel te voeren (familierechtelijke) procedures;
 zich onthoudt van – direct of indirect – contact met [aangeefster] , geboren op [geboortedatum] 1984, slachtoffer,
Als
uitzonderingenop dit contactverbod gelden:
* het toegestane contact in het kader van de omgangsregeling met de kinderen. Dergelijk contact verloopt via Veilig Thuis of een soortgelijke instantie;
* de reactie van de verdachte op de mailing die de verdachte maandelijks van [aangeefster] ontvangt over de kinderen, zolang deze reactie uitsluitend betrekking heeft op de kinderen;
  • beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste 1 (een) week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 (zes) maanden in totaal;
  • beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel
beslag
- gelast de teruggave aan de rechthebbende van het volgende voorwerp:
1 STK USB-stick (goednummer: G2807306);
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangeefster]
- wijst de vordering van [aangeefster] geheel toe tot een bedrag van € 2.000,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [aangeefster] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster] aan de Staat
€ 2.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 30 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. van Woudenberg, voorzitter, mr. A.J. Reitsma en mr. J.A. Koorevaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Kasper-Kerkdijk, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.
De voorzitter en de oudste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 6 april 2021 te Almere, althans in Nederland,
wederrechtelijk
stelselmatig
opzettelijk
inbreuk heeft gemaakt
op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster] , door
- die [aangeefster] meermalen en/of veelvuldig op te bellen en/of te videobellen, en/of
- die [aangeefster] meermalen en/of veelvuldig te SMS'en en/of berichten te sturen via sociale media en/of andere apps, en/of
- zich meermalen op te houden bij en/of langs te gaan bij de woning en/of het werk en/of de school (van de kinderen) en/of de kinderopvang (van de kinderen) van die [aangeefster] en/of (vervolgens) contact met haar te zoeken, en/of
- meermalen contact te zoeken met het sociale netwerk van die [aangeefster] en/of zodoende proberen in contact te komen met die [aangeefster] , en/of
- de locatie en/of de contacten en/of de ontwikkelingen in het leven van die [aangeefster] emeermalen en/of veelvuldig in de gaten te houden en/of te controleren en/of (vervolgens) haar met voornoemde omstandigheden (telkens) meermalen en/of veelvuldig te confronteren, en/of
- de (telefoon)gesprekken van die [aangeefster] te controleren en/of af te luisteren en/of (vervolgens) haar met de inhoud van die (telefoon)gesprekken te confronteren, en/of
met het oogmerk die [aangeefster] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
De verdachteheeft bij de politie onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Ik weet dat [aangeefster] en ik uit elkaar zijn gegaan in februari 2020. [2] Het kan zijn dat ik contact met haar zocht daarna. Het is een domme actie geweest dat ik naar haar werk ben gegaan. Via de geschiedenis van Google in de tablet [3] zag ik dat [aangeefster] ’s account in [plaats] is geweest, terwijl zij tegen mij zei dat ze in [plaats] was. Ik wilde haar confronteren. [4]
Aangeefster [aangeefster]heeft in haar aangifte op 6 april 2021 onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Het heeft nog tot januari 2020 geduurd voordat ik van [verdachte] af was. [5] Toen was de relatie echt over. [6] [verdachte] is naar mijn werk gegaan bij het ROC en heeft hier stennis lopen schoppen. Na de relatie is het stalken eigenlijk nog veel erger geworden. Hij weet zelfs nu nog steeds waar ik ben en waar ik kom. [verdachte] hangt constant om mijn huis heen, bij de opvang en bij school. Hij rijdt daar rond met zijn [dienstauto] . Op dit moment belt hij mij 15 tot 20 keer op. [7] Ik pak heel vaak niet op maar soms moet ik wel want ik weet dat hij anders voor de deur staat. Vorige week moest ik naar de dokter. Ik stond voor de deur met een man aan het praten. Ik zag hem voorbij komen rennen. Nog geen twee seconden later belde hij en vroeg waarom ik met een man aan het praten was. De app heb ik geblokkeerd omdat hij elke keer wilde videobellen. Dan kan hij zien dat ik thuis ben. Via SMS kan het heel verschillend zijn. Soms 1 of 2 per dag en soms 20.
