Uitspraak
1.[eiser sub 1] ,2. [eiseres sub 2] ,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 17 december 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak, die op 31 december 2025 door de Rechtbank Midden-Nederland is behandeld, hebben [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] een kort geding aangespannen tegen [gedaagde] wegens huurachterstand en ontruiming van een bedrijfsruimte. De gedaagde partij is niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling op 17 december 2025, waardoor de voorzieningenrechter verstek heeft verleend. De eisers vorderen onder andere ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van de huurachterstand, inclusief een contractuele boete van 10%.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de gedaagde niet heeft gereageerd op de vordering en dat de dagvaarding aan de wettelijke eisen voldeed. De vorderingen van de eisers zijn grotendeels toegewezen, met uitzondering van enkele vorderingen die als onrechtmatig of ongegrond zijn beoordeeld. De voorzieningenrechter heeft onder andere geoordeeld dat de contractuele boete over toekomstige huurtermijnen nog niet opeisbaar is en dat de vordering tot schadevergoeding voor eventuele schade aan de bedrijfsruimte niet kan worden toegewezen, omdat onduidelijk is of er daadwerkelijk schade is en wie daarvoor aansprakelijk is.
De voorzieningenrechter heeft de gedaagde veroordeeld tot ontruiming van de bedrijfsruimte binnen veertien dagen na betekening van het vonnis en heeft de gedaagde ook veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur en proceskosten. De totale proceskosten zijn begroot op € 402,55, en de gedaagde moet ook wettelijke rente betalen over deze kosten indien deze niet tijdig worden voldaan. Het vonnis is openbaar uitgesproken door mr. R.M. Berendsen.