Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
te ondertekenen
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen, omdat hij van mening is dat er niet tijdig is beslist op zijn aanvraag voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag, ingediend op 4 mei 2022. De rechtbank had eerder, op 31 mei 2024, een beroep van eiser gegrond verklaard en de Dienst Toeslagen opgedragen om uiterlijk 1 juli 2024 een besluit op bezwaar te nemen. Op 17 juni 2024 heeft de Dienst Toeslagen een beslissing genomen, maar eiser heeft pas op 3 december 2024 beroep ingesteld, omdat hij stelt dat hij geen tijdige beslissing heeft ontvangen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk is, omdat de Dienst Toeslagen op het moment van indienen van het beroep wel degelijk een besluit had genomen. Eiser heeft aangevoerd dat hij het besluit van 17 juni 2024 niet heeft ontvangen, maar de Dienst Toeslagen heeft gesteld dat het besluit per e-mail is verzonden, met instemming van eiser. De rechtbank heeft geconcludeerd dat, ongeacht de vraag of het besluit correct is verzonden, het beroep van eiser niet-ontvankelijk is omdat er op dat moment een besluit was genomen.
De rechtbank heeft ook overwogen dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling, aangezien het onaannemelijk is dat de e-mail met het besluit eiser niet heeft bereikt. De uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler op 18 december 2025, en is openbaar uitgesproken. Eiser heeft de mogelijkheid om in beroep te gaan bij de Raad van State binnen zes weken na de uitspraak.