In een proces-verbaal van ontvangst klacht door hulpofficier van justitieis onder meer – zakelijk weergeven – het volgende gerelateerd:
Op 6 april 2021 werd de klacht gedaan door [aangeefster] . [8] De klaagster verwees naar haar verklaring in de aangifte en verzocht uitdrukkelijk om vervolging van de mogelijke dader(s) over te gaan.
In een proces-verbaal van bevindingen betreffende onderzoek naar bestanden op de Sony Ericsson G8341 Xperiais onder meer – zakelijk weergeven – het volgende door verbalisant [verbalisant] gerelateerd:
# [telefoonnummer] , # [telefoonnummer] , # [telefoonnummer] , # [telefoonnummer] , # [telefoonnummer] telefoongesprekken op 4 maart 2020 [9] Telefoongesprekken hebben op dezelfde dag plaatsgevonden. Bij deze gesprekken is [verdachte] degene die belt naar [aangeefster] . [aangeefster] geeft aan dat [verdachte] op moet houden met bellen. [verdachte] blijft maar zeggen dat hij aan kan tonen dat [aangeefster] vreemd was gegaan. [aangeefster] ontkent dit en geeft aan dat zij met rust gelaten wil worden. Telefoongesprekken worden steeds beëindigd waarna [verdachte] weer naar [aangeefster] belt.
Gesprek tussen [verdachte] en zijn vader op 4 maart 2020:
- [verdachte] zegt tegen zijn vader dat [aangeefster] volgens Google bij een bed&breakfast was geweest, blijkbaar met die ander. [10] [verdachte] zegt dat dit dan betaald moet zijn en dit te zien zou zijn op haar rekeningafschrift. [verdachte] zegt dat [aangeefster] hem de
rekeningafschrift van die dagen niet wil laten zien.
- [verdachte] zegt dat als [aangeefster] met de trein is geweest dit hoogst waarschijnlijk via de OV jaarkaart te zien is.
- [verdachte] zegt dat [aangeefster] hem haar OV-chipkaart niet wilde geven om dit te controleren,
- letterlijk zegt [verdachte] : "ik ga haar keihard tegenwerken en contact opnemen met die vader van [A] en ik ga haar helemaal tot de grond afbranden".
- wat ik nog wel ga doen, ik ga straks bellen naar die bed&breakfast, even namens hun, en dan zeggen dat ik niet meer weet in welk bed&breakfast ik was geweest en dat ik iets vergeten was daar' en 'maar eerst moet ik weten waar ik geweest ben, niet ik, maar die jongen en [aangeefster] en dat telefoongesprek wordt opgenomen
- zij heeft een ov-jaarkaart op naam en dan kan je de historie terug bekijken, dus ik moet die ov-jaarkaart zien te bemachtigen
- je moet gewoon je gegevens ophalen, [aangeefster] heeft dat nog nooit gedaan, zij weet niet hoe dat werkt, dus ik jat die kaart van haar, zij gaat straks naar school natuurlijk om die kinderen weg te brengen en dan ga ik het huis in om die spullen te zoeken
-ik ga natuurlijk niet faciliteren dat zij weg kan gaan, de kindjes blijven bij haar die dagen, en op het moment dat ze geen afspraken heeft dan niet, ik ga zorgen dat zij niet weg kan.
# [telefoonnummer] telefoongesprek 4 maart 2020
[verdachte] belt gelijk na het gesprek met zijn vader naar [aangeefster] . [verdachte] wil dat [aangeefster] open is en bewijst dat er "niets" is. [aangeefster] geeft aan dat zij niets te verbergen heeft en het niet normaal is dat [verdachte] daar bewijs voor wil. Gesprek waarin [aangeefster] zegt dat [verdachte] onbevoegd in haar gegevens heeft gezeten. [11] Ook zegt [aangeefster] dat zij regelmatig melding had gekregen doordat iemand in probeerde te loggen en zij dat niet was geweest. [verdachte] zegt hierop dat het een gezamenlijke mail is en dat zij dat gezamenlijk gebruikten. [aangeefster] zegt hierop dat HAAR Gmail niet gezamenlijk is. [verdachte] geeft aan dat hij op de kinderen aan het passen was en opeens haar contacten zag op de tablet.
