ECLI:NL:RBMNE:2025:6896

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
601884 KG ZA 25-550
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing inzagevordering in kort geding inzake collectieve inkoop energie met geheimhoudingsbeding

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 29 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen [eiseres] B.V. en [handelsnaam gedaagde] B.V. De eiseres vorderde inzage in documenten met betrekking tot een tenderprocedure voor energiekosten, waarbij [handelsnaam gedaagde] als opdrachtnemer fungeerde. De voorzieningenrechter oordeelde dat [eiseres] een spoedeisend belang had bij de gevraagde inzage, aangezien deze documenten relevant waren voor een lopende bodemprocedure tussen [eiseres] en [bedrijf 1]. De voorzieningenrechter wees de vorderingen van [eiseres] gedeeltelijk toe, maar erkende ook dat er gewichtige redenen waren voor [handelsnaam gedaagde] om bepaalde informatie niet te verstrekken, zoals bedrijfsvertrouwelijke gegevens en geheimhoudingsverplichtingen. Desondanks werd [handelsnaam gedaagde] veroordeeld om binnen twee weken afschrift te verstrekken van specifieke documenten, met een dwangsom voor het geval van niet-naleving. De rechter verklaarde de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad en wees de proceskosten toe aan [handelsnaam gedaagde].

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/601884 / KG ZA 25-550
Vonnis in kort geding van 29 december 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. J.A. Kopp te Utrecht,
tegen
[gedaagde] B.V. THODN [handelsnaam gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [handelsnaam gedaagde] ,
advocaat: mr. J. van Zinderen te Utrecht.

1.De procedure

1.1.
De voorzieningenrechter beschikt over de volgende stukken:
- de dagvaarding van 24 november 2025 met producties 1 tot en met 15
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 19.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling van 15 december 2025 zijn namens [eiseres] verschenen: de heer [A] (statutair bestuurder) en mr. Kopp. Namens [handelsnaam gedaagde] zijn verschenen de heer [B] (oud-eigenaar en inkoper), de heer [C] (bedrijfsjurist) en mr. Van Zinderen.
1.3.
De advocaten hebben spreekaantekeningen voorgelezen, die aan het dossier zijn toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder tijdens de mondelinge behandeling is besproken. Aan het eind van de mondelinge behandeling is bepaald dat op 29 december 2025 vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
[eiseres] vordert op grond van artikel 195 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv) veroordeling van [handelsnaam gedaagde] om op straffe van een dwangsom afschrift te verstrekken van de “ongelakte” schriftelijke gegevens met betrekking tot de tenderprocedure voor energiekosten voor (onder meer) [eiseres] . [eiseres] vordert ook afschrift van de overeenkomst tussen [handelsnaam gedaagde] en [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ), volgens [handelsnaam gedaagde] de winnaar van de tender. De voorzieningenrechter wijst die vorderingen gedeeltelijk toe. Voor een deel van de gevraagde gegevens is echter voldoende aannemelijk dat gewichtige redenen zich ertegen verzetten dat [handelsnaam gedaagde] afschrift moet verstrekken. Dit oordeel wordt hierna verder toegelicht.

