ECLI:NL:RBMNE:2025:7219

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
11779223 \ MC EXPL 25-3727
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van een factuur voor aankoopkeuring van een jacht

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 31 december 2025 uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen een vennootschap onder firma, hierna te noemen [eiseres], en een gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde]. De procedure betreft een vordering van [eiseres] tot betaling van een factuur voor werkzaamheden die zijn verricht in het kader van een aankoopkeuring van een jacht. De feiten van de zaak zijn als volgt: [eiseres] heeft op 7 april 2025 een aankoopkeuring uitgevoerd op verzoek van [gedaagde]. Na de keuring heeft [eiseres] een factuur van € 4.916,10 gestuurd, waartegen [gedaagde] bezwaar heeft gemaakt. Na dagvaarding heeft [gedaagde] een bedrag van € 3.871,00 betaald, maar het resterende bedrag van € 1.045,10 bleef onbetaald. De kantonrechter heeft beoordeeld of [gedaagde] nog kosten aan [eiseres] verschuldigd is. De rechter oordeelt dat [gedaagde] het resterende bedrag moet betalen, omdat hij akkoord is gegaan met de opdrachtbevestiging waarin de kosten zijn vermeld. De rechter heeft ook geoordeeld dat de kosten voor foto’s en verblijfskosten terecht in rekening zijn gebracht. De vordering van [eiseres] is toegewezen, met inbegrip van wettelijke rente en proceskosten. De kantonrechter heeft het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11779223 \ MC EXPL 25-3727
Vonnis van 31 december 2025
in de zaak van
vennootschap onder firma
[eiseres],
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. H.W.E. Vermeer,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. V.L.M.J. Boitelle.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Vervolgens is bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2.De feiten

2.1.
Bij e-mail van 13 maart 2025 heeft [eiseres] aan [gedaagde] een indicatie verstrekt van de kosten van keuring van het schip de [naam schip] in Spanje:

Keuring in één keer (vaartuig wordt op de dag van de keuring uit en in het water gezet).
“(..) De complete, standaard technische aankoopkeuring van de [naam schip] inclusief Nederlandstalige schriftelijke rapportage kan ik voor u uitvoeren voor € 2.285,- exclusief BTW. De reiskosten zijn bij dit bedrag nog niet inbegrepen. Bij de opdracht en het bekend zijn van de exacte ligplaats van de boot zullen wij aanvullende kosten aan u doorgeven.(..)”
2.2.
Bij e-mail van 3 april 2025 van [eiseres] aan [gedaagde] stuurt [eiseres] de opdrachtbevestiging als bijlage met daaraan gehecht een aanvulling ten aanzien van de mogelijk te maken kosten. In die opdrachtbevestiging staat vermeld:
“(..) De prijs voor de expertise en schriftelijke rapportage bedraagt € 2.285,-.
Kosten voor de extra halve dag vanwege de heenreis bedragen € 500,-.
Reis- en verblijfskosten zullen worden verantwoord. Berekening vindt op nacalculatie plaats.
Genoemde bedragen exclusief BTW.
Kosten voor uitgebreide techniek (bijvoorbeeld tweede voortstuwingsmotor, aggregaat etc.) en kosten voor diepgaander onderzoek indien noodzakelijk, staan in de aanvulling die onlosmakelijk deel uitmaakt van deze opdrachtbevestiging. Tijdens de expertise worden foto’s gemaakt. Het aantal is afhankelijk van het vaartuig en aantal gebreken.
De foto’s worden tegen een reële vergoeding aan u gestuurd, daartoe zetten we deze op volgorde en
verwijderen eventuele mislukten. In de hiernavolgende aanvulling zijn de kosten daarvan vermeld.
Wij gaan uit van een reële keuringstijd aan boord van circa 8 uur. Bij (extreme) overschrijding van deze tijd op grond van de conditie van het vaartuig, de te voeren gesprekken dan wel extra rapportagetijd, adviezen en bij later opgedragen werk, wordt de extra bestede tijd berekend tegen het tarief van € 137,50 per uur of gedeelte daarvan exclusief BTW.(..)”
2.3.
[gedaagde] reageert bij e-mail van 4 april 2025:
“Opdrachtbevestiging 3656 gelezen en akkoord.”
2.4.
[eiseres] stuurt zijn factuur aan [gedaagde] op 15 april 2025 voor een totaal bedrag van € 4.916,10.
2.5.
[gedaagde] maakt bezwaar tegen de hoogte van het in rekening gebrachte bedrag. [gedaagde] betaalt na dagvaarding een bedrag van € 3.871,00.

3.De kern van de zaak

3.1.
[eiseres] heeft in opdracht van [gedaagde] op 7 april 2025 een aankoopkeuring van een jacht gedaan. Dat jacht lag in de jachthaven in [naam] in [plaats] (Spanje). [eiseres] heeft voor zijn werkzaamheden en zijn reis- en verblijfkosten op 15 april 2025 een rekening van € 4.916,10 naar [gedaagde] gestuurd. [eiseres] wil dat [gedaagde] die rekening betaald. Na dagvaarding heeft [gedaagde] € 3.871,00 aan [eiseres] voldaan. [eiseres] heeft zijn vordering daarom gewijzigd. Hij vordert betaling van het resterende deel van de factuur van € 1.045,10, met rente en kosten.

