Op 24 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over een voorlopige voorziening met betrekking tot de sluiting van een woning in Lelystad. De burgemeester had besloten de woning te sluiten voor de duur van twee weken op basis van artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet, vanwege ernstige verstoringen van de openbare orde. Verzoekster, die bezwaar maakte tegen dit besluit, vroeg de voorzieningenrechter om het besluit te schorsen. De burgemeester was echter niet bereid om het besluit op te schorten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat, gezien de bijzondere medische situatie van de zoon van verzoekster en de belangen van de openbare orde, een verkorting van de sluitingstermijn geboden was. Partijen kwamen overeen dat verzoekster haar verzoek zou intrekken, maar de voorzieningenrechter besloot dat de burgemeester vervangende huisvesting voor drie nachten moest regelen, gezien de kerstdagen. De voorzieningenrechter wees het verzoek om schorsing van het besluit af, maar stelde dat de burgemeester de noodzaak van vervangende huisvesting moest erkennen.
De uitspraak benadrukt de afweging tussen de handhaving van de openbare orde en de rechten van de betrokkenen. De voorzieningenrechter gaf aan dat de burgemeester op basis van de beschikbare rapportages kon concluderen dat er een risico op herhaling van ernstige verstoringen van de openbare orde bestond. De zitting voor verdere behandeling van de zaak was gepland op 30 december 2025.