ECLI:NL:RBMNE:2025:7061

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
31 december 2025
Zaaknummer
UTR 24/7793
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens niet tijdig beslissen door bestuursorgaan

In deze zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen, omdat hij van mening is dat er niet tijdig is beslist op zijn aanvraag voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag, ingediend op 4 mei 2022. De rechtbank had eerder, op 31 mei 2024, een beroep van eiser gegrond verklaard en de Dienst Toeslagen opgedragen om uiterlijk 1 juli 2024 een besluit op bezwaar te nemen. Op 17 juni 2024 heeft de Dienst Toeslagen een beslissing genomen, maar eiser heeft pas op 3 december 2024 beroep ingesteld, omdat hij stelt dat hij geen tijdige beslissing heeft ontvangen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk is, omdat de Dienst Toeslagen op het moment van indienen van het beroep wel degelijk een besluit had genomen. Eiser heeft aangevoerd dat hij het besluit van 17 juni 2024 niet heeft ontvangen, maar de Dienst Toeslagen heeft gesteld dat het besluit per e-mail is verzonden, met instemming van eiser. De rechtbank heeft geconcludeerd dat, ongeacht de vraag of het besluit correct is verzonden, het beroep van eiser niet-ontvankelijk is omdat er op dat moment een besluit was genomen.

De rechtbank heeft ook overwogen dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling, aangezien het onaannemelijk is dat de e-mail met het besluit eiser niet heeft bereikt. De uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler op 18 december 2025, en is openbaar uitgesproken. Eiser heeft de mogelijkheid om in beroep te gaan bij de Raad van State binnen zes weken na de uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7793

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. R. Grijpstra),
en

Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 4 mei 2022 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
Bij uitspraak van 31 mei 2024 heeft deze rechtbank een eerder beroep tegen het niet tijdig beslissen van eiser gegrond verklaard en verweerder opgedragen uiterlijk 1 juli 2024 een besluit op bezwaar te nemen.
Op 17 december 2024 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft op 21 januari 2025 een reactie gegeven op het verweerschrift.
Verweerder heeft desgevraagd antwoord gegeven op de vragen van de rechtbank.
Partijen zijn gevraagd of zij gehoord willen worden op een zitting. Geen van partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van dit recht. [1] Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [2] Het
beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [3]
2. Op 17 juni 2024 heeft verweerder een beslissing genomen op de aanvraag van eiser.
Eiser heeft bij brief van 3 december 2024 beroep ingesteld, omdat hij stelt dat verweerder niet tijdig een beslissing op aanvraag heeft genomen.
3. Verweerder stelt in het verweerschrift dat eiser geen procesbelang heeft, omdat eiser
het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn aanvraag heeft ingesteld, nadat verweerder een besluit heeft genomen. Eiser stelt dat hij het besluit van 17 juni 2024 niet heeft ontvangen. Bij brief van 15 oktober 2025 heeft de rechtbank verweerder verzocht de verzending van het bestreden besluit aannemelijk te maken.
4. Volgens verweerder is het besluit van 17 juni 2024 per e-mail aan eiser toegezonden, nadat
telefonisch contact met eiser had plaatsgevonden. Tijdens dit gesprek heeft eiser ermee ingestemd dat het besluit per e-mail zou worden verzonden, aangezien hij op dat moment niet over een woonadres beschikte (productie 5). Daarnaast heeft verweerder voorafgaand aan de verzending per e-mail een schriftelijke bevestiging van eiser ontvangen, waarin hij met deze wijze van toezending instemde (productie 6).
5. Daargelaten of het besluit juist is verzonden, staat vast dat verweerder een besluit heeft
genomen op het moment van indienen van het beroep niet tijdig. Dit betekent dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk is. De rechtbank kan het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk beoordelen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Dit zou anders zijn indien vast staat dat eiser pas veel later bekend is geworden met het genomen besluit. De rechtbank acht het echter onaannemelijk dat de e-mail met het besluit eiser niet heeft bereikt, nu deze is verzonden in antwoord op een e-mail van eiser zelf.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.
De griffier is buiten staat
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Voetnoten

1.Artikel 8:57, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.