ECLI:NL:RBMNE:2025:7116

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
C/16/601614
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Jurisdictieoverdracht en verlenging ondertoezichtstelling van een minderjarige naar Portugal

In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 23 december 2025 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds enkele maanden bij zijn grootouders in Portugal verblijft. De kinderrechter heeft de Portugese rechtbank verzocht om zijn bevoegdheid te aanvaarden voor het treffen van kinderbeschermingsmaatregelen, op basis van artikel 12 lid 2 van de Verordening Brussel II-ter. De minderjarige, die de Portugese nationaliteit heeft, is eerder onder toezicht gesteld in Nederland en heeft een geschiedenis van problematisch gedrag, waaronder het bezit van softdrugs. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling verlengd voor zes maanden, in afwachting van de reactie van de Portugese rechtbank. De moeder van de minderjarige steunt de verzoeken van de gecertificeerde instelling (GI) en is van mening dat de betrokkenheid van de GI noodzakelijk blijft. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is, maar dat de Portugese rechtbank beter in staat is om de verzoeken te behandelen, gezien de huidige situatie van de minderjarige in Portugal. De beschikking is openbaar uitgesproken op 9 december 2025, met de beslissing over de jurisdictieoverdracht op 23 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/601614 / JL RK 25-769
Datum uitspraak: 23 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over verlenging van een ondertoezichtstelling en een jurisdictieoverdracht naar Portugal
in de zaak van
DE JEUGD- & GEZINSBESCHERMERS,
gevestigd in [vestigingsplaats]
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige],
geboren op [2011] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige (voornaam)] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[belanghebbende],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 oktober 2025, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder;
  • [A] en [B] namens de GI.
De vader is niet verschenen. Hij is openbaar opgeroepen via de Staatscourant van
[2025] nr. [nummer] .
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige (voornaam)] de mogelijkheid gegeven digitaal zijn mening te geven. [minderjarige (voornaam)] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
1.4.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met het zaaknummer C/16/601316 /
JL RK 25-753 (verlenging ondertoezichtstelling [C (voornaam)] ).

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn met elkaar getrouwd geweest.
2.2.
De moeder, de vader en [minderjarige (voornaam)] hebben de Portugese nationaliteit.
2.3.
Bij beschikking van 13 december 2022 van de rechtbank Midden-Nederland is [minderjarige (voornaam)] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna bij beschikking van 5 december 2023 verlengd met een jaar, tot 12 december 2024.
2.4.
Bij beschikking van 22 mei 2024 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van drie maanden, tot 22 augustus 2024, en is het overige deel van het verzoek aangehouden tot een nadere behandeling op zitting.
2.5.
Bij beschikking van 22 augustus 2024 is een machtiging verleend om [minderjarige (voornaam)] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 22 augustus 2024 tot 22 november 2024.
2.6.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 19 november 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] verlengd tot 12 december 2025 en een machtiging verleend om [minderjarige (voornaam)] te doen opnemen en verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 19 mei 2025.
2.7.
De rechtbank heeft bij beschikking van 27 november 2024 het gezamenlijk gezag van de vader en de moeder over [minderjarige (voornaam)] beëindigd en de moeder belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige (voornaam)] . Dit betekent dat alleen de moeder de belangrijke beslissingen over [minderjarige (voornaam)] mag nemen. In deze beschikking is ook bepaald dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige (voornaam)] bij de moeder is.
2.8.
Op 11 mei 2025 is [minderjarige (voornaam)] weggelopen van de gesloten groep waar hij verbleef en niet meer teruggekeerd. Eind juni 2025 is [minderjarige (voornaam)] naar een tante (moederszijde) in Portugal vertrokken om daar tot en met de zomervakantie te verblijven. In Portugal is [minderjarige (voornaam)] door de politie opgepakt wegens het bezit van softdrugs en is een melding gedaan bij de kinderbescherming in Portugal. Op 24 juli 2025 zou [minderjarige (voornaam)] terug naar Nederland komen, maar is hij niet op het vliegtuig gestapt.
2.9.
Feitelijk verblijft [minderjarige (voornaam)] sinds juli 2025 bij zijn grootouders van vaderszijde in Portugal.

