ECLI:NL:RBMNE:2025:7080

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
11793136 \ UC EXPL 25-5856
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs hogere prijsafspraak bij aankoop Chaneltas

In deze zaak vordert een eenmanszaak, handelend onder een handelsnaam, betaling van €1.000,- vermeerderd met rente en kosten van een koper die een Chaneltas heeft gekocht. De eiser stelt dat per ongeluk een verkeerde prijs is ingevoerd en dat de afgesproken prijs €7.350,- bedroeg, terwijl de koper €6.350,- betaalde.

De kantonrechter beoordeelt dat de eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat partijen een prijs van €7.350,- zijn overeengekomen. De communicatie via Whatsapp toont niet ondubbelzinnig een hogere prijsafspraak. De koper betwist de hogere prijs en wordt daarin ondersteund door een schriftelijke verklaring van zijn dochter die bij de koop aanwezig was.

Omdat de eiser haar stelling na het verweer van de koper niet nader heeft onderbouwd, wordt de vordering afgewezen. De eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot omdat de gedaagde geen gemachtigde had en niet op de zitting verscheen.

Het vonnis is gewezen door de kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.

Uitkomst: Vordering tot betaling van €1.000,- wegens hogere prijsafspraak afgewezen wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11793136 \ UC EXPL 25-5856
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van
[eiseres]handelend onder de naam
[handelsnaam],
wonend in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [handelsnaam] ,
gemachtigde: Juristu Incasso Juristen B.V.
rolgemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Waar deze zaak over gaat

2.1.
[handelsnaam] is een eenmanszaak die kleding en modeartikelen verkoopt via internet. [gedaagde] en [handelsnaam] hebben onder andere via Whatsapp gecommuniceerd over de aankoop van een tas door [gedaagde] . Uiteindelijk hebben partijen op 4 januari 2025 afgesproken in het huis van de dochter van [gedaagde] . [handelsnaam] heeft daar een aantal tassen laten zien en [gedaagde] heeft een Chaneltas gekocht van [handelsnaam] . [gedaagde] heeft daarvoor € 6.350,00 betaald. Volgens [handelsnaam] heeft zij per ongeluk de verkeerde prijs ingevoerd en was een prijs van € 7.350,00 afgesproken.
2.2.
[handelsnaam] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.000,00, vermeerderd met rente en kosten.
2.3.
[gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat partijen een prijs van € 7.350,00 voor de tas hebben afgesproken, zodat de vordering van [handelsnaam] wordt afgewezen. De kantonrechter legt dat hierna uit.
3.2.
Omdat [handelsnaam] zich beroept op (de gevolgen van) de prijsafspraak, is het aan [handelsnaam] om te stellen en te onderbouwen dat die afspraak is gemaakt. [handelsnaam] schrijft in de dagvaarding dat in de overgelegde Whatsappconversatie de prijs van de tas meerdere malen duidelijk is gecommuniceerd. De kantonrechter gaat ervan uit dat [handelsnaam] doelt op het bericht van 31 december 2024 waar [gedaagde] schrijft: ‘Deze is smal van 2022 van caviaar leer 7600 compleet’ en [handelsnaam] antwoordt: ‘Ja klopt’. Hieruit volgt dus niet dat een prijs van € 7.350,00 is afgesproken.
3.3.
Beide partijen schrijven dat op 4 januari 2025 nog is onderhandeld over de prijs. Volgens [handelsnaam] is uiteindelijk een prijs van € 7.350,00 afgesproken. [gedaagde] betwist dit. Volgens [gedaagde] wist [handelsnaam] van het begin af aan dat haar budget € 6.000,00 was en is uiteindelijk een prijs van € 6.350,00 afgesproken. Deze lezing wordt ondersteund door de schriftelijke verklaring van de dochter van [gedaagde] die bij de koop aanwezig was. [handelsnaam] heeft na dit onderbouwde verweer van [gedaagde] haar stelling dat wel een prijs van € 7.350,00 was afgesproken niet nader onderbouwd.
proceskosten
3.4.
[handelsnaam] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. [gedaagde] heeft geen gemachtigde ingeschakeld en is niet op een zitting verschenen. Er zijn daarom geen kosten die als proceskosten voor vergoeding in aanmerking komen.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van [handelsnaam] af,
4.2.
veroordeelt [handelsnaam] in de proceskosten van [gedaagde] , tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.