ECLI:NL:RBMNE:2025:69

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 januari 2025
Publicatiedatum
15 januari 2025
Zaaknummer
UTR 24/7640
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 3:41 AwbArt. 6:9 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen WOZ-besluit niet-ontvankelijk wegens te late indiening

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een WOZ-besluit van 9 oktober 2024, maar dit beroep is pas op 27 november 2024 ontvangen, terwijl de wettelijke termijn zes weken na bekendmaking is verstreken. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief verzocht een toelichting te geven op de late indiening, maar hierop is niet gereageerd.

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een beroep tijdig worden ingediend om inhoudelijk te worden behandeld. De rechtbank kan alleen afwijken van deze hoofdregel als er sprake is van omstandigheden buiten de macht van eiser die de vertraging rechtvaardigen, hetgeen hier niet is aangetoond.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en doet geen inhoudelijke uitspraak over het beroep. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken een verzetschrift in te dienen.

Uitkomst: Het beroep tegen het WOZ-besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7640

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 januari 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht,verweerder.

Inleiding

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 27 november 2024 tegen het besluit van verweerder van 9 oktober 2024.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van Pro de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. Op grond van artikel 6:9 van Pro de Awb is een beroep tijdig ingediend, indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 9 oktober 2024. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 20 november 2024 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 27 november 2024. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief van 28 november 2024 in de gelegenheid gesteld om te laten weten waarom hij het beroep na afloop van de beroepstermijn heeft ingediend. Eiser heeft op voorgaand verzoek van de rechtbank niet gereageerd.
6. Het beroep zal dan niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
L. El Kabch, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.