Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. J.P. Jansen;
- de advocaat van de verdachte: mr. D. Moes, waarnemend voor mr. M. Kuipers;
- de advocaat van de benadeelde partij [aangeefster] : mr. A.T. van Vulpen.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en maatregel
- zich niet ophoudt in het postcodegebied [postcode] ( [plaats] );
- zich onthoudt van elk – direct of indirect – contact met [aangeefster] , aangeefster.
6.In beslag genomen voorwerpen
7.Vordering benadeelde partij
9.Toegepaste wetsartikelen
10.De beslissing
gevangenisstraf van 2 (twee) maanden;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 3 (drie) jarenvast;
een taakstraf van 150 (honderdvijftig) uren;
- legt aan verdachte op de
- beveelt dat verdachte
uitzonderingvan de aanwezigheid in de rechtbank [plaats] ten behoeve van eventueel te voeren (familierechtelijke) procedures;
uitzonderingenop dit contactverbod gelden:
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste 1 (een) week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 (zes) maanden in totaal;
- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel
- [verdachte] zegt tegen zijn vader dat [aangeefster] volgens Google bij een bed&breakfast was geweest, blijkbaar met die ander. [10] [verdachte] zegt dat dit dan betaald moet zijn en dit te zien zou zijn op haar rekeningafschrift. [verdachte] zegt dat [aangeefster] hem de
rekeningafschrift van die dagen niet wil laten zien.
- [verdachte] zegt dat als [aangeefster] met de trein is geweest dit hoogst waarschijnlijk via de OV jaarkaart te zien is.
- [verdachte] zegt dat [aangeefster] hem haar OV-chipkaart niet wilde geven om dit te controleren,
- letterlijk zegt [verdachte] : "ik ga haar keihard tegenwerken en contact opnemen met die vader van [A] en ik ga haar helemaal tot de grond afbranden".
- wat ik nog wel ga doen, ik ga straks bellen naar die bed&breakfast, even namens hun, en dan zeggen dat ik niet meer weet in welk bed&breakfast ik was geweest en dat ik iets vergeten was daar' en 'maar eerst moet ik weten waar ik geweest ben, niet ik, maar die jongen en [aangeefster] en dat telefoongesprek wordt opgenomen
- zij heeft een ov-jaarkaart op naam en dan kan je de historie terug bekijken, dus ik moet die ov-jaarkaart zien te bemachtigen
- je moet gewoon je gegevens ophalen, [aangeefster] heeft dat nog nooit gedaan, zij weet niet hoe dat werkt, dus ik jat die kaart van haar, zij gaat straks naar school natuurlijk om die kinderen weg te brengen en dan ga ik het huis in om die spullen te zoeken
-ik ga natuurlijk niet faciliteren dat zij weg kan gaan, de kindjes blijven bij haar die dagen, en op het moment dat ze geen afspraken heeft dan niet, ik ga zorgen dat zij niet weg kan.
[verdachte] belt [aangeefster] op. [aangeefster] zegt dat hij haar met rust moet laten. [verdachte] vraagt [aangeefster] de waarheid te vertellen en zegt bewijs te zoeken.
[verdachte] belt wederom naar bed & breakfast [naam] . [verdachte] legt uit dat hij nog een vraag heeft en legt uit vermoedens te hebben dat zijn vriendin vreemd is gegaan en daar in de buurt is geweest. [verdachte] vraagt vervolgens of Bed en Bed camera's aan de gevel heeft hangen.
[B] vraagt 'serieus?' waarop [verdachte] zegt 'ja serieus'. [B] zegt dat hij dit wel ver vindt gaan. Hierop zegt [verdachte] letterlijk: 'mijn doel, en dat mag je misschien niet zeggen uit boosheid, is dat ze op een gegeven moment geen uitweg meer weet te vinden en bepaalde dingen gaat doen waarbij ze er geen zin meer in heeft'. [B] vraagt aan [verdachte] hoe hij bedoelt 'waar ze geen zin meer in heeft'. Hierop zegt [verdachte] letterlijk: 'in wat ze nu doet, het leven'. Later in het gesprek verteld [verdachte] aan [B] dat hij de dag ervoor op [aangeefster] haar tablet had gezeten en bepaalde dingen had gezien, hij op de een of andere manier haar telefoon had ontfutseld en had geprobeerd dingen naar zichzelf te mailen. [verdachte] zegt dat dit niet gelukt was. [B] zegt tegen [verdachte] dat dit schending van haar privacy is waarop [verdachte] zegt 'klopt'.
[verdachte] : Vertel. Jij uhh, ik ga toch maar even heel hard voor je zijn. Uhm, jouw verhaal klopt nog steeds niet en dat weet jij net zo goed als ik.
[verdachte] : Dat zeg je maar ik weet dat je er was, ik heb het aangetoond. Dit soort dingen gaan nu?
[aangeefster] : Ik heb niets gedaan.
[verdachte] : Ik ga het je nog één keer vertellen. [15] Blijf je er doorheen gaan dan gaat het nog een stapje erger. Ik zeg jou, jij gaat 150 kilometer naar [plaats] . Je gaat iemand naar het station brengen en bent anderhalf uur weg, je zoekt een bosje onderweg op?
Opmerking verbalisant:
Gelijk hierna belt [verdachte] weer naar [aangeefster] . [verdachte] zegt op een boze toon dat [aangeefster] tegen hem gelogen had. [verdachte] vraagt haar of zij gelogen had in zijn gezicht. [aangeefster] zegt dat [C] en [D] er zijn en [verdachte] zegt dat zij antwoord moet geven op zijn vraag. Hierna blijft [verdachte] bellen. Enige tijd later op dezelfde dag, in telefoongesprek # [telefoonnummer] , krijgt [verdachte] [aangeefster] weer aan de telefoon en vraagt haar of [D] er nog is waarop zij antwoord dat hij net weg is. Gedurende dit gesprek blijft [verdachte] op een dwingende toon vragen aan [aangeefster] stellen en zegt dat zij namen en gegevens van mensen moet geven. [16] [aangeefster] raakt overstuur. Ik hoor dat [aangeefster] huilt. [verdachte] geeft aan waarom zij dan niet samen naar [naam] kunnen gaan. [aangeefster] geeft aan dat zij gewoon even uit de situatie wil zijn.
Hierna blijft [verdachte] in de telefoongesprekken # [telefoonnummer] en # [telefoonnummer] naar [aangeefster] bellen waarbij zij overstuur klinkt en zij [verdachte] vraagt om haar met rust te laten.
Vervolgens blijft [verdachte] bellen naar [aangeefster] .
Om 23:56 uur neemt [aangeefster] , in telefoongesprek # [telefoonnummer] , de telefoon op en zegt niets. [verdachte] wil dat zij haar live locatie met hem deelt omdat hij niet geloofd dat zij bij haar ouders thuis slaapt. [verdachte] noemt [aangeefster] 'liefje en schatje' en begint te huilen. [verdachte] zegt dat het beter is voor zijn gemoedstoestand als zij laat zien waar zij is.
[verdachte] voert vele telefoongesprekken met de ex-vriend en tevens vader van [A] en diens vriendin. Deze gesprekken gaan over [A] en hoe [aangeefster] met [A] om gaat.
Opmerking verbalisant: In dit gesprek is te horen dat [verdachte] buiten is en dat hij haar even later ziet staan.