ECLI:NL:RBMNE:2025:7041
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking verzoekschrift in ontslag op staande voet
In deze zaak heeft verzoeker, wonende te [woonplaats], op 13 oktober 2025 een verzoekschrift ingediend tot vernietiging van een ontslag op staande voet. De mondelinge behandeling was gepland op 11 december 2025, maar verzoeker heeft op 27 november 2025 per e-mail het verzoekschrift ingetrokken. Verwerende partij, Stichting [naam stichting], heeft op 2 december 2025 ingestemd met de intrekking, maar heeft aanspraak gemaakt op vergoeding van de gemaakte proceskosten. De griffier heeft partijen op 8 december 2025 geïnformeerd dat de mondelinge behandeling niet doorgaat en dat schriftelijk op het verzoek tot proceskostenvergoeding zal worden beslist. De kantonrechter heeft vastgesteld dat verzoeker het verzoekschrift heeft ingetrokken, waardoor alleen de proceskostenveroordeling aan de orde is. Volgens artikel 1.4.8 van het Procesreglement kan een verzoek worden ingetrokken zolang er nog niet op is beslist. De kantonrechter heeft echter geoordeeld dat Stichting [naam stichting] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij kosten heeft gemaakt voor het opstellen van een verweerschrift, ondanks dat er nog geen verweerschrift was ingediend. Verzoeker wordt als in het ongelijk gestelde partij beschouwd en moet de proceskosten van € 542,00 betalen aan Stichting [naam stichting]. De beschikking is gegeven door mr. A.R. Creutzberg en openbaar uitgesproken op 17 december 2025.