# [telefoonnummer] telefoongesprek 4 maart 2020
[verdachte] belt [aangeefster] op. [aangeefster] zegt dat hij haar met rust moet laten. [verdachte] vraagt [aangeefster] de waarheid te vertellen en zegt bewijs te zoeken.
# [telefoonnummer] telefoongesprek 4 maart 2020 [12] [verdachte] belt naar bed&breakfast [naam] in [plaats] . [verdachte] belt onder de naam ' [naam] en [aangeefster] '. [verdachte] zegt dat zij daar laatst hadden geslapen, een beetje gedronken hadden en niet meer wisten waar zij geslapen hadden. [verdachte] zegt dat zij wat kwijt zijn. De mevrouw aan de telefoon zegt dat zij bij haar niet geslapen hadden omdat zij vorige week dicht was. [verdachte] zegt dat hij een paspoort kwijt is. Daarna belt [verdachte] in telefoongesprek # [telefoonnummer] naar iemand. Vlak voordat deze persoon opneemt hoorde ik [verdachte] zeggen dat [aangeefster] mogelijk nog twee deuren verderop had kunnen zijn geweest, in een woonhuis. [verdachte] vraagt aan de persoon welke hij aan de telefoon heeft of het mogelijk is dat Google dan op de locatie van het bed&breakfast uitstraalt.
# [telefoonnummer] telefoongesprek 4 maart 2020
[verdachte] belt wederom naar bed & breakfast [naam] . [verdachte] legt uit dat hij nog een vraag heeft en legt uit vermoedens te hebben dat zijn vriendin vreemd is gegaan en daar in de buurt is geweest. [verdachte] vraagt vervolgens of Bed en Bed camera's aan de gevel heeft hangen.
# [telefoonnummer] telefoongesprek 4 maart 2020 [13] [verdachte] belt met ene [B] en zegt hem de actuele status te geven. [verdachte] verteld wat hij onderzocht had met betrekking tot [aangeefster] . Gaandeweg in het gesprek vraagt [B] hoe het met de ex van [aangeefster] zit. [verdachte] zegt letterlijk: 'dat is ook nog niet afgerond, maar ik ga je vertellen, achter de schermen ben ik hem aan het helpen'. [B] zegt hierop 'oh mooi'. [verdachte] zegt hierop letterlijk: 'nou mooi?, ik probeer zijn vertrouwen te winnen en daarna ga ik hem kapot vermorzelen', waarna [verdachte] lacht.
[B] vraagt 'serieus?' waarop [verdachte] zegt 'ja serieus'. [B] zegt dat hij dit wel ver vindt gaan. Hierop zegt [verdachte] letterlijk: 'mijn doel, en dat mag je misschien niet zeggen uit boosheid, is dat ze op een gegeven moment geen uitweg meer weet te vinden en bepaalde dingen gaat doen waarbij ze er geen zin meer in heeft'. [B] vraagt aan [verdachte] hoe hij bedoelt 'waar ze geen zin meer in heeft'. Hierop zegt [verdachte] letterlijk: 'in wat ze nu doet, het leven'. Later in het gesprek verteld [verdachte] aan [B] dat hij de dag ervoor op [aangeefster] haar tablet had gezeten en bepaalde dingen had gezien, hij op de een of andere manier haar telefoon had ontfutseld en had geprobeerd dingen naar zichzelf te mailen. [verdachte] zegt dat dit niet gelukt was. [B] zegt tegen [verdachte] dat dit schending van haar privacy is waarop [verdachte] zegt 'klopt'.
# [telefoonnummer] telefoongesprek 4 maart 2020 [14] [verdachte] belt in dit telefoongesprek naar [aangeefster] .
[verdachte] : Vertel. Jij uhh, ik ga toch maar even heel hard voor je zijn. Uhm, jouw verhaal klopt nog steeds niet en dat weet jij net zo goed als ik.
