In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 24 december 2025 een beschikking gegeven in een deelgeschil over de aansprakelijkheid voor een verkeersongeval dat plaatsvond op 15 oktober 2024. Het ongeval vond plaats tussen een scooter, bestuurd door [verzoeker], en een auto, bestuurd door [verweerder sub 2]. [verzoeker] verzocht de rechtbank om vast te stellen dat Univé, de WAM-verzekeraar van [verweerder sub 2], aansprakelijk is voor de schade die hij heeft opgelopen door het ongeval. Tijdens de mondelinge behandeling op 8 december 2025 hebben beide partijen hun standpunten toegelicht. De rechtbank heeft vastgesteld dat partijen van mening verschillen over de toedracht van het ongeval. [verzoeker] stelt dat [verweerder sub 2] een verkeersfout heeft gemaakt door de bocht te krap te nemen, terwijl [verweerder sub 2] en Univé betwisten dat zij op de weghelft van [verzoeker] terecht zijn gekomen. De rechtbank heeft geconcludeerd dat niet is aangetoond dat [verweerder sub 2] een verkeersfout heeft gemaakt en heeft het verzoek van [verzoeker] afgewezen. Tevens heeft de rechtbank de kosten van de deelgeschilprocedure begroot op € 3.240,- exclusief BTW, te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 331,-.