3.De verzoeken

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft ook verzocht om de jurisdictie over de kinderbeschermingsmaatregelen voor [minderjarige (voornaam)] over te dragen aan de Portugese rechter.

4.De standpunten

De GI
4.1.
De GI heeft de verzoeken gehandhaafd. De GI heeft geen contact met [minderjarige (voornaam)] meer kunnen krijgen. Gelukkig is [minderjarige (voornaam)] wel in contact met zijn moeder en hoort de GI via de moeder hoe het met [minderjarige (voornaam)] gaat. [minderjarige (voornaam)] zat op grond van een machtiging gesloten jeugdhulp bij [instelling] , maar is daar weggelopen. In overleg met de moeder is besloten dat hij naar Portugal zou gaan, wat uiteindelijk goed gewerkt lijkt te hebben. Toch heeft de GI via de Centrale Autoriteit contact gehad met de Portugese kinderbescherming. Deze heeft nog wel zorgen over [minderjarige (voornaam)] in Portugal. De GI vindt het daarom noodzakelijk dat de Portugese rechter de bevoegdheid krijgt om te beslissen over de verzoeken betreffende de kinderbeschermingsmaatregelen van [minderjarige (voornaam)] , zodat daar ook een beschermingsmaatregel getroffen kan worden. Voordat die overdracht gerealiseerd is, vindt de GI het verlengen van de ondertoezichtstelling voor [minderjarige (voornaam)] noodzakelijk.
De moeder
4.2.
De moeder heeft op de zitting verteld achter de verzoeken te staan. De moeder vindt het prettig als de GI betrokken blijft bij het gezin. Er is in het verleden veel misgegaan in de hulpverlening. De band tussen de moeder en de kinderen is de afgelopen jaren beschadigd geraakt en de moeder vindt het fijn dat het TOM-traject werkt. De moeder heeft ook aangegeven achter de overdracht van de bevoegdheid aan de Portugese rechtbank te staan.

