Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:7138

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
UTR 24/956
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens niet tijdig informeren over genomen besluit op bezwaar; beroep niet-ontvankelijk verklaard

De Nederlandse Obesitas Kliniek West B.V. stelde beroep in tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (verweerder) wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar van 5 juli 2023. De rechtbank verklaarde het beroep op 5 april 2024 gegrond en legde een bestuurlijke dwangsom op.

Verweerder ging in verzet tegen deze uitspraak, waarbij hij stelde dat op 4 maart 2024 al een besluit op bezwaar was genomen en de dwangsom was vastgesteld op € 532,-. Dit was echter niet tijdig aan de rechtbank gemeld, waardoor de eerdere uitspraak was gebaseerd op onjuiste feiten.

De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak vervalt. Omdat verweerder inmiddels een besluit heeft genomen, is het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de Nederlandse Obesitas Kliniek.

De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding in het verzet en deed uitspraak zonder zitting vanwege efficiency. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard, het beroep niet-ontvankelijk en verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/956-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2025 op het verzet van

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,opposant,
(gemachtigde: mr. M.A. Bakker).

Procesverloop

De Nederlandse Obesitas Kliniek West B.V. heeft beroep ingesteld omdat opposant niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 5 juli 2023.
In de uitspraak van 5 april 2024 heeft de rechtbank het beroep van de Nederlandse Obesitas Kliniek West B.V. gegrond verklaard en de door opposant te betalen bestuurlijke dwangsom vastgesteld op € 1.442,-.
Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan en heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 5 april 2024 het beroep gegrond verklaard en onder andere de dwangsom vastgesteld op € 1.442,- en opposant opgedragen om binnen 4 weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit bekend te maken. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 5 april 2024 niet juist omdat zij op 4 maart 2024 een beslissing op bezwaar hebben genomen en daarbij de te betalen dwangsom hebben vastgesteld op € 532,-. Wegens omstandigheden heeft opposant nagelaten de rechtbank tijdig te informeren over het feit dat zij de beslissing op bezwaar op 4 maart 2024 hebben genomen. Opposant verzoekt om rekening te houden met de genomen beslissing op bezwaar van 4 maart 2024 en te beslissen dat de hoogte van de dwangsom € 532,- bedraagt.
4. Bij brief van 30 mei 2024 geeft de gemachtigde van Nederlandse Obesitas Kliniek West B.V. aan dat zij zich hierin kunnen vinden.
5. De rechtbank overweegt als volgt. In dit geval heeft opposant, hoewel hij een beslissing op bezwaar heeft genomen op 4 maart 2024, de rechtbank pas in de verzetsfase op de hoogte gesteld van deze beslissing. De rechtbank heeft in de uitspraak van 5 april 2024 haar oordeel gebaseerd op de toen beschikbare stukken. De rechtbank heeft dan ook geen rekening kunnen houden met het feit dat opposant op 4 maart 2024 al op het bezwaar had beslist. De rechtbank is in de uitspraak van 5 april 2024, achteraf bezien ten onrechte, ervan uitgegaan dat opposant nog niet had beslist op het bezwaar van geopposeerde. Daarmee staat vast dat de uitspraak van 5 april 2024 berust op onjuiste feiten. Daarom kan die uitspraak niet in stand blijven. De rechtbank zal daarom het verzet gegrond verklaren. Dat betekent dat die uitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin zich dat bevond voordat die uitspraak werd gedaan.
Ten aanzien van het beroep
6. De rechtbank is van oordeel dat nader onderzoek na de zitting niet kan bijdragen aan de beoordeling van de beroepszaak. Partijen zijn niet uitgenodigd voor de zitting over het verzet. Uit het oogpunt van efficiency doet de rechtbank toch uitspraak op het beroep [1] .
7. Opposante zal hierna verder worden aangeduid als verweerder.
8. Aangezien verweerder op 4 maart 2024 heeft beslist op het bezwaar, heeft de Nederlandse Obesitaskliniek geen belang meer bij een beoordeling van het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.
9. Omdat verweerder inmiddels een besluit heeft genomen over de bestuurlijke dwangsom, zal de rechtbank zich hier verder niet over uitlaten.
Conclusie en gevolgen
10. Het verzet is gegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding in verzet, gelet op de omstandigheid dat verweerder heeft verzuimd de rechtbank op de hoogte te stellen van het feit dat hij op 4 maart 2024 al had beslist op het bezwaar.
11. Omdat de Nederlandse Obesitaskliniek het beroep terecht heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding verweerder te veroordelen tot vergoeding van de in beroep gemaakte proceskosten. De rechtbank ziet in dit geval aanleiding dezelfde vergoeding toe te kennen als in de uitspraak van 5 april 2024, te weten € 209,25. Verweerder moet dit aan de Nederlandse Obesitaskliniek vergoeden, voor zover verweerder dat nog niet heeft gedaan. Ook moet verweerder, voor zover hij dit nog niet heeft gedaan, het griffierecht aan de Nederlandse Obesitaskliniek vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het verzet gegrond;
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat de Nederlandse Obesitaskliniek heeft betaald moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van de Nederlandse Obesitaskliniek tot een bedrag van € 209,25.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

Voetnoten

1.Artikel 8:55, tiende lid, van de Awb.