ECLI:NL:RBMNE:2025:6980
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag parkeerbelasting en de verplichtingen van de parkeerder
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 30 oktober 2023. De heffingsambtenaar heeft op 23 september 2023 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft hier bezwaar tegen gemaakt, maar de heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft hierop beroep ingesteld.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 september 2025, waar zowel de gemachtigde van eiser als de gemachtigde van de heffingsambtenaar aanwezig waren. Eiser betwistte de naheffingsaanslag en voerde aan dat hij niet op de hoogte was van het betaald parkeren, omdat een bloempot het bord “betaald parkeren” verhinderde. De heffingsambtenaar stelde echter dat de bebording voldoende kenbaar was en dat eiser eerder op de dag wel had betaald voor parkeren in de nabijgelegen straat.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de plicht heeft om parkeerders te informeren over de locaties waar parkeerbelasting verschuldigd is. Tegelijkertijd mag van eiser verwacht worden dat hij bij aanvang van het parkeren voldoende onderzoek doet naar de parkeerregels. De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, omdat eiser zich niet voldoende heeft ingespannen om te onderzoeken of hij parkeerbelasting verschuldigd was. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard.