Eiser, een heftruckchauffeur, meldde zich in juni 2020 ziek en ontving in november 2022 een WIA-uitkering wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar van de ex-werkgeefster werd het arbeidsongeschiktheidspercentage in juli 2023 bij herbeoordeling vastgesteld op 59,31%, waartegen eiser beroep instelde.
Tijdens de beroepsprocedure werd nieuw onderzoek verricht, waarbij het percentage werd vastgesteld op 72,33%. Partijen stemden hiermee in, waardoor het eerdere besluit onjuist bleek. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is en vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand omdat het nieuwe percentage geen gevolgen heeft voor de uitkering.
Verder verzocht eiser vergoeding van griffierecht, proceskosten en kosten van een arbeidsdeskundige. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van in totaal €2.292,20. De rechtbank sloot het onderzoek zonder zitting en deed uitspraak op basis van de stukken.