In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, gedaan op 26 november 2025, is het beroep van eiser gegrond verklaard. Eiser, vertegenwoordigd door mr. G. Sarier, had bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking van de Dienst Toeslagen inzake kinderopvangtoeslag, welke beschikking op 19 maart 2024 was genomen. Eiser stelde dat de Dienst Toeslagen niet tijdig had beslist op zijn bezwaar, dat op 13 februari 2025 was ingediend. De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn was overschreden en dat eiser terecht beroep had ingesteld. De rechtbank heeft vastgesteld dat de Dienst Toeslagen in gebreke was gesteld op 1 juli 2025 en dat het beroep op 10 september 2025 was ingediend. De rechtbank heeft de Dienst Toeslagen opgedragen om binnen twee weken na de uitspraak een nieuw besluit te nemen, met een uiterste datum van 13 augustus 2026. Tevens is er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiser heeft recht op een vergoeding van de proceskosten ter hoogte van € 453,50 en het betaalde griffierecht van € 53,- moet door de Dienst Toeslagen aan eiser worden vergoed.