Beoordeling door de rechtbank
9. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in haar rapport van 20 juni 2025 toegelicht
dat ADHD een ontwikkelingsstoornis is, wat inhoudt dat deze stoornis tijdens het werkzame leven van eiser aanwezig is geweest. Zij wijst erop dat eiser met ADHD sinds 1995 een arbeidsverleden heeft opgebouwd. Verder heeft zij toegelicht dat uit de opeenvolgende rapporten van de (verzekerings)artsen en verzekeringsartsen bezwaar en beroep en de daarin opgenomen onderzoeksbevindingen staat dat er geen sprake is van verlies van aandacht en concentratie en het geheugen intact is. Ook heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep daarbij uitgebreid beschreven wat er in de rapporten van 25 maart 2022, 25 oktober 2022, 11 april 2023, 16 maart 2023 en 23 januari 2024 over de onderzoeksbevindingen ten aanzien van de psyche is opgenomen. Zij heeft de brief van [specialist] van 5 december 2024 in haar overwegingen betrokken. Daarover geeft ze aan dat de waarneming van de verpleegkundig specialist geen onderzoeksbevindingen bevat en dat de beschreven waarneming in oktober 2024 slechts een eenmalige waarneming is, die niet kan leiden tot het aannemen van nadere beperkingen in de rubriek persoonlijk functioneren.
10. De rechtbank kan de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, dat
gelet op het opgebouwde arbeidsverleden van eiser en gelet op het feit dat bij de opeenvolgende medische onderzoeken op meerdere momenten in 2022, 2023 en 2024 geen cognitieve functiestoornissen zijn waargenomen, geen aanleiding bestaat om andere beperkingen aan te nemen in verband met ADHD, of een nadere urenbeperking, volgen.
Met de klachten als gevolg van acceptatieproblematiek/PTSS en de daaruit voorkomende paniek-, stemmings- en fysieke klachten is rekening gehouden door het aannemen van een beperking ten aanzien van werken onder tijdsdruk en productiepieken, waardoor zowel een piekbelasting op het fysieke als op het mentale vlak wordt voorkomen. Wat eiser in zijn zienswijze heeft aangevoerd, geeft geen reden voor twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling op dit punt.
11. Het voorgaande betekent dat van de juistheid van de in de FML’s van juli 2024
vastgestelde (duur)belastbaarheid moet worden uitgegaan. De conclusie is dat de bestreden besluit 1, 2 en 3 alsnog zijn gebaseerd op een deugdelijke medische grondslag.
De arbeidskundige kant van de bestreden besluiten
UTR 23/2198 verkorte wachttijd
12. Eiser voert aan dat de functies die de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in haar
rapport van 1 september 2023 aan de schatting ten grondslag heeft gelegd, niet geschikt zijn. Het betreft de functies met SBC-codes 315174, 315100 en 315173. In de functie administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) wordt volgens eiser zijn belastbaarheid op hand- en vingergebruik (items 4.3.5 en 4.3.6) overschreden wegens relatief frequent en soms ook langdurig telefoongebruik. Ook wordt in deze functie en in de functie telefonisch verkoper (outbound) (SBC-code 315173) zijn belastbaarheid op het item afwisseling van houding (item 5.9) overschreden, omdat niet blijkt dat in deze functies het afwisselen tussen staan en zitten mogelijk is. Ter onderbouwing van zijn standpunt dat de geduide functies niet geschikt zijn heeft eiser een rapport van arbeidsdeskundige [deskundige] van 26 februari 2024 overgelegd.
13. In haar rapport van 11 april 2024 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep
toegelicht dat de door [deskundige] aangevoerde gronden, op één na, allemaal berusten op de door eiser ervaren belastbaarheid. Zoals de rechtbank in rechtsoverweging 4.41 van de tussenuitspraak reeds heeft overwogen, kan zij dit volgen. Wat arbeidsdeskundige [deskundige] naar voren brengt, zijn in feite medische gronden, waarop de rechtbank hiervoor heeft beslist.
