ECLI:NL:RBMNE:2025:7226

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
UTR 25/7618
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake woningsluiting door burgemeester van Lelystad

Op 24 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over een voorlopige voorziening met betrekking tot de sluiting van een woning in Lelystad. De burgemeester had besloten de woning te sluiten voor de duur van twee weken op basis van artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet, vanwege ernstige verstoringen van de openbare orde. Verzoekster, die bezwaar maakte tegen dit besluit, vroeg de voorzieningenrechter om het besluit te schorsen. De burgemeester was echter niet bereid om het besluit op te schorten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat, gezien de bijzondere medische situatie van de zoon van verzoekster en de belangen van de openbare orde, een verkorting van de sluitingstermijn geboden was. Partijen kwamen overeen dat verzoekster haar verzoek zou intrekken, maar de voorzieningenrechter besloot dat de burgemeester vervangende huisvesting voor drie nachten moest regelen, gezien de kerstdagen. De voorzieningenrechter wees het verzoek om schorsing van het besluit af, maar stelde dat de burgemeester de noodzaak van vervangende huisvesting moest erkennen.

De uitspraak benadrukt de afweging tussen de handhaving van de openbare orde en de rechten van de betrokkenen. De voorzieningenrechter gaf aan dat de burgemeester op basis van de beschikbare rapportages kon concluderen dat er een risico op herhaling van ernstige verstoringen van de openbare orde bestond. De zitting voor verdere behandeling van de zaak was gepland op 30 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/7618

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 december 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] te [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. J. Bakker),
en

de burgemeester van de gemeente Lelystad, de burgemeester

(gemachtigde: mr. L. Janssen)

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van de burgemeester van 24 december 2025 (primaire besluit) waarbij de burgemeester over gaat tot sluiting van de woning [adres] in [plaats] voor de duur van twee weken. De burgemeester heeft de woning gesloten op grond van artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet.
2. Verzoekster maakt tegen het primaire besluit bezwaar en verzoekt de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen en hete besluit te schorsen.
3. De burgemeester heeft de voorzieningenrechter telefonisch meegedeeld niet bereid te zijn om het primaire besluit op te schorten totdat de voorzieningenrechter uitspraak zal hebben gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaande aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
5. In dit geval is het niet mogelijk het verzoek op een zitting te behandelen vóór de ingangsdatum van de sluiting op 24 december 2025 om 17.00 uur. De voorzieningenrechter neemt nu wel een beslissing als ordemaatregel.
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het besluit van 24 december 2025 te schorsen af. Op basis van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester de woning kunnen sluiten op grond van artikel 174a, eerste lid, en onder b van de Gemeentewet. De burgemeester kan er op grond van die rapportage van uitgaan dat de woning deze week is beschoten. Daarmee is er sprake van ernstig geweld dat zich op de woning heeft gericht en daardoor is de openbare orde rond de woning ernstig verstoord. Uit de overgelegde stukken blijkt verder dat in juni 2025 is geprobeerd om de woning in brand te steken. De burgemeester heeft tegen die achtergrond kunnen concluderen dat een risico op herhaling van een ernstige verstoring van de openbare orde niet valt uit te sluiten.
7. Gelet op de feiten en omstandigheden die de voorzieningenrechter bij zijn oordeel kon betrekken, mocht de burgemeester het belang van handhaving van de openbare orde zwaarder laten wegen dan het verblijf van verzoeker en de meerderjarige gezinsleden in de woning. Om te voorkomen dat verzoekster en haar medebewoners, zoals zij stelt, niet (tijdig) andere huisvesting kunnen vinden, zal de burgemeester gelet op kerstdagen wel vervangende huisvesting moeten aanbieden voor een langere periode dan die door de burgemeester is aangeboden. De voorzieningenrechter treft daarom een voorlopige voorziening door aan de burgemeester op te dragen gedurende een periode van drie nachten vervangende huisvesting te regelen.
8. De aard van deze beslissing maakt dat die niet voor langere tijd kan voortduren. De voorzieningenrechter vindt het noodzakelijk dat het verzoek om een voorlopige voorziening spoedig op een zitting wordt behandeld.
9. De zitting vindt plaats op 30 december 2025 om 13.30 uur in het gerechtsgebouw aan het Vrouwe Justitiaplein 1 in Utrecht. Partijen ontvangen hiervoor zo snel mogelijk een uitnodiging.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- bepaalt dat de burgemeester vervangende woonruimte aanbiedt voor de duur van drie nachten;
- bepaalt dat deze ordemaatregel geldt totdat op het verzoek is beslist.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.