ECLI:NL:RBMNE:2025:7037

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
11869323 \ UC EXPL 25-7038
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering betaling van tandartskosten met proceskostenveroordeling

In deze zaak heeft Infomedics B.V. [gedaagde] gedagvaard voor de kantonrechter in Utrecht, met als doel betaling van een restant van tandartskosten ter hoogte van € 384,23. De gedaagde heeft een betalingsregeling getroffen, maar is deze niet nagekomen. De kantonrechter heeft op 17 december 2025 geoordeeld dat de gedaagde de vordering van Infomedics moet voldoen, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedaagde niet heeft betwist dat zij de tandartskosten nog gedeeltelijk moet betalen en dat de wettelijke rente verschuldigd is. De kantonrechter heeft ook de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen, omdat Infomedics aan de eisen van het Burgerlijk Wetboek heeft voldaan. De gedaagde heeft verzocht om geen of beperkte proceskosten toe te wijzen, maar de kantonrechter heeft geoordeeld dat Infomedics niet onredelijk heeft gehandeld door de procedure te starten. De gedaagde moet de proceskosten van € 378,78 betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11869323 \ UC EXPL 25-7038 RJ/58605
Vonnis van 17 december 2025
in de zaak van
INFOMEDICS B.V.,
gevestigd te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Infomedics,
gemachtigde: Bosveld Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Infomedics heeft [gedaagde] op 14 augustus 2025 gedagvaard voor de kantonrechter. [gedaagde] heeft op 23 augustus 2025 schriftelijk op de dagvaarding gereageerd. Vervolgens heeft de kantonrechter bepaald dat op 5 december 2025 een mondelinge behandeling wordt gehouden.
1.2.
Op 3 december 2025 heeft Infomedics de rechtbank gemaild met de mededeling dat er een betalingsregeling is overeengekomen, onder verband van het vonnis. Infomedics verzoekt om de afspraken vast te leggen in een proces-verbaal en merkt op dat de geplande zitting volgens haar overbodig is.
1.3.
Namens de kantonrechter is op 4 december 2025 aan partijen gemaild dat de kantonrechter begrijpt dat zij nog wel een beslissing moet nemen over de proceskosten. Ook is in deze mail gevraagd of [gedaagde] er ook mee akkoord is dat er op basis van de overgelegde stukken een beslissing wordt genomen.
1.4.
Infomedics heeft op 4 december 2025 gemaild dat in de betalingsregeling ook de proceskosten (dagvaardingskosten, griffierecht en één punt salaris gemachtigde) zijn opgenomen en [gedaagde] met het accepteren van deze betalingsregeling heeft ingestemd met het totale bedrag, inclusief deze kosten.
1.5.
[gedaagde] heeft op 4 december 2025 de rechtbank gemaild dat zij akkoord is met het nemen van een beslissing op basis van de stukken en dat de mondelinge behandeling niet door hoeft te gaan. [gedaagde] herhaalt ook dat zij het niet eens is met de proceskosten.
1.6.
Op 5 december 2025 heeft de kantonrechter bepaald dat de mondelinge behandeling niet doorgaat en dat over 4 weken, of zoveel eerder als mogelijk, vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
Infomedics wil dat [gedaagde] € 384,23 aan haar betaalt, bestaande uit (een restant van) kosten van een tandartsbehandeling, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] betwist de vordering niet, maar verzoekt de kantonrechter haar niet of slechts beperkt te veroordelen in de proceskosten. [gedaagde] had namelijk een betalingsregeling, maar heeft één hele termijn en één halve termijn door omstandigheden niet kunnen betalen. Zij vindt het niet redelijk dat dit meteen tot een dagvaarding heeft geleid. De kantonrechter geeft Infomedics gelijk: [gedaagde] moet nog € 384,23 en de proceskosten aan Infomedics betalen. Maar omdat er na dagvaarding een nieuwe betalingsregeling is getroffen onder verband van vonnis, mag Infomedics het verschuldigde bedrag niet in één keer opeisen (het vonnis ten uitvoer leggen), als [gedaagde] de betalingsregeling juist nakomt.

