In deze zaak vordert eiseres, Hiltermann Lease B.V., een verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomst met gedaagde is ontbonden, alsook betaling van achterstallige leasetermijnen en een schadevergoeding. Gedaagde erkent de vorderingen. De kantonrechter heeft op 24 december 2025 uitspraak gedaan in deze zaak, waarbij de vorderingen van Hiltermann zijn toegewezen. De procedure begon met een dagvaarding op 12 mei 2025, gevolgd door een conclusie van antwoord op 23 juli 2025 en een mondelinge behandeling op 8 oktober 2025. Tijdens deze behandeling werd gesproken over de teruggave van een Volkswagen Polo, die gedaagde niet kon teruggeven vanwege een betalingsprobleem met de garage. Hiltermann heeft haar eis verminderd en gedaagde heeft hiermee ingestemd.
De kern van de zaak draait om de leaseovereenkomst voor de Volkswagen Polo, waarbij gedaagde maandelijks een bedrag van € 261,06 zou betalen. Hiltermann stelt dat gedaagde deze betalingen niet heeft gedaan, wat heeft geleid tot een betalingsachterstand van € 1.566,36. De kantonrechter heeft vastgesteld dat gedaagde niet als consument heeft gehandeld, omdat de overeenkomst is gesloten in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Hierdoor kon Hiltermann de overeenkomst rechtsgeldig ontbinden. Gedaagde is veroordeeld tot betaling van in totaal € 4.326,96 aan Hiltermann, inclusief achterstallige leasetermijnen, schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten, met rente.
De kantonrechter heeft ook de proceskosten aan gedaagde opgelegd, die in het ongelijk is gesteld. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de uitspraak moet worden nageleefd, ook als gedaagde in hoger beroep gaat.