5.2De beoordeling van de vordering tenuitvoerlegging
Overtreden van de voorwaarden
De rechtbank stelt vast dat [veroordeelde (voornaam)] de bijzondere voorwaarden van de voorwaardelijke PIJ-maatregel niet heeft nageleefd. Uit de terugmelding van 10 juli 2025 blijkt dat [veroordeelde (voornaam)] op 4 februari 2025 een tweede gele kaart heeft gekregen en op 4 april 2025 een ‘laatste kans-brief’, omdat hij zich onvoldoende hield aan een groot deel van de bijzondere voorwaarden (zie de beslissing van de rechtbank van 25 augustus 2025).
Op 26 augustus 2025 is [veroordeelde (voornaam)] na een wijziging van de bijzondere voorwaarden geplaatst bij [instelling 2] . Vanaf het begin is daar sprake geweest van een moeizaam traject. [veroordeelde (voornaam)] heeft niet goed met de behandelaars van [instelling 2] meegewerkt. [veroordeelde (voornaam)] heeft diverse onderdelen van zijn behandeling stelselmatig geweigerd. Ook heeft hij niet meegewerkt aan de voorgestelde dagbesteding en de verplichte en onverplichte groepsactiviteiten. [veroordeelde (voornaam)] bleef overdag vaak op bed liggen. Hij had een onbeschofte houding richting de begeleiding en weigerde regelmatig gesprekken met personen van het behandelteam, zoals de psychiater. Hij weigerde aanpassing van de dosering van zijn medicatie en in de laatste week weigerde hij zijn medicatie helemaal in te nemen. [instelling 2] heeft de plaatsing van [veroordeelde (voornaam)] beëindigd. [instelling 2] beschrijft dat [veroordeelde (voornaam)] sterk de indruk wekt er zeer aan gewend te zijn dat hij voortdurende kansen krijgt, weinig begrensd te zijn geweest in het leven en weinig heeft geleerd om frustraties te verdragen.
Uit het voorgaande volgt dat [veroordeelde (voornaam)] de bijzondere voorwaarde van meewerken aan behandeling bij [instelling 2] heeft overtreden.
De verdediging heeft aangevoerd dat [veroordeelde (voornaam)] geen verwijt kan worden gemaakt, omdat [instelling 2] voor hem achteraf bezien geen geschikte plek was. Dat [instelling 2] achteraf bezien niet een geschikte plek voor [veroordeelde (voornaam)] was, omdat hij een nog meer gestructureerde en nog meer gekaderde setting nodig heeft, laat onverlet dat [veroordeelde (voornaam)] onvoldoende heeft meegewerkt aan de behandeling. [veroordeelde (voornaam)] heeft op zitting verklaard dat hij inziet dat hij dingen anders had moeten doen. [veroordeelde (voornaam)] wist ook dat hij met zijn houding de opname in [instelling 2] op het spel zette en terugmelding van de voorwaardelijk opgelegde PIJ-maatregel riskeerde. Het is spijtig dat het hem desondanks niet gelukt is in voldoende mate mee te werken aan de geboden behandeling.
Proportionaliteit en subsidiariteit
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of nu, helemaal aan het eind van de proeftijd, alsnog de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde PIJ-maatregel op zijn plaats is.
Daarbij stelt de rechtbank voorop dat zij bij haar beslissing van 25 augustus 2025 al grote twijfels had of de plaatsing bij [instelling 2] succesvol zou worden, omdat [veroordeelde (voornaam)] niet echt gemotiveerd leek. De rechtbank overwoog toen dat [instelling 2] de laatste mogelijkheid was en dat de kans groot was dat tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel in beeld zou komen, als de plaatsing bij [instelling 2] zou mislukken. De omstandigheid dat de rechtbank nu een beslissing neemt op een moment dat het einde van de proeftijd heel nabij is, is mede een gevolg van deze laatste kans die [veroordeelde (voornaam)] in augustus nog werd geboden in het voorwaardelijke kader. De rechtbank acht een toewijzing van de vordering daarom niet zonder meer disproportioneel alleen vanwege het moment waarop zij deze beslissing neemt.
Er zijn grote zorgen over [veroordeelde (voornaam)] . Bij de veroordeling in 2023 voor een aantal ernstige strafbare feiten heeft de rechtbank opgeschreven hoe een psychiater en psycholoog tegen [veroordeelde (voornaam)] aankijken. Volgens deze deskundigen kan [veroordeelde (voornaam)] de gevolgen en de impact van zijn handelen niet goed overzien. Zijn gebrekkige gewetensfunctie en impulsiviteit zorgen ervoor dat hij over de grenzen van anderen heen kan gaan. Daarnaast heeft hij moeite om problemen op te lossen en zijn emoties (zoals boosheid) te reguleren. De psychiater heeft ADHD, ASS en een normoverschrijdende gedragsstoornis vastgesteld. Volgens de psycholoog is sprake van een ADHD, ASS en een andere gespecificeerde disruptieve impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis. Daarnaast heeft [veroordeelde (voornaam)] beperkte cognitieve vermogens qua performale vaardigheden en verwerkingssnelheid. Ook is er sprake van ouder-kindrelatieproblematiek. Zowel de psychiater als de psycholoog vinden dat [veroordeelde (voornaam)] moet worden behandeld, omdat de kans anders groot is dat [veroordeelde (voornaam)] nog een keer strafbare feiten pleegt.
Uit de rapporten van [instelling 1] , [instelling 3] en [instelling 2] volgt dat de behandeling noch in een ambulante setting, noch in een klinische setting van de grond is gekomen en dat een intensievere vorm van behandeling nodig is dan voornoemde behandelcentra konden bieden. Over het recidiverisico heeft [instelling 1] opgeschreven dat dit bij aanmelding (juni 2023) hoog was en aan het eind van het traject (november 2024) matig-hoog. Bij de afsluiting van de behandeling in juni 2025 noemt [instelling 3] het recidiverisico “zeer hoog”. De rechtbank stelt op grond van de rapporten vast dat de eerder noodzakelijk geachte behandeling niet goed van de grond is gekomen en dat maar zeer beperkt doelen zijn bereikt. Behandeling is daarmee nog altijd noodzakelijk.
Uit de rapporten volgt verder het beeld dat [veroordeelde (voornaam)] zich zelfbepalend opstelt en dat het hem niet lukt om afspraken na te komen. Hoewel [veroordeelde (voornaam)] gedurende de proeftijd niet is vervolgd voor nieuwe strafbare feiten, zijn er tijdens de proeftijd wel verschillende incidenten geweest. Zo is [veroordeelde (voornaam)] in de periode tussen maart en juni 2025 meermalen door de politie gecontroleerd in verband met verkeersovertredingen. Daarbij zou [veroordeelde (voornaam)] - onder meer - meermaals speekseltesten hebben geweigerd, softdrugs hebben weggemoffeld en geen helm hebben gedragen op een snorfiets. Tijdens een van de controles werd een Cobra 6 aangetroffen in een verborgen ruimte in het voertuig dat [veroordeelde (voornaam)] bestuurde. Hoewel [veroordeelde (voornaam)] voor dat laatste niet is vervolgd, roept het bij de rechtbank wel zorgen op. Ook leest de rechtbank dat [veroordeelde (voornaam)] bij [instelling 2] verbale agressie toonde naar de begeleiding.
Verder blijkt uit de rapporten dat [veroordeelde (voornaam)] zich al langer niet of onvoldoende houdt aan de voorwaarden. De jeugdreclassering en het Openbaar Ministerie hebben tot nu toe mogelijkheden tot gedragsverandering gezocht in minder ingrijpende kaders, waardoor niet eerder is overgegaan tot vordering van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke PIJ-maatregel. [veroordeelde (voornaam)] wist dat hij moest meewerken aan de aangeboden behandelprogramma’s, maar hij heeft - hoewel hij dus wist dat hij daarmee zijn opname op het spel zette en terugmelding van de voorwaardelijke PIJ-maatregel riskeerde - niet willen of kunnen meewerken aan de meeste behandelingen die werden aangeboden. [veroordeelde (voornaam)] heeft niet kunnen of willen profiteren van de ingezette hulpverlening en heeft dus strakke(re) kaders nodig.
De rechtbank begrijpt dat de komende jaren voor [veroordeelde (voornaam)] een belangrijke ontwikkelingsfase zijn en begrijpt dat de impact van een (onvoorwaardelijke) PIJ-maatregel groot is. Als de rechtbank de vordering echter afwijst, loopt de proeftijd op korte termijn af en zullen alle kaders wegvallen, wat de rechtbank onwenselijk vindt. De deskundigen hebben immers duidelijk gemaakt dat [veroordeelde (voornaam)] nog altijd behandeling nodig heeft om het hoge tot zeer hoge recidiverisico te verminderen. Dat betekent dat er geen reële alternatieven meer zijn voor de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Gezien de problematiek van [veroordeelde (voornaam)] , het hoge tot zeer hoge recidiverisico en zijn leeftijd acht de rechtbank het van belang dat hij snel de noodzakelijk geachte behandeling geboden krijgt in een instelling met strakke en duidelijke kaders. De uiteindelijke duur van de PIJ-maatregel is mede afhankelijk van de bereidheid van [veroordeelde (voornaam)] om mee te werken aan de behandeling. De rechtbank hoopt daarom ook dat [veroordeelde (voornaam)] de kansen binnen de PIJ-maatregel met beide handen aangrijpt om zo een zo goed mogelijke basis te leggen voor zijn toekomst.
Conclusie
De behandeling en begeleiding van [veroordeelde (voornaam)] zal in het kader van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel moeten plaatsvinden. Dat vereisen de algemene veiligheid van personen of goederen en is in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [veroordeelde (voornaam)] . De rechtbank zal de vordering toewijzen en de tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel gelasten.