Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub1] ,
2.
[gedaagde sub2] B.V.,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 t/m 19;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
- de akte overlegging producties 27 en 28 van [eiseres] ;
2.De zaak in het kort
3.Het geschil
4.De beoordeling
- [gedaagde sub1] in privé € 159.000,00
- [bedrijf 1] , € 129.852,00
- [bedrijf 2] B.V. € 550.000,00
- [gedaagde sub2] BV. € 126.768.00
- de erfgenamen ontvangen ieder 1/3e deel van het banksaldo van de ervenrekening, waarbij de peildatum de datum van verdeling is;
- de verkoopopbrengst van [object2] zal gelijkelijk tussen de drie erfgenamen worden verdeeld;
- de kosten van het taxatierapport van de [object2] ad € 1.286,-- komen voor rekening van [eiseres] ;
- de inboedel van het [object1] zal worden verdeeld in gelijke delen met gesloten beurzen, op papier, waarbij deze inboedel in het [object1] blijft;
- in het kader van de schuldigerkenning op papier heeft [persoon1] een vordering op de nalatenschap van € 671.941,-- en [gedaagde sub1] heeft een vordering van € 650.411,--;
- de nalatenschap heeft vorderingen op [gedaagde sub1] in privé ad € 159.000,--, op [bedrijf 1] ad € 129.852,-- en op [gedaagde sub2] B.V. ad € 126.768,--. Deze vorderingen van in totaal € 415.620,-- worden verrekend met de schuldigerkenning op papier aan [gedaagde sub1] van € 650.411,--.
- de door [naam] in rekening gebrachte kosten ad € 133.049,-- zijn kosten van de nalatenschap.
- [gedaagde sub1] mag de helft van de door hem gemaakte advocaatkosten ten laste brengen van de nalatenschap.