[verdachte] : Dat zeg je maar ik weet dat je er was, ik heb het aangetoond. Dit soort dingen gaan nu?
[aangeefster] : Ik heb niets gedaan.
[verdachte] : Ik ga het je nog één keer vertellen. [15] Blijf je er doorheen gaan dan gaat het nog een stapje erger. Ik zeg jou, jij gaat 150 kilometer naar [plaats] . Je gaat iemand naar het station brengen en bent anderhalf uur weg, je zoekt een bosje onderweg op?
Opmerking verbalisant:
Gelijk hierna belt [verdachte] weer naar [aangeefster] . [verdachte] zegt op een boze toon dat [aangeefster] tegen hem gelogen had. [verdachte] vraagt haar of zij gelogen had in zijn gezicht. [aangeefster] zegt dat [C] en [D] er zijn en [verdachte] zegt dat zij antwoord moet geven op zijn vraag. Hierna blijft [verdachte] bellen. Enige tijd later op dezelfde dag, in telefoongesprek # [telefoonnummer] , krijgt [verdachte] [aangeefster] weer aan de telefoon en vraagt haar of [D] er nog is waarop zij antwoord dat hij net weg is. Gedurende dit gesprek blijft [verdachte] op een dwingende toon vragen aan [aangeefster] stellen en zegt dat zij namen en gegevens van mensen moet geven. [16] [aangeefster] raakt overstuur. Ik hoor dat [aangeefster] huilt. [verdachte] geeft aan waarom zij dan niet samen naar [naam] kunnen gaan. [aangeefster] geeft aan dat zij gewoon even uit de situatie wil zijn.
Hierna blijft [verdachte] in de telefoongesprekken # [telefoonnummer] en # [telefoonnummer] naar [aangeefster] bellen waarbij zij overstuur klinkt en zij [verdachte] vraagt om haar met rust te laten.
Vervolgens blijft [verdachte] bellen naar [aangeefster] .
Om 23:56 uur neemt [aangeefster] , in telefoongesprek # [telefoonnummer] , de telefoon op en zegt niets. [verdachte] wil dat zij haar live locatie met hem deelt omdat hij niet geloofd dat zij bij haar ouders thuis slaapt. [verdachte] noemt [aangeefster] 'liefje en schatje' en begint te huilen. [verdachte] zegt dat het beter is voor zijn gemoedstoestand als zij laat zien waar zij is.
# [telefoonnummer] telefoongesprek 3 april 2020 [17]
[verdachte] belt naar een vrouw. Gedurende het gesprek wordt het duidelijk dat deze vrouw de vriendin van [E] (ex-man van [aangeefster] ) betreft. [verdachte] zegt tegen deze vrouw dat hij zojuist was gebeld door zijn contactpersoon welke gezien heeft dat [aangeefster] op dat moment in [plaats] is bij die persoon. [verdachte] zegt dat hij weer een melding heeft gemaakt bij Veilig Thuis.
Opmerking verbalisant:
[verdachte] voert vele telefoongesprekken met de ex-vriend en tevens vader van [A] en diens vriendin. Deze gesprekken gaan over [A] en hoe [aangeefster] met [A] om gaat.
# [telefoonnummer] telefoongesprek 1 oktober 2020 [18] [verdachte] bevraagd [aangeefster] over waar ze is, wat ze doet, of ze in de Jumbo was, of ze wat heeft gekocht en of zij zijn moeder heeft gezien. [aangeefster] zegt dat zij op een collega staat te wachten in de buurt van het station van [plaats] . [aangeefster] zegt dat [verdachte] op moet houden haar te volgen en dat als hij haar niet gelooft hij maar naar haar toe moet komen.
Opmerking verbalisant: In dit gesprek is te horen dat [verdachte] buiten is en dat hij haar even later ziet staan.
