ECLI:NL:RBMNE:2025:7123

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
UTR 24/5957-V
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijk verklaring van beroep tegen UWV-besluit

Op 18 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een verzetzaak (zaaknummer UTR 24/5957-V) van een opposante tegen een eerdere uitspraak van 2 mei 2025. In die uitspraak werd het beroep van de opposante tegen een besluit van het UWV van 29 augustus 2024 niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift van de opposante niet voldeed aan de vereisten van artikel 6:5 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het niet voldoende concreet was. De rechtbank heeft de uitspraak zonder zitting gedaan, omdat er geen twijfel bestond over de uitkomst van de zaak, wat is toegestaan onder artikel 8:54 van de Awb.

In het verzet heeft de rechtbank beoordeeld of de eerdere beslissing terecht was. De rechtbank heeft vastgesteld dat de opposante in haar verzetschrift niet duidelijk heeft gemaakt waarom zij het niet eens was met de eerdere uitspraak. Hierdoor heeft de rechtbank geconcludeerd dat er geen geldige reden was om de eerdere uitspraak te herzien. De rechtbank heeft het verzet ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van 2 mei 2025 in stand gelaten. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar uitgesproken door rechter G. Schnitzler, in aanwezigheid van griffier S. Ayyildiz.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5957-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 op het verzet van

[persoon] , te [plaats] , opposante,

(gemachtigde: mr. L.J. Schippers),

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposante heeft ingediend tegen het besluit van UWV van 29 augustus 2024.
In de uitspraak van 2 mei 2025 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 2 mei 2025 het beroep ongegrond verklaard, omdat het bezwaarschrift van opposante niet aan de genoemde vereisten van artikel 6:5 eerste lid, van de Awb voldoet. Opposante heeft in haar bezwaarschrift niet een voldoende concrete omschrijving gegeven van het besluit waartegen haar bezwaar gericht is. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 2 mei 2025 niet juist was.
3. Uit de brief die opposante na de uitspraak van 2 mei 2025 heeft gestuurd en die is aangemerkt als verzetschrift is niet op te maken waarom opposante het niet eens is met de uitspraak van 2 mei 2025. Nu opposante geen geldige reden heeft gegeven heeft de rechtbank het beroep terecht ongegrond verklaard.
4. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 2 mei 2025 in stand blijft.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.
De griffier is buiten staat
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.