Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:7066

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
C/16/599761 / FT RK 25/918
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling zonder beschermingsbewind

Verzoekster heeft een problematische schuldenlast en verzoekt om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Zij is eerder al toegelaten tot de Wsnp, maar heeft toen niet voldaan aan haar verplichtingen, waardoor het traject zonder schone lei werd beëindigd.

De rechtbank overweegt dat verzoekster al ruim twintig jaar schulden heeft en recent nieuwe schulden heeft gemaakt. Gezien haar tekortkomingen in het verleden en haar beperkte financiële capaciteiten, stelt de rechtbank dat toelating tot de Wsnp alleen kan plaatsvinden onder de voorwaarde van beschermingsbewind.

Verzoekster heeft aangegeven geen beschermingsbewind te willen aanvragen. Hierdoor wijst de rechtbank het verzoek tot toelating af. Verzoekster kan op een later moment een nieuw verzoek indienen indien zij haar standpunt wijzigt.

Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen vanwege het ontbreken van beschermingsbewind.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Toezicht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/599761 / FT RK 25/918
uitspraakdatum: 5 december 2025
uitspraak op grond van artikel 288 van Pro de Faillissementswet
(“afwijzing toepassing schuldsanering”)
In de zaak van
[verzoekster]
,
wonende te [adres] ,
[woonplaats] ,
hierna: verzoekster.
Waar gaat deze zaak over
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldenlast. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp)).
Dit verzoek wordt afgewezen
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft op 17 september 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 19 november 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- verzoekster,
- [A] , zusje van verzoekster,
- [B] , schuldhupverleenster.

2.De feiten

2.1.
Verzoekster is op 27 februari 2001 toegelaten tot de Wsnp. Verzoekster heeft destijds niet voldaan aan de afdrachtplicht en de inlichtingenplicht. Daarom is op 14 april 2004 de schuldsanering met een half jaar verlengd.
2.2.
Op 12 oktober 2004 heeft de eindzitting plaatsgevonden. De bewindvoerder heeft toen geen “schone lei” geadviseerd. De rechtbank heeft geoordeeld dat verzoekster tekort is geschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen en dat deze tekortkoming ook kan worden toegerekend aan verzoekster.
2.3.
Verzoekster verzoekt opnieuw toegelaten te worden tot de schuldsanering, nu zij nog steeds schulden heeft. Deze schuldenlast is voor haar problematisch, nu zij grotendeels arbeidsongeschikt is verklaard.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank overweegt dat verzoekster al jarenlang een problematische schuldenlast heeft en ook recent weer nieuwe schulden heeft gemaakt. Verzoekster heeft al ruim 20 jaar schulden. In het kader van een eerdere WSNP is verzoekster tekortgeschoten in de nakoming van de afdrachtplicht en de inlichtingenplicht en is het traject zonder schone lei beëindigd. Op grond van het voorgaande houdt de rechtbank ernstig rekening met de omstandigheid dat verzoekster niet beschikt over voldoende capaciteiten om haar financiën op juiste wijze te beheren. De rechtbank is daarom van oordeel dat het voor een voorspoedig verloop van de WSNP noodzakelijk is dat verzoekster onder bewind wordt gesteld. Het voorgaande is ter zitting besproken en aan verzoekster is voorgehouden dat de rechtbank aan haar toelating tot de WSNP de voorwaarde stelt van beschermingsbewind. De rechtbank heeft vervolgens verzoekster in de gelegenheid gesteld om zich twee weken hierover te beraden, alvorens een beslissing te nemen op het verzoek.
3.2.
De schuldhulpverleenster heeft binnen twee weken na de zitting namens verzoekster laten weten, dat verzoekster geen beschermingsbewind zal aanvragen.
3.3.
Nu de rechtbank beschermingsbewind als voorwaarde heeft gesteld aan toelating tot de Wsnp zal het verzoek tot toelating worden afgewezen.
3.4.
Mocht verzoekster op enig moment haar standpunt over beschermingsbewind wijzigen, dan staat het haar vrij een nieuw verzoek in te dienen.

4.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.E. Bernini en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025. [1]