ECLI:NL:RBMNE:2025:7221

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
UTR 25/5604
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van verzoek om voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke zaak betreffende omgevingsvergunning voor woningbouw

In deze zaak heeft verzoeker beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, waarbij een omgevingsvergunning is verleend voor de bouw van twee woongebouwen met 76 zorgwoningen. De rechtbank heeft eerder, op 15 augustus 2025, het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard omdat niet was voldaan aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht. Verzoeker heeft hiertegen verzet aangetekend, met de stelling dat derde-partij al was begonnen met voorbereidende werkzaamheden. Dit leidde tot een verzoek om een voorlopige voorziening, dat op 29 oktober 2025 is behandeld.

De rechtbank heeft op 12 november 2025 uitspraak gedaan in het verzet van verzoeker en heeft dit ongegrond verklaard. Hierdoor is de beroepsprocedure beëindigd en kan er geen verzoek om voorlopige voorziening meer worden ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om voorlopige voorziening dan ook niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.C.A. van Kuijeren, in aanwezigheid van griffier M.H.L. Debets, en is openbaar uitgesproken op 12 november 2025. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5604

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 november 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. A.C. de Kanter),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort(het college), verweerder
(gemachtigde: mr. drs. H. Maaijen).

Als derde-partij neemt deel: Stichting Habion uit Utrecht

(gemachtigden: mr. R.D. van Oevelen en mr. L. de Jeu).

Inleiding

1. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 4 juni 2025, waarbij het college een omgevingsvergunning heeft verleend voor het bouwen van twee woongebouwen met 76 (zorg)woningen en het inrichten van het terrein op het perceel aan de [adres] in [plaats] .
2. De rechtbank heeft in de uitspraak van 15 augustus 2025 [1] het beroep van [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet was voldaan aan de vereisten die zijn gesteld in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht gelezen in samenhang met de artikelen 1.6, tweede lid en 1.6a van de Crisis- en herstelwet.
3. Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] verzet gedaan. [2] Omdat derde-partij volgens [verzoeker] inmiddels was begonnen met het uitvoeren van voorbereidende werkzaamheden, heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
4. De rechtbank heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van [verzoeker] samen met [persoon1] en [persoon2] , de gemachtigde van het college en de gemachtigden van derde-partij samen met [persoon3] .

Beoordeling door de rechtbank

5. Vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan in het door verzoeker ingestelde verzet tegen de uitspraak van 15 augustus 2025. De rechtbank heeft het verzet ongegrond verklaard en daarmee is de beroepsprocedure geëindigd. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen beroepsprocedure meer loopt. In dat geval kan iemand geen verzoek om voorlopige voorziening doen. [3] Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.L. Debets, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 november 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

2.Zaaknummer UTR 25/4193-V.
3.Zie artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht.