In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat zij van mening is dat er niet tijdig is beslist op haar aanvraag van 14 juni 2024 voor aanvullende compensatie voor werkelijke schade. De rechtbank heeft op 24 december 2025 uitspraak gedaan. Eiseres heeft op 21 november 2025 een verweerschrift ontvangen van de Dienst Toeslagen, maar beide partijen hebben ervoor gekozen om niet te worden gehoord op een zitting. De rechtbank heeft het onderzoek daarop gesloten.
De rechtbank overweegt dat tegen het niet tijdig nemen van een besluit beroep kan worden ingesteld, en dat de beslistermijn in deze zaak is overschreden. Eiseres heeft verweerder op 17 juni 2025 in gebreke gesteld en heeft vervolgens op 6 november 2025 beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is, omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen.
De rechtbank draagt verweerder op om uiterlijk op 8 augustus 2026 een besluit op de aanvraag bekend te maken. Tevens wordt er een dwangsom van € 50,- per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres krijgt ook een vergoeding voor de proceskosten van € 453,50 en het betaalde griffierecht van € 53,- moet door verweerder aan eiseres worden vergoed. De uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich en is openbaar uitgesproken op 24 december 2025.