ECLI:NL:RBMNE:2025:6903

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/6070
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op Woo-verzoek door Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

In deze zaak heeft de Stichting House of Animals op 22 oktober 2025 beroep ingesteld tegen de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, omdat deze niet tijdig had beslist op een verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). De minister heeft op 25 november 2025 alsnog een besluit genomen op het Woo-verzoek van de eiseres. De rechtbank heeft besloten dat een zitting niet nodig is en heeft de proceskostenvergoeding aan de eiseres toegewezen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister met het besluit van 25 november 2025 tegemoet is gekomen aan het beroep van de eiseres. Eiseres heeft daarop het beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren, maar heeft geen reactie ontvangen. De rechtbank heeft de minister veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan de eiseres, berekend op basis van de bijstand door een gemachtigde. Daarnaast is de minister verplicht om het door de eiseres betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter mr. I. Helmich en is openbaar uitgesproken op 23 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6070

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2025 in de zaak tussen

Stichting House of Animals, uit Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. H. van Drunen),
en

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 22 oktober 2025 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).
Op 25 november 2025 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op het Woo-verzoek van verzoekster.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. De rechtbank stelt vast dat verweerder met het besluit van 25 november 2025 tegemoet is gekomen aan het beroep niet tijdig beslissen van eiseres. Eiseres heeft daarop het beroep ingetrokken en verzocht om toekenning van proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren, maar de rechtbank heeft van verweerder geen reactie ontvangen.
4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,-), bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 453,50.
5. Uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling aan verzoekster van € 453,50 aan proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).