Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker
het CAK, afdeling Bezwaar en Beroep, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het CAK waarin een eigen bijdrage was berekend. Tijdens de procedure heeft het CAK erkend dat de eigen bijdrage te hoog was vastgesteld en heeft toegezegd het teveel betaalde bedrag terug te betalen. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten die in de beroepsfase zijn gemaakt.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek om proceskostenveroordeling. Omdat het beroep is ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan, kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen tot betaling van de proceskosten.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker tijdens de bezwaarfase geen proceskostenvergoeding heeft gevraagd, zodat de beoordeling zich beperkt tot de beroepsfase. De rechtbank acht het verzoek kennelijk gegrond en veroordeelt het CAK tot betaling van € 907,- aan proceskosten, gebaseerd op een puntensysteem voor rechtsbijstand, en daarnaast het griffierecht van € 53,-.
De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier S.N. Lekatompessij op 19 december 2025 te Utrecht.
Uitkomst: Het CAK wordt veroordeeld tot betaling van € 907,- aan proceskosten en € 53,- aan griffierecht aan verzoeker.