3.De verdere achtergronden van het geschil

3.1.
[eiseres] exploiteert een [horecagelegenheid] in Utrecht. [handelsnaam gedaagde] houdt zich onder meer bezig met de collectieve inkoop van energie voor horecaondernemingen, sinds 2021 ook voor [eiseres] .
3.2.
[handelsnaam gedaagde] heeft in 2023 voor [eiseres] en andere horecaondernemingen onderhandeld over de tarieven en andere voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas in de jaren 2024, 2025 en 2026. Volgens [handelsnaam gedaagde] is daar bij het door haar ontwikkelde specifieke inkoopconcept voor horecabedrijven gevolgd. Dat concept komt in de kern neer op het volgende:
Horecabedrijven die met het collectief mee willen doen, geven aan [handelsnaam gedaagde] een volmacht om namens hen energieovereenkomsten aan te gaan.
[handelsnaam gedaagde] maakt een voorselectie van energieleveranciers en benadert deze met de vraag of zij een aanbod willen doen voor de levering van energie aan de deelnemende horecabedrijven.
Aan de hand van deze biedingen onderhandelt [handelsnaam gedaagde] verder met de geïnteresseerde energieleveranciers.
[handelsnaam gedaagde] selecteert de energieleverancier met de meest gunstige voorwaarden en brengt (met de onder a genoemde volmacht) de energieovereenkomsten tot stand tussen die leverancier en de deelnemende horecabedrijven.
De onder b tot en met d genoemde stappen van dit traject worden in deze uitspraak: de tender genoemd. [handelsnaam gedaagde] laat de tender uitvoeren door een externe partij waarvan zij de naam niet bekend heeft gemaakt (deze partij hierna: de energieadviseur).
3.3.
[handelsnaam gedaagde] heeft haar klanten op 4 september 2025 bericht dat [bedrijf 1] als beste partij uit de tender is gekomen. Eind 2023 heeft [handelsnaam gedaagde] tussen [eiseres] [1] en [bedrijf 1] een overeenkomst tot stand gebracht voor de levering van gas en elektriciteit voor de jaren 2024, 2025 en 2026. Op 31 oktober 2023 heeft [handelsnaam gedaagde] binnen de uitonderhandelde kaders (mede) namens [eiseres] de vaste jaarprijzen voor het jaar 2024 vastgelegd.
3.4.
[eiseres] heeft op 13 december 2023 bij [handelsnaam gedaagde] aangegeven dat zij de tarieven van [bedrijf 1] veel te hoog vond en heeft op 18 januari 2024 aangekondigd over te stappen naar een andere energieleverancier. Dat heeft zij vervolgens ook gedaan, waarna [bedrijf 1] vanwege die beëindiging aanzienlijke contractuele opzegvergoedingen in rekening heeft gebracht. [bedrijf 1] is bij deze rechtbank een bodemprocedure tegen [eiseres] begonnen waarin zij betaling van deze opzegvergoedingen heeft gevorderd. Die vordering is bij vonnis 1 oktober 2025 toegewezen. [eiseres] overweegt in hoger beroep te gaan.
3.5.
[bedrijf 1] voert een vergelijkbare bodemprocedure tegen [bedrijf 2] B.V., een aan [eiseres] gelieerde vennootschap (hierna: [bedrijf 2] ). In die procedure zal op 24 februari 2026 pleidooi in het hoger beroep plaatsvinden. [2]

