In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Midden-Nederland het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein, dat op 26 april 2024 een wijziging van de voorschriften over geluid in de omgevingsvergunning voor een slachterij met vleesverwerking en een vrieshuis heeft goedgekeurd. Eiser, die in de nabijheid woont, is het niet eens met deze wijziging en stelt dat zijn zienswijze niet is meegenomen in de besluitvorming. De rechtbank oordeelt dat dit gebrek kan worden gepasseerd op basis van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar veroordeelt het college wel tot vergoeding van de proceskosten van eiser. De rechtbank concludeert dat de nieuwe geluidsnormen, hoewel ze een verslechtering voor eiser betekenen, binnen de richtwaarden blijven zoals vastgelegd in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. De rechtbank vindt het niet onredelijk dat het college het belang van de vergunninghouder zwaarder heeft laten wegen dan dat van eiser, gezien de locatie van eiser op een bedrijventerrein. De rechtbank oordeelt dat het geluidsonderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de vergunninghouder zich aan de nieuwe geluidsnormen moet houden. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, en de nieuwe voorschriften blijven in stand.