Getuige [getuige 1]heeft onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Een maand of 8 geleden was ik bij de school waar [F] toen zat. [19] Ik was toen samen met [aangeefster] met mijn auto om [F] op te halen. Toen we stonden te wachten tussen alle andere ouders die kinderen op kwamen halen, zag ik [verdachte] opeens staan tussen de anderen. Toen de kinderen naar buiten kwamen, stond [verdachte] opeens met zijn fiets bij ons en duwde eigenlijk met zijn fiets tegen mij aan, terwijl hij begon te schelden en uit begon te dagen. Ik ben vervolgens de auto ingegaan en [verdachte] kwam naar de auto toe. [aangeefster] had haar portier open en hij kwam met zijn hoofd naar binnen. [verdachte] had daar op dat moment niets te zoeken. Het was niet een dag dat de kinderen bij hem waren en hij had ook geen vraag of iets.
De afgelopen maanden heeft [verdachte] ook heel vaak bij ons huis rondgereden of gelopen. [20] Ik weet dat hij dan bij [aangeefster] langs reed en als ze daar niet was, kwam hij bij ons langs om te kijken of ze daar was. Ik weet dat hij dat alleen deed om naar [aangeefster] te zoeken.
Getuige [getuige 2]heeft onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Ik ben opleidingsmanager op het ROC [plaats] . [21] Ik ben de leidinggevende van [aangeefster] . Het klopt dat er op ons college een incident heeft plaatsgevonden met een ex-partner van [aangeefster] . Deze ex-partner kwam zonder afspraak en onuitgenodigd op de afdeling en was doorgelopen naar de teamkamer. Daar was hij eerst bij mijn collega's geweest en vervolgens werd hij naar mijn kamer gebracht. Ik kan mij herinneren dat deze man een verhaal ophield dat hij wilde weten waar [aangeefster] was. Hij informeerde naar een mogelijke teamdag volgens mij, maar dat weet ik niet meer zeker. Haar ex gaf aan dat hij had gezien dat zij ergens anders was dan wat zij tegen hem had gezegd en dat zij mogelijk vreemdging met een andere man. De ex vroeg ook of ik daar meer van wist. Hij gaf aan dat hij op [aangeefster] 's bankrekening had gezien dat zij mogelijk ergens anders was dan wat zij had gezegd. Ik heb [aangeefster] hierna nog een mail gestuurd. [22] Deze mail was kort erna, mogelijk binnen enkele dagen. De mail is verstuurd op 2 april 2020.
Getuige [getuige 3]heeft op 13 april 2021 onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Ik ben als pedagogisch medewerker werkzaam op kinderdagverblijf [naam] . [23] Het is ons al vaker opgevallen dat op de dagen dat [aangeefster] de kinderen ophaalt, toch de [dienstauto] van [verdachte] bij ons voor de deur staat. Wat ook eerder is voorgevallen, is dat het [aangeefster] haar dag was om de kinderen op te halen. Dan zag ik [aangeefster] aankomen en [verdachte] op hetzelfde moment langs joggen. Ik zag dat [verdachte] bij [aangeefster] stopte en iets tegen haar zei. Na drie seconden rende hij dan weer door.
In een proces-verbaal van bevindingenis door verbalisant [verbalisant] onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Ik had op 9 april 2021, [getuige 4] gehoord als getuige inzake een stalkingszaak. [24] [getuige 4] is de coach vanuit [instelling] , voor de oudste dochter, [A] , van aangeefster [aangeefster] . Op 11 april ontving ik een WhatsApp bericht van [getuige 4] . Zij gaf daarin aan dat de vader van [A] ( [E] ) een WhatsApp bericht had ontvangen van [verdachte] . Hierin werd, door [verdachte] , aan [E] het volgende gevraagd:
'Hey is jullie gesprek met coach al klaar? Althans ik hoorde dat jullie in
gezamenlijk gesprek hadden met coach [A] .'
Dit bericht was ontvangen door [E] op vrijdag 9 april om 20:25 uur.
Tevens had [verdachte] naar [E] gestuurd:
'Hey, Ik hoorde dat jullie gesprek met coach hadden op vrijdagavond, beetje gek
tijdstip. Dus dacht klopt niets van maar wilde even weten hoelaat ze klaar zou zijn
voor kids.'