4.De beoordeling

Het gaat om een spoedeisende zaak
4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiseres] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. [eiseres] heeft op dit punt aangevoerd dat op 1 januari 2026 de termijn voor hoger beroep in de procedure tussen haar en [bedrijf 1] zal aflopen en dat op 24 februari 2026 pleidooi is bepaald in het hoger beroep in de procedure tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 2] . De documenten die zij vraagt, wil zij in die procedures gebruiken. Daarmee is het spoedeisend belang van [eiseres] voldoende onderbouwd.
Voldoende kans op toewijzing in de bodemprocedure
4.2.
Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
De maatstaf voor inzagevorderingen
4.3.
Op grond van artikel 195 lid 1 Rv kan de rechter een partij die over bepaalde gegevens beschikt bevelen om inzage afschrift, of uittreksel [3] te verstrekken van gegevens als deze partij daartoe niet zelf overgaat en voldaan is aan de vereisten die voortvloeien uit artikel 194 lid 1 Rv. Deze vereisten zijn:
  • i) dat degene die afschrift vordert, partij is bij de rechtsbetrekking waarover de gevraagde gegevens gaan;
  • ii) dat voldoende is bepaald van welke gegevens precies afschrift wordt gevorderd; en
  • iii) dat er voldoende belang bestaat.
Als aan die vereisten is voldaan, moet het bevel alsnog worden afgewezen als een gewichtige reden zich verzet tegen het verstrekken van afschrift. [4]
Als [handelsnaam gedaagde] gegevens bij de energieadviseur kan opvragen, geldt dat zij daarover beschikt
4.4.
[handelsnaam gedaagde] heeft aangevoerd dat zij over een deel van de gevraagde gegevens niet kan beschikken, omdat deze zich niet fysiek onder haar bevinden, maar onder de energieadviseur. De term ‘beschikt’ moet echter zo ruim worden uitgelegd dat daaronder ook de situatie valt dat [handelsnaam gedaagde] de gegevens niet zelf onder zich heeft maar deze wel gemakkelijk van een derde kan verkrijgen. De ruime strekking impliceert verder dat gegevens over een rechtsbetrekking niet alleen bij de wederpartij kunnen worden opgevraagd, maar ook rechtstreeks bij een derde die zelf geen partij is bij de rechtsbetrekking waarover het onderliggende geschil gaat. [5] De voorzieningenrechter van oordeel dat [handelsnaam gedaagde] ook in dit geval verplicht is om zo nodig de gegevens bij de energieadviseur op te vragen. Daarbij weegt mee dat [handelsnaam gedaagde] de tender op eigen initiatief en buiten het zicht van [eiseres] heeft uitbesteed aan de energieadviseur.
De rechtsbetrekking
4.5.
De gevraagde gegevens zien op een rechtsbetrekking waarbij [eiseres] partij is en [handelsnaam gedaagde] ook. De gevraagde gegevens gaan immers over vraag of en hoe die tender is uitgevoerd en [handelsnaam gedaagde] heeft de tender laten uitvoeren in opdracht van – onder meer – [eiseres] . De rechtsbetrekking kwalificeert als een overeenkomst van opdracht tussen [eiseres] als opdrachtgever en [handelsnaam gedaagde] als haar opdrachtnemer.
De gevraagde gegevens zijn erg ruim omschreven maar op zichzelf wel voldoende bepaald
4.6.
[eiseres] heeft voldoende duidelijk gemaakt van welke gegevens zij afschrift vordert. In het petitum worden de gegevens waarvan afschrift wordt gevorderd als volgt omschreven:
(…) “
originele, en onbewerkte (ongelakte) documentatie ter zake van:
de aankondiging van de tender naar marktpartijen toe. Dus de uitnodiging of correspondentie waarin – onder meer en niet hiertoe beperkt – de opdracht, de selectie- en gunningscriteria en de procedure zijn beschreven;
interne documenten en/of aan marktpartijen ter beschikking gestelde documenten die de tender aangaan. Zoals onder meer en niet hiertoe beperkt: een document of documentatie met eisen en wensen, inlichtingen of informatie (vragen en antwoorden van potentiële leveranciers) en selectiecriteria;
de inschrijvingen van partijen en verslagen en documentatie over het verloop van de tender. Dus – onder meer en niet hiertoe beperkt – hoe de beoordeling heeft plaatsgevonden en de motivatie voor de uiteindelijke gunning;
de gunningsbeslissing en de correspondentie met [bedrijf 1] en overige marktpartijen rond de gunning;
