Eiseres heeft op 14 juni 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie van werkelijke schade. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waardoor eiseres beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de ingebrekestelling op 17 juni 2025 heeft verzonden, waarna zij op 6 november 2025 het beroep indiende. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank draagt verweerder op uiterlijk 8 augustus 2026 een besluit te nemen, waarbij een dwangsom van € 50,- per dag geldt bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 453,50) en het betaalde griffierecht (€ 53,-).