14. Alleen tegen de functie telefonist (centrale), medewerker callcenter (inbound) (SBC-code 315174) is een arbeidskundige grond gericht, die ziet op de overschrijding van de belastbaarheid op het item veelvuldige deadlines of productiepieken.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft toegelicht dat uit het Resultaat Functiebeoordeling van 1 september 2023 blijkt dat zich in deze functie geen kenmerkende belasting op dit item voordoet. De rechtbank voegt hieraan toe dat uit de functieomschrijving niet blijkt van een voorgeschreven aantal telefoontjes per dag. Daarnaast blijkt uit de FML dat eiser in staat is tot telefonisch contact met klanten, dat een rumoerige werkomgeving in deze functie een kenmerkende belasting vormt, maar dat er in het Resultaat Functiebeoordeling geen signalering op dit item voorkomt.
In haar rapport van 11 juli 2024 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep naar aanleiding van de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep op 5 juli 2024 gewijzigde FML aangegeven het CBBS te hebben geraadpleegd aan de hand van de gewijzigde FML. Daaruit bleken geen andere signaleringen dan in het Resultaat Functiebeoordeling van 1 september 2023. In verband met een wijziging in de toelichting op item 5.9.1 (afwisseling van houding) heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep toegelicht dat afwisseling van houding in alle functies mogelijk is met de inzet van een voorziening als een zit-/sta-bureau en dat de aard van de werkzaamheden in de functies het zo nu en dan verlaten van de werkplek toelaat.
15. De rechtbank kan de motivering van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in de
rapporten van 11 april 2024 en 11 juli 2024, dat de geduide functies passend zijn, volgen. De rechtbank betrekt hierbij dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de signaleringen in het Resultaat Functiebeoordeling van 1 september 2023 toereikend heeft gemotiveerd. Uit haar rapport van 1 september 2023 blijkt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar argumentatie en conclusie over de geschiktheid van de functies deelt. In zijn zienswijze van 9 juli 2025 heeft eiser nog aangevoerd dat de functie administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) niet passend is vanwege een overschrijding op het item veelvuldige deadlines of productiepieken. De rechtbank overweegt hierover dat uit het Resultaat Functiebeoordeling van 1 september 2023 geen signalering op dit item blijkt. Uit de functieomschrijving kan ook niet worden afgeleid dat dit een kenmerkende belasting in deze functie vormt.
16. De rechtbank komt tot de conclusie dat, uitgaande van de juistheid van de
belastbaarheid zoals die is vastgelegd in de (gewijzigde) FML van 5 juli 2024, het Uwv de geselecteerde functies aan het bestreden besluit ten grondslag heeft kunnen leggen. Hieruit volgt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser per datum verkorte wachttijd 27 september 2022 66,36 % is. Het Uwv heeft daarom terecht beslist dat eiser niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering per genoemde datum.
17. Zoals in de tussenuitspraak reeds in rechtsoverweging 4.8 en 4.8.1 is geconstateerd, kleefde aan dit bestreden besluit een zorgvuldigheidsgebrek en motiveringsgebrek, nu er pas in de beroepsfase een FML is opgesteld. Ook heeft er pas in deze fase van de procedure een arbeidskundige beoordeling plaatsgevonden, waardoor het bestreden besluit eveneens om deze reden niet zorgvuldig is voorbereid. Nu dit gebrek in beroep wel is hersteld, is er reden om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.
UTR 24/1114 einde wachttijd
18. De rechtbank stelt vast dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in zijn rapport van
11 juli 2024 de functieselectie heeft herzien, omdat de FML in beroep is gewijzigd. Drie van de vijf eerder geselecteerde functies zijn vervallen, omdat die niet meer passend zijn. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft de functies telefonist (centrale) met SBC-code 315174 en administratief ondersteunend medewerker met SBC-code 315100 (eerder een reservefunctie) gehandhaafd en een nieuwe functie telefonisch verkoper (outbound) met SBC-code 315173 geselecteerd. Daarmee zijn aan het bestreden besluit dezelfde functies ten grondslag gelegd als in de procedure over de beoordeling verkorte wachttijd.
19. Eiser heeft geen arbeidskundige gronden aangevoerd tegen de in beroep nieuw geduide
functie met SBC-code 315173. Dat betekent dat de rechtbank alleen hoeft te bespreken wat eiser heeft aangevoerd over de functies met SBC-codes 315174 en 315100.
20. Wat eiser aanvoert over de functie met SBC-code 315174 komt overeen met wat hij
over deze functie heeft aangevoerd in het beroep tegen de beoordeling verkorte wachttijd.
In zijn rapport van 1 mei 2024 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep opgemerkt dat een verwijzing door de arbeidsdeskundige van eiser naar aspecten uit de functiebeschrijving niet maakt dat in de functie sprake is van veelvuldige deadlines, dat er geen kenmerkende belasting is ten aanzien van dit belastingaspect. Hij concludeert dat de functie passend is. In zijn rapport van 11 juli 2024 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep toegelicht dat deze functie geschikt is, omdat er geen functiespecifieke signaleringen voorkomen. De rechtbank volgt de motivering van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep en verwijst tevens naar wat zij onder 14. over deze functie heeft overwogen.
21. Het aanvullend beroepschrift van 7 maart 2024 bevat verder geen inhoudelijke
arbeidskundige gronden. Wat eiser daarin aanvoert over de functie met SBC-code 315100 komt er namelijk op neer dat hij het niet eens is met de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep vastgestelde belastbaarheid. Verder geldt ook in deze zaak dat uit het Resultaat Functiebeoordeling van 11 juli 2024 geen signalering op het item veelvuldige deadlines of productiepieken blijkt en dat uit de functieomschrijving ook niet kan worden afgeleid dat dit een kenmerkende belasting in deze functie vormt.
22. De rechtbank concludeert dat, uitgaande van de juistheid van de belastbaarheid zoals
vastgelegd in de FML van 5 juli 2024, het Uwv de geselecteerde functies aan het bestreden besluit ten grondslag heeft kunnen leggen. Hieruit volgt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser per einde wachttijd 20 april 2023 67,58% bedraagt. Nu in beroep als gevolg van een gewijzigde FML het arbeidsongeschiktheidspercentage per einde wachttijd is gewijzigd van 60,94% naar 67,58%, slaagt het beroep formeel ook op arbeidskundige gronden. Echter, dit hogere arbeidsongeschiktheidspercentage zal niet leiden tot een ander uitkeringsrecht, waardoor ook de rechtsgevolgen van dit bestreden besluit in stand kunnen blijven.
UTR 24/5613 herbeoordeling
23. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft aan het bestreden besluit dezelfde
functies ten grondslag gelegd als in de andere twee procedures.
Eiser heeft in zijn beroepschrift geen specifieke gronden aangevoerd tegen de arbeidskundige beoordeling.
24. Uitgaande van de juistheid van de belastbaarheid zoals vastgesteld in de FML van 2 juli 2024, bestaat er geen aanleiding om te twijfelen aan de geschiktheid van de geduide functies. De rechtbank betrekt daarbij de motivering van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in de rapporten van 9 juli 2024.
Tot slot voegt de rechtbank hieraan toe dat, zoals ook in de andere twee beroepen is overwogen, in de functie met SBC-code 315100 geen sprake blijkt van een signalering op het item veelvuldige deadlines of productiepieken en uit de functieomschrijving ook niet kan worden afgeleid dat dit een kenmerkende belasting in deze functie vormt.
25. De rechtbank komt tot de conclusie dat het Uwv de geselecteerde functies aan de
schatting van de mate van arbeidsongeschiktheid ten grondslag heeft kunnen leggen. Hieruit volgt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser per 25 juli 2023 terecht is vastgesteld op 67,93%.