Eiseres heeft op 7 oktober 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie van werkelijke schade. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks een ingebrekestelling op 29 oktober 2025. Eiseres stelde vervolgens op 18 november 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen de wettelijke termijn alsnog een besluit te nemen, uiterlijk 1 december 2026. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 50,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50, en tot terugbetaling van het door eiseres betaalde griffierecht van € 53,-. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 24 december 2025.