3.De beoordeling

[gedaagde] moet de tandartskosten betalen
3.1.
[gedaagde] heeft niet betwist dat zij de tandartskosten van € 650,00 nog gedeeltelijk moet betalen. Deze kosten worden daarom toegewezen.
[gedaagde] moet de wettelijke rente betalen
3.2.
Omdat [gedaagde] de tandartskosten nog moet betalen, moet zij daarover ook wettelijke rente betalen. Die rente is namelijk een vergoeding voor de vertraging in de betaling. De wettelijke rente bedraagt € 22,70 tot 4 augustus 2025. Daarnaast wijst de kantonrechter de wettelijke rente toe vanaf 4 augustus 2025 tot het moment waarop [gedaagde] alles heeft betaald.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.3.
Infomedics vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Infomedics heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 47,16 (zoals gevorderd) worden toegewezen.
Conclusie
3.4.
[gedaagde] moet de tandartskosten, de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten betalen, maar heeft op het moment van dagvaarden ook al € 335,63 aan Infomedics betaald. Dat betekent dat het volgende bedrag wordt toegewezen:
  • factuurbedrag € 650,00
  • wettelijke rente tot 4 augustus 2025 € 22,70
  • buitengerechtelijke incassokosten
Subtotaal € 719,86
- betaald door [gedaagde]
€ 335,63
Totaal
€ 384,23
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.5.
[gedaagde] heeft de kantonrechter verzocht om rekening te houden met de door haar getroffen en grotendeels nagekomen betalingsregeling en geen of slechts beperkte proceskosten aan haar toe te wijzen. De kantonrechter begrijpt dit verweer zo, dat [gedaagde] vindt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Infomedics een procedure tegen haar is gestart. [1] De kantonrechter overweegt hierover als volgt.
3.6.
Schuldeiser en schuldenaar zijn verplicht zich ten opzichte van elkaar redelijk en billijk te gedragen. [2] Hieruit volgt dat Infomedics niet zonder redelijke grond een gerechtelijke procedure mag starten. De vraag is of Infomedics dat heeft gedaan. De kantonrechter komt tot de conclusie dat dat niet het geval is om de volgende redenen.
3.7.
[gedaagde] heeft vanaf 29 mei 2025 met Infomedics een betalingsregeling afgesloten. Zij heeft in mei één termijn betaald. Meteen daarna, in juni, heeft zij niets betaald en in juli maar een halve termijn, waardoor de betalingsregeling is komen te vervallen. Op basis daarvan heeft Infomedics kennelijk de afweging gemaakt dat een betalingsregeling niet zou werken om de openstaande vordering betaald te krijgen en besloten [gedaagde] te dagvaarden. [gedaagde] heeft nadat ze de dagvaarding had ontvangen kennelijk weer verzocht om een betalingsregeling. Infomedics heeft daaraan meegewerkt, maar wilde wel een uitspraak van de rechtbank achter de hand hebben voor het geval [gedaagde] de betalingsregeling weer niet zou nakomen. Daarom is de dagvaarding nadat de tweede betalingsregeling is getroffen bij de kantonrechter ingediend.
3.8.
Die opstelling van Infomedics is niet onredelijk. [gedaagde] is namelijk de eerste betalingsregeling al bij de tweede betaling niet nagekomen. Uit de stukken kan de kantonrechter niet opmaken dat er een zwaarwegende omstandigheid was waardoor [gedaagde] de overeengekomen termijnbedragen niet kon betalen en/of dat zij Infomedics daarvan meteen op de hoogte heeft gesteld met het verzoek om uitstel met een voorstel voor verdere betalingen. Daardoor mocht [gedaagde] niet zomaar van Infomedics verwachten dat eerst een nieuwe betalingsregeling zou worden getroffen voordat Infomedics naar de kantonrechter zou gaan om incassomaatregelen te treffen.
3.9.
[gedaagde] zal daarom de proceskosten (inclusief nakosten) aan Infomedics moeten betalen. De proceskosten van Infomedics worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
82,00
(1 punt × € 82,00)
- nakosten
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
378,78
Betalingen door [gedaagde]
3.10.
Eventuele betalingen die [gedaagde] na de dagvaarding heeft gedaan, strekken uiteraard nog in mindering op het in dit vonnis toegewezen bedrag.
Betalingsregeling na dagvaarding
3.11.
[gedaagde] heeft de kantonrechter verzocht haar in staat te stellen haar schuld via termijnen te blijven voldoen in plaats van het volledige bedrag ineens opeisbaar te verklaren. De kantonrechter kan, hoewel zij goed begrijpt dat [gedaagde] dit graag wil, Infomedics geen betalingsregeling opleggen. Infomedics is namelijk op grond van artikel 6:29 BW niet verplicht akkoord te gaan met een betalingsregeling. Partijen hebben echter na het uitbrengen van de dagvaarding (op 20 augustus 2025) zelf opnieuw een betalingsregeling met elkaar getroffen. Dit heeft geen gevolgen voor de toewijsbaarheid van de vordering, omdat de betalingsregeling onder verband van vonnis is getroffen. Maar dit betekent wel dat Infomedics het verschuldigde bedrag niet in één keer mag opeisen (het vonnis ten uitvoer leggen), als [gedaagde] de betalingsregeling juist nakomt.
Betalingsregeling niet in proces-verbaal
3.12.
Tot slot heeft Infomedics de kantonrechter verzocht om de betalingsregeling in een proces-verbaal vast te leggen. Partijen waren het echter niet eens over de proceskosten. Dit houdt in dat partijen geen alles omvattende regeling van hun geschil hebben getroffen zodat een en ander niet in een proces-verbaal kan worden opgenomen. Daarvoor is bovendien vereist dat er een door beide partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst is die aan het proces-verbaal wordt gehecht, maar die ontbreekt. De betalingsregeling kan dus niet in een proces-verbaal worden vastgelegd.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics te betalen een bedrag van € 384,23, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 314,37 met ingang van 4 augustus 2025, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 378,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op
17 december 2025.

Voetnoten

1.Art. 6:248 BW
2.Art. 6:2 BW