4.De beoordeling

4.1.
De vraag die ter beoordeling voorligt is of [gedaagde] nog kosten aan [eiseres] verschuldigd is. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] het resterende deel van de factuur aan [eiseres] moet betalen om de navolgende redenen.
4.2.
[eiseres] stuurt op 13 maart 2025 een offerte naar [gedaagde] . Op 3 april 2025 volgt de opdrachtbevestiging met referentie 3656. [gedaagde] meent dat de offerte leidend is voor de vraag welke kosten hij verschuldigd is. De offerte vermeldt voor de rapportage een bedrag van € 2.285,00 exclusief BTW en exclusief reiskosten. [gedaagde] heeft bij e-mail van 4 april 2025 de latere opdrachtbevestiging van 3 april 2025 zonder enig voorbehoud voor akkoord bevestigd. [gedaagde] meent ten onrechte dat hij desondanks niet gebonden is aan de opdrachtbevestiging, omdat hij deze opdrachtbevestiging als bijlage in de mail van 3 april 2025 niet heeft kunnen openen. [eiseres] mocht er op basis van de mededeling van [gedaagde] op 4 april 2025 vanuit gaan dat [gedaagde] akkoord was met de opdrachtbevestiging en dat hij zijn kosten in rekening kon brengen, zoals in de opdrachtbevestiging vermeld. Als [gedaagde] akkoord heeft gegeven zonder de opdrachtbevestiging te lezen, komt dat voor zijn rekening en risico. Pas na het uitvoeren van de aankoopkeuring en de ontvangst van de factuur van 15 april 2025 laat [gedaagde] aan [eiseres] weten dat meer kosten in rekening zijn gebracht dan waarmee hij akkoord was gegaan en weigert hij vooralsnog te betalen.
4.3.
Hangende deze procedure betaalt [gedaagde] alsnog een bedrag van € 3.871,00. Bij conclusie van dupliek geeft [gedaagde] aan dat de kosten voor i) de foto’s van € 157,95, ii) de hotelkosten voor een extra nacht van € 131,00 en iii) de kosten voor een extra dag verblijf van € 500,00 niet voor zijn rekening kunnen komen. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat [gedaagde] de vordering van [eiseres] enkel wat betreft deze posten nog betwist.
4.4.
Over deze posten staat in de opdrachtbevestiging:
a.
Kosten voor de extra halve dag vanwege de heenreis bedragen € 500,00. Reis-en verblijfkosten zullen worden verantwoord. Berekening vindt op nacalculatie plaats. Genoemde bedragen exclusief BTW.
[eiseres] heeft aan [gedaagde] dus kenbaar gemaakt dat reis-en verblijfkosten van
€ 500,00 en overige reis- en verblijfkosten in rekening zullen worden gebracht, welke kosten naderhand worden berekend. [gedaagde] stelt dat [eiseres] op de dag van de keuring had kunnen terugvliegen. Het lag op de weg van [gedaagde] om dit aan te tonen. [eiseres] had namelijk al aangegeven dat hij de hele dag nodig zou hebben voor de keuring en de retourvlucht ’s avonds daarom mogelijk niet haalbaar zou zijn. Ook naderhand heeft [eiseres] aan [gedaagde] laten weten dat een keuring in één dag met reizen erbij door de vliegtijden niet haalbaar was. [gedaagde] heeft niet aangetoond dat dat anders is geweest en [eiseres] ten onrechte langer dan één dag in Spanje is verbleven. Dit betekent dat [eiseres] terecht de kosten voor verblijf en overige reis en verblijfkosten in rekening heeft gebracht.
De foto’s worden tegen een reële vergoeding aan u gestuurd, daartoe zetten we deze op volgorde en verwijderen eventuele mislukten. In de hiernavolgende aanvulling zijn de kosten daarvan vermeld. (…)
In de aanvulling staat:
“foto’s zijn in principe geheugensteun. Uitzoeken (is veel werk) en versturen ervan: € 0,45 per foto (minimum € 50,-).
Ten aanzien van de foto’s stelt [gedaagde] dat wat hem betreft geen foto’s gemaakt hadden hoeven worden en dat de foto’s die gemaakt zijn tot de rapportage zouden moeten behoren zonder extra kosten in rekening te brengen. Uit de opdrachtbevestiging volgt duidelijk dat de kosten voor de te maken foto’s los van de rapportage in rekening zouden worden gebracht en daarmee is [gedaagde] akkoord gegaan. Dat hij de foto’s desondanks niet zou hoeven betalen, toont [gedaagde] niet aan. Dit betekent dat [eiseres] terecht de kosten voor de gemaakte foto’s in rekening heeft gebracht.
Conclusie
4.5.
[gedaagde] is het nog openstaande bedrag van € 1.045,10 aan [eiseres] verschuldigd.
4.6.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom van € 4.916,10 vanaf 1 mei 2025 is op grond van de wet toewijsbaar tot 23 juli 2025 en over € 1.045,10 vanaf 24 juli 2025 tot de dag dat [gedaagde] volledig heeft betaald.
Inningskosten
4.7.
[eiseres] vordert een vergoeding van € 625,00 aan inningskosten. Hij baseert zich voor die vergoeding op artikel 8 van de algemene voorwaarden. Dat die algemene voorwaarden onderdeel uitmaken van de overeenkomst tussen partijen en de algemene voorwaarden aan [gedaagde] ter hand zijn gesteld, blijkt nergens uit. Bovendien voldoet de aanmaning die aan [gedaagde] is gestuurd niet aan de eisen van artikel 6:96 BW, omdat in die aanmaning van 20 mei 2025 geen betalingstermijn van veertien dagen is gegeven die ingaat op de dag na ontvangst van de aanmaning door [gedaagde] . De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,21
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.476,21
Vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
4.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat vordert en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van partijen in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 1.045,10, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4,916,10 vanaf 1 mei 2025 tot 23 juli 2025 en over € 1.045,10 vanaf 24 juli 2025 tot de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.476,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op
31 december 2025.
41264