de overeenkomst tussen [handelsnaam gedaagde] en [bedrijf 1] , in het bijzonder waar het de energieovereenkomst betreft die [eiseres] aangaat
4.7.
De voorzieningenrechter verwerpt het betoog van [handelsnaam gedaagde] dat deze omschrijving zodanig ruim is dat [eiseres] daarmee feitelijk algemene toegang vordert tot de gehele administratie van [handelsnaam gedaagde] . De voorzieningenrechter is van oordeel dat met deze omschrijving voldoende is afgebakend van welke stukken afschrift moet worden verstrekt en van welke stukken niet. Daarnaast heeft [eiseres] voldoende duidelijk gemaakt waarom zij meent dat [handelsnaam gedaagde] over die gegevens zou moeten beschikken. Zij heeft zich immers jegens [eiseres] en de andere horecabedrijven verplicht om de tender te (laten) uitvoeren.
Voldoende belang bij een deel van de gevraagde gegevens, maar niet bij alle
4.8.
[eiseres] heeft ook voldoende concreet gemaakt waarom de gevraagde gegevens voor haar relevant zijn, namelijk omdat die nodig zijn om haar rechtspositie te bepalen in een potentieel of ontstaan geschil over een rechtsbetrekking waarbij zij partij is. [eiseres] heeft op dit punt aangevoerd dat de tarieven die [handelsnaam gedaagde] voor haar heeft uitonderhandeld met [bedrijf 1] , veel te hoog zijn. Zij vermoedt dat dit komt omdat de tender ofwel helemaal niet ofwel niet naar behoren is uitgevoerd. Zij overweegt om [handelsnaam gedaagde] in rechte aan te spreken voor haar schade en wil haar proceskansen goed kunnen inschatten.
4.9.
In een procedure zal het erom gaan of [handelsnaam gedaagde] als opdrachtnemer [handelsnaam gedaagde] bij de uitvoering van haar taak heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mocht worden verwacht. Wat dit concreet betekent, hangt af van de omstandigheden van het geval. De gevraagde gegevens zien op het verwijt dat [handelsnaam gedaagde] de tender niet of niet goed heeft uitgevoerd. Andere verwijten van [eiseres] , zoals het niet (tijdig) doorgeven van de hoge prijs en het niet (tijdig) waarschuwen voor de hoge beëindigingsvergoeding, spelen in dit geschil geen rol. Daarvoor worden geen documenten opgevraagd. Hierbij geldt ook dat [eiseres] geen recht heeft op meer gegevens dan nodig zijn om te kunnen beoordelen of een tender heeft plaatsgevonden en in hoeverre de keuze voor [bedrijf 1] redelijk was.
4.10.
[eiseres] heeft ter onderbouwing van haar stelling dat de vaste jaarprijzen die [handelsnaam gedaagde] heeft uitonderhandeld met [bedrijf 1] veel te hoog zijn, aangevoerd dat die prijzen ongeveer het dubbele zijn van het gemiddelde van de variabele marktprijzen over 2024. [6] [handelsnaam gedaagde] heeft opgemerkt dat die vergelijking mank gaat als de marktprijzen niet worden gecorrigeerd voor drie zaken:
prijzen van [bedrijf 1] zijn inclusief allerlei opslagen, de marktprijzen op de energiemarkt waar [eiseres] zich op beroept, zijn zonder opslagen;
de prijzen van [bedrijf 1] zijn vaste jaarprijzen voor heel 2024, de marktprijzen zijn variabel (Energieleveranciers als [bedrijf 1] moeten de energie die zij leveren, inkopen op de energiemarkt, waar de marktprijzen dagelijks fluctueren. In de vaste jaarprijs van [bedrijf 1] zal dus een vergoeding zitten voor het risico dat de marktprijs hoger is dan de jaarprijs); en
de vaste jaarprijs van [bedrijf 1] is vastgelegd in oktober 2023. Volgens [handelsnaam gedaagde] was toen de verwachting gerechtvaardigd dat de variabele marktprijzen hoog zouden blijven. Volgens haar is het niet juist om deze prijs te vergelijken met vaste prijzen die later zijn afgegeven, toen de prijzen op de energiemarkt lager waren.
Het enkele verschil tussen de prijs die [bedrijf 1] rekende voor 2024 en de prijzen op de energiemarkt in 2024 toont dus nog niet aan dat [handelsnaam gedaagde] iets fout heeft gedaan. Daar komt bij dat [eiseres] de vaste jaarprijzen van [bedrijf 1] aanvankelijk niet te hoog vond. Toen [handelsnaam gedaagde] die op 31 oktober 2023 doorgaf, heeft de contactpersoon van [eiseres] daar niet over geprotesteerd. Op 6 november 2023 heeft hij [bedrijf 3] B.V., laten meedoen met het collectief. Dat is een ander aan [eiseres] gelieerd horecabedrijf. Daar staat tegