Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure / het verzoek
2.De feiten
3.De beoordeling
4.De beslissing
:
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker, als belanghebbende in de nalatenschap van de overleden erflater, heeft bij de rechtbank Midden-Nederland een verzoek ingediend om aan verweerster een termijn te stellen om te kiezen tussen aanvaarding of verwerping van de nalatenschap. Dit verzoek is gebaseerd op artikel 4:192 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
De griffie heeft verweerster in de gelegenheid gesteld te reageren, waarop zij heeft verklaard de nalatenschap te hebben verworpen. De griffie heeft vervolgens een mondelinge behandeling gepland, maar deze is geannuleerd nadat bleek dat verweerster al een verklaring van verwerping had afgelegd bij de griffie.
Verzoeker stelde dat verweerster mogelijk eerst de nalatenschap zuiver had aanvaard voordat zij deze verwierp, maar de kantonrechter oordeelde dat zelfs in dat geval verzoeker geen belang meer heeft bij het verzoek. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om een termijn te stellen voor de keuze over de nalatenschap.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerster de nalatenschap reeds heeft verworpen.