5.De beoordeling

De bevoegdheid van de Nederlandse kinderrechter
5.1.
De kinderrechter moet eerst beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is om te beslissen over de verzoeken tot het treffen van kinderbeschermingsmaatregelen voor [minderjarige (voornaam)] . De kinderrechter is van oordeel dat de Nederlandse rechter bevoegd is. Hierna legt de kinderrechter uit hoe zij tot haar oordeel komt.
5.2.
De bevoegdheid moet beoordeeld worden aan de hand van de Verordening
Brussel II-ter (hierna: Brussel II-ter). Deze verordening is onder meer van toepassing op zaken die gaan over het beperken van de ouderlijke verantwoordelijkheid. [1] De kinderbeschermingsmaatregelen maken hier onderdeel van uit.
5.3.
In zaken over de ouderlijke verantwoordelijkheid is de rechtbank bevoegd van de lidstaat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het moment dat het verzoek bij de rechtbank wordt ingediend. [2] De kinderrechter moet dus toetsen of [minderjarige (voornaam)] zijn gewone verblijfplaats in Nederland had op het moment dat de GI het verzoekschrift heeft ingediend.
5.4.
Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moet de gewone verblijfplaats van een kind worden bepaald op basis van een geheel aan feiten en omstandigheden die eigen zijn aan een zaak. [3] Hierbij moet niet alleen de fysieke aanwezigheid van het kind op het grondgebied worden betrokken. Ook andere factoren moeten in deze beoordeling betrokken worden, waaronder de duur, de regelmatigheid, de omstandigheden en de redenen van het verblijf op het grondgebied, de plaats waar en de omstandigheden waaronder het kind naar school gaat en de familiale en sociale banden die het kind in de lidstaten heeft. [4] De gewone verblijfplaats van een kind in de zin van Brussel II-ter is de plaats waar zich in feite het centrum van zijn leven bevindt.
5.5.
Op het moment dat het verzoekschrift werd ingediend, verbleef [minderjarige (voornaam)] bij zijn grootouders in Portugal. Ook is hij door zijn grootmoeder aangemeld bij een school in Portugal. Toch oordeelt de kinderrechter dat op het moment van het indienen van het verzoekschrift, [minderjarige (voornaam)] zijn gewone verblijfplaats nog in Nederland had. [minderjarige (voornaam)] heeft zijn hele leven in Nederland gewoond. De rechtbank heeft eerder zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder bepaald en [minderjarige (voornaam)] staat hier ook nog steeds ingeschreven. Zijn moeder, de ouder met gezag, en zijn zusje wonen in Nederland. De GI en de moeder zijn in onderling overleg tot de beslissing gekomen dat [minderjarige (voornaam)] tijdelijk bij zijn familie in Portugal zou verblijven om te onderzoeken hoe hij zich daar zou gedragen. Dit verblijf zou slechts van tijdelijke aard, voor de duur van de zomervakantie, zijn. Er was namelijk al een terugvlucht naar Nederland geboekt, waarvan [minderjarige (voornaam)] op het laatste moment zelf heeft besloten om die niet te nemen. Daarnaast is de GI in Nederland verantwoordelijk voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] . Op basis van het voorgaande, stelt de kinderrechter vast dat de gewone verblijfplaats van [minderjarige (voornaam)] (nog) in Nederland ligt. De Nederlandse rechter is dus bevoegd om te oordelen over het verzoek van de GI.
Overdracht van de bevoegdheid
5.6.
De rechtbank van een lidstaat die bevoegd is om over een zaak te beslissen, kan bij wijze van uitzondering de rechtbank van een andere lidstaat verzoeken zijn bevoegdheid over te nemen. [5] Dit kan zij doen als zij van mening is dat een gerecht van een andere lidstaat waarmee het kind een bijzondere band heeft, beter in staat is het belang van het kind te beoordelen.
5.7.
De kinderrechter is van oordeel dat [minderjarige (voornaam)] een bijzondere band heeft met Portugal, omdat hij de Portugese nationaliteit heeft, daar ook verblijft en, zoals het er nu uitziet, langere tijd zal verblijven. [6]
5.8.
De kinderrechter is van oordeel dat de Portugese rechtbank beter in staat is om de verzoeken over de kinderbeschermingsmaatregelen voor [minderjarige (voornaam)] te behandelen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat zowel de vader en de moeder als [minderjarige (voornaam)] de Portugese nationaliteit hebben. [minderjarige (voornaam)] verblijft op dit moment bij zijn grootouders van vaderszijde in Portugal. Na vergeefse pogingen van zijn moeder in Nederland en andere familieleden in Portugal, lijkt de grootmoeder wel grip te hebben op [minderjarige (voornaam)] . Zij heeft [minderjarige (voornaam)] in Portugal aangemeld bij een school en voor therapie, waarvan hij de afspraken nakomt. Ook lijkt hij sindsdien gestopt met blowen. De grootmoeder heeft aangegeven dat [minderjarige (voornaam)] bij haar mag blijven wonen, ook na zijn achttiende verjaardag. [minderjarige (voornaam)] wil dit zelf ook. Zijn perspectief ligt dus in Portugal.