In een proces-verbaal van bevindingenis door verbalisant [verbalisant] onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Op de telefoon van aangeefster [aangeefster] stonden 501 telefoonlogs in de periode van 19 februari 2021 tot en met 16 april 2021. [25]
Te zien was dat [aangeefster] en [verdachte] over en weer met elkaar bellen. Opvallend is wel dat [verdachte] veelal achter elkaar naar [aangeefster] blijft bellen en zij dan niet opneemt.
Hieronder staat een opsomming van het aantal telefoontjes naar elkaar weergegeven:
-ingekomen gesprekken door [verdachte] 70 x
( [verdachte] belt naar [aangeefster] )
-gemiste gesprekken 85 x
( [verdachte] belt naar [aangeefster] )
-gemiste gesprekken werktelefoon [verdachte] 3 x
( [verdachte] belt naar [aangeefster] )
-uitgaand gesprekken door [aangeefster] 74x
( [aangeefster] belt naar [verdachte] )
1 maart 2020 per SMS verstuurd van [aangeefster] naar [verdachte] [26]
- Jij hebt mij net verteld dat je samen gaat werken met [E] tegen mij. Dan wil ik
bij dezen niks meer met jou te maken hebben. Als jij mij op die manier wil bedreigen
om je zin te krijgen en niet handelen in belang van de kinderen
Met [verdachte] zijn telefoonnummer wordt vervolgens naar [aangeefster] gesmst:
- Kom je? Ik wil goedmaak pijpbeurd en sex, daar kwam ik net ook voor
- maar jij hield deur weer voor mij dicht
- Of mag ik je nemen bij je ouders? Ik heb je nodig
- Neem nou op joh [27]
- Doe nou niet zo koppig
- Mag ik bij je komen
[aangeefster] smst hierop naar [verdachte] zijn telefoonnummer:
-Nee je mag niet meer naar ons komen
Met [verdachte] zijn telefoonnummer wordt vervolgens naar [aangeefster] gesmst:
-Wil je echt niet? Reageer dan tenminste
-Weet je het zeker?
-Komm jij niet hier
-neem gewoon ff oo
1 april 2020 per SMS verstuurd van [aangeefster] naar [verdachte]
-Ik wil niet meer met je praten. Dit is wat ik bedoel en ik vroeg jou te stoppen dit wil en kan jij niet. Je wil mij blijven pijn doen en vernederen.
3 april 2020 per SMS verstuurd van [aangeefster] naar [verdachte] [28]
-Laat mij met rust met al jouw rare valse verhalen en bedenkingen. Zolang jij mij en
of familie, vrienden uitscheldt, mij vernederd en vals blijft beschuldigen, met [E] en
[G] samen werkt wil ik niet met jou praten.
23 oktober 2020
Met [verdachte] zijn telefoonnummer wordt naar [aangeefster] gesmst: [29]
-Ik probeerde te video bellen maar ben geblokkeerd
In een proces-verbaal van bevindingen onderzoek woning aangeefster isonder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
De aangeefster ontgrendelde haar telefoon. Ik opende de Google-accountinstellingen. [30] Ik zag dat er meerdere apparaten waren gekoppeld aan het Google-account, namelijk:
Galaxy Tab3 Lite
Ik hoorde aangeefster zeggen dat de Galaxy Tab3 Lite in gebruik was bij verdachte [verdachte] .

Voetnoten

2.Pagina 330.
3.Pagina 336.
4.Pagina 334.
5.Pagina 3.
6.Pagina 4.
7.Pagina 5.
8.Pagina 6.
9.Pagina 424.
10.Pagina 425.
11.Pagina 426.
12.Pagina 427.
13.Pagina 428.
14.Pagina 429.
15.Pagina 430.
16.Pagina 431.
17.Pagina 432.
18.Pagina 435.
19.Pagina 121.
20.Pagina 122.
21.Pagina 101.
22.Pagina 102.
23.Pagina 111.
24.Pagina 105.
25.Pagina 469.
26.Pagina 471.
27.Pagina 472.
28.Pagina 473.
29.Pagina 474.
30.Pagina 371.