ECLI:NL:RBMNE:2025:7071

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
UTR 25/3150
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling WOZ-waarde en beroep tegen heffingsambtenaar

In deze zaak heeft de heffingsambtenaar op 25 februari 2025 de WOZ-waarde van een onroerende zaak in [plaats 2] vastgesteld op € 838.000,- per waardepeildatum 1 januari 2024. Eiser, eigenaar van de woning, heeft bezwaar gemaakt tegen deze beschikking. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar op 15 april 2025 ongegrond verklaard, waarop eiser beroep heeft ingesteld. Partijen hebben toestemming verleend om zonder zitting uitspraak te doen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de WOZ-waarde niet meer in geschil is, aangezien partijen overeenstemming hebben bereikt over een lagere waarde van € 725.000,-. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en verlaagt de WOZ-waarde tot € 725.000,-. Tevens moet de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan eiser vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam op 30 december 2025 en is openbaar gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3150
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 30 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats 1] , eiser

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [plaats 2], de heffingsambtenaar
(gemachtigde: M.F.M. Boerlage).

Inleiding

1. De heffingsambtenaar heeft in de beschikking van 25 februari 2025 (het primaire besluit) op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak op het adres [adres] in [plaats 2] (de woning) voor het belastingjaar 2025 vastgesteld op € 838.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2024. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van deze woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing opgelegd, waarbij de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
2. Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 15 april 2025 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
3. Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
4. Partijen hebben toestemming verleend om uitspraak te doen zonder zitting. [1] De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

5. De WOZ-waarde van de woning is niet meer in geschil. Partijen hebben bij wijze van compromis overeenstemming bereikt en wel in de zin dat naar hun oordeel de waarde in het economisch verkeer, als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ, van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2024 moet worden vastgesteld op € 725.000,-.

Conclusie en gevolgen

6. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren, de uitspraak op bezwaar vernietigen en de waarde van de woning per waardepeildatum
1 januari 2024 voor het belastingjaar 2025 verlagen tot € 725.000,-.
7. Nu het beroep gegrond is, moet de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiser betalen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning tot een bedrag van
€ 725.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2024;
- bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelastingen en watersysteemheffing dienovereenkomstig wordt verminderd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van
mr.D. Burggraaf, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
30 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.