ECLI:NL:RBMNE:2025:6980

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
UTR 23/6321
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Naheffingsaanslag parkeerbelasting en de verplichtingen van de parkeerder

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 30 oktober 2023. De heffingsambtenaar heeft op 23 september 2023 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft hier bezwaar tegen gemaakt, maar de heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft hierop beroep ingesteld.

De zaak is behandeld op de zitting van 3 september 2025, waar zowel de gemachtigde van eiser als de gemachtigde van de heffingsambtenaar aanwezig waren. Eiser betwistte de naheffingsaanslag en voerde aan dat hij niet op de hoogte was van het betaald parkeren, omdat een bloempot het bord “betaald parkeren” verhinderde. De heffingsambtenaar stelde echter dat de bebording voldoende kenbaar was en dat eiser eerder op de dag wel had betaald voor parkeren in de nabijgelegen straat.

De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de plicht heeft om parkeerders te informeren over de locaties waar parkeerbelasting verschuldigd is. Tegelijkertijd mag van eiser verwacht worden dat hij bij aanvang van het parkeren voldoende onderzoek doet naar de parkeerregels. De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, omdat eiser zich niet voldoende heeft ingespannen om te onderzoeken of hij parkeerbelasting verschuldigd was. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/6321

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: [gemachtigde] )
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht
(gemachtigde: mr. M.F.M. Boerlage).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 30 oktober 2023.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 23 september 2023 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] . Eiser heeft hier bezwaar tegen gemaakt.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 30 oktober 2023 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft beroep ingesteld.
1.3.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 september 2025. De gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting. Ook was aanwezig de vader van eiser, [A] .

Overwegingen

Feiten
2. Op 30 augustus 2023 om 18:25 uur is vastgesteld dat de auto van eiser, met het kenteken [kenteken] , stond geparkeerd op de Oudlaan in Utrecht zonder dat parkeerbelasting was betaald. Tussen partijen is in geschil of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser voert aan dat het hem niet duidelijk was dat de plaats waar zijn auto stond onder betaald parkeren viel. Volgens eiser was het bord “betaald parkeren” niet te zien door de aanwezigheid van een bloempot. Eiser heeft daartoe foto’s overgelegd ter bewijs. Eiser geeft verder aan dat aan de kant van de weg waar hij geparkeerd stond, geen aanwijzingen stonden waaruit bleek dat er sprake was van betaald parkeren.
4. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat het voldoende kenbaar is dat er voor het gebied waar eiser geparkeerd heeft, betaald parkeren gold. Zo blijkt uit de bebording dat er sprake is van betaald parkeren en stond eiser op basis van de coördinaten uit het brondocument, vlakbij een parkeerautomaat geparkeerd. Eiser heeft eerder op de dag wel betaald voor het parkeren toen de auto geparkeerd stond op de Gebrandystraat, de straat die haaks ligt op de Oudlaan. Het parkeerrecht van eiser was verlopen om 17:25 uur, terwijl de scanauto om 18:25 uur langsreed.
5. De rechtbank overweegt als volgt. Op de heffingsambtenaar rust de plicht om parkeerders te informeren over de locaties waar voor het parkeren parkeerbelasting is verschuldigd. Daarnaast mag van eiser als parkeerder verwacht worden dat hij bij aanvang van het parkeren voldoende onderzoekt of parkeerbelasting verschuldigd is. Dit houdt in dat eiser oplet of hij bebording ‘betaald parkeren’ of een parkeerautomaat ziet en dat hij zich – nadat hij heeft geparkeerd – inspant om te onderzoeken of voor het parkeren parkeerbelasting verschuldigd is. In dit geval was de parkeerautomaat waar eiser bij in de buurt geparkeerd stond naar het oordeel van de rechtbank voldoende aanwijzing dat daar inderdaad betaald parkeren gold. Bovendien blijkt ook uit het feit dat eiser eerder op de dag wel voor het parkeren heeft betaald dat hij zich ervan bewust was dat er op de bewuste plaats een betaald parkeerregime gold.
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht heeft opgelegd en dat eiser deze moet betalen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Vermeer griffier. Uitgesproken in het openbaar op 28 november 2025.
de griffier is verhinderd
rechter

om de uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.