In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 12 september 2024 voor aanvullende compensatie voor werkelijke schade. De rechtbank heeft op 31 oktober 2025 een verweerschrift ontvangen van de Dienst Toeslagen, maar beide partijen hebben aangegeven geen gebruik te willen maken van hun recht om gehoord te worden op een zitting. Hierop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. De rechtbank overweegt dat tegen het niet tijdig nemen van een besluit beroep kan worden ingesteld, en dat de beslistermijn in deze zaak is overschreden. De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen alsnog een besluit moet nemen, en wel binnen twee weken na verzending van de uitspraak. De rechtbank heeft in eerdere uitspraken bepaald dat in vergelijkbare zaken een nadere beslistermijn van 60 weken kan worden vastgesteld. In dit geval eindigde de beslistermijn op 12 september 2025, en de uiterlijke datum voor het nemen van een besluit is vastgesteld op 6 november 2026. De rechtbank legt een dwangsom op van € 50,- per dag voor elke dag dat de Dienst Toeslagen de termijnen overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten van € 453,50 en het betaalde griffierecht van € 53,- moet door de Dienst Toeslagen aan eiseres worden vergoed. De uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff op 8 december 2025.