5.9.
Ondanks dat het goed lijkt te gaan met [minderjarige (voornaam)] , maakt de GI in Nederland zich nog wel zorgen. Vanuit Nederland heeft de GI weinig mogelijkheden om toezicht te houden op [minderjarige (voornaam)] . Wel heeft de GI via de Centrale Autoriteit een informatieverzoek gedaan aan de kinderbescherming in Portugal. Deze Portugese kinderbescherming maakt zich ook zorgen over [minderjarige (voornaam)] , mede gezien zijn leeftijd, gezondheid en psychische gesteldheid. Daarnaast is gebleken dat de kinderbescherming aldaar een melding heeft ontvangen vanwege het feit dat [minderjarige (voornaam)] door de politie is betrapt op het bezit van softdrugs. Het is in het belang van [minderjarige (voornaam)] dat de overdracht van de bevoegdheid gerealiseerd wordt. Op basis van het Portugese rechtssysteem kan er een kinderbeschermingsmaatregel worden uitgesproken en uitgevoerd worden door een instantie die in Portugal bevoegd is. Zowel de GI als de moeder zijn het hiermee eens.
5.10.
Op grond van het voorgaande zal aan de rechtbank van
Santarém, Portugalworden verzocht zijn bevoegdheid overeenkomstig artikel 12 lid 2 Brussel II-ter uit te oefenen. Dit zal gebeuren door tussenkomst van de liaisonrechter. [7] De kinderrechter bepaalt daarom dat de griffier een afschrift van deze beschikking per e-mail zal sturen naar de liaisonrechter. De Portugese rechtbank wordt verzocht op korte termijn – maar in ieder geval binnen zes weken – te laten weten of het de bevoegdheid volgend uit artikel 12 lid 2 Brussel II-ter aanvaardt.
Verlenging van de ondertoezichtstelling
5.11.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [8] De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden en houdt het overige deel van het verzoek aan. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.12.
Zoals overwogen onder 5.9. heeft de GI nog veel zorgen over [minderjarige (voornaam)] . De kinderrechter ziet deze zorgen ook. De positieve ontwikkelingen die gaande zijn bij [minderjarige (voornaam)] zijn nog pril. [minderjarige (voornaam)] moet de komende tijd laten zien dat hij deze stappen door kan zetten. De kinderrechter vindt het daarom noodzakelijk dat er een gezinsvoogd betrokken blijft, die toezicht op hem houdt.
5.13.
Zolang de Portugese rechtbank de bevoegdheid betreffende de kinderbeschermingsmaatregelen voor [minderjarige (voornaam)] niet accepteert, blijft de Nederlandse rechtbank bevoegd. De kinderrechter vindt het niet in het belang van de ontwikkeling van [minderjarige (voornaam)] als er gedurende deze periode geen betrokkenheid is vanuit de jeugdhulpverlening. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling verlengen voor de duur van zes maanden en houdt het overige deel van het verzoek aan in afwachting van de reactie van de Portugese rechtbank.
Gezagsregister
5.14.
De beslissing tot het verlengen van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [9]
Uitvoerbaarheid bij voorraad
5.15.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] te verlengen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] tot 12 juni 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
verzoekt de rechtbank in
Santarém, Portugal [10] , zijn bevoegdheid overeenkomstig artikel 12 lid 2 Verordening Brussel II-ter uit te oefenen over verzoeken tot het treffen van kinderbeschermingsmaatregelen voor
[minderjarige];
6.4.
bepaalt dat de overdracht van de bevoegdheid aan de rechtbank in
Santarém, Portugal,zal plaatsvinden door tussenkomst van de liaisonrechter en bepaalt dat de griffier daarom een afschrift van deze beschikking per e-mail zal sturen naar de liaisonrechter via het volgende e-mailadres:
[e-mailadres];
6.5.
houdt de behandeling van het overige deel van het verzoek tot het verlengen van de ondertoezichtstelling pro forma aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen voor 12 juni 2026, in afwachting van het bericht van de Portugese rechtbank met betrekking tot aanvaarding van de bevoegdheid.
De beslissing over de verlenging van de ondertoezichtstelling is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025 en de beslissing over de jurisdictieoverdracht is in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025 door mr. M. Weistra, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Mather als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 1 lid 1 sub b Brussel II-ter.
2.Artikel 7 lid 1 Brussel II-ter.
3.HvJ EU 28 juni 2018, zaak C-512/17, ECLI:EU:C:2018:513, onder punt 41-43.
4.HvJ EU 2 april 2009, zaak C-523/07, ECLI:EU:C:2009:225, onder punt 39.
5.Artikel 12 lid 1 sub b en lid 2 Brussel II-ter.
6.Artikel 12 lid 4 sub c Brussel II-ter.
7.Artikel 24 leden 1 en 6 Uitvoeringswet internationale kinderbescherming.
8.Artikel 1:260 BW.
9.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
10.Tribunal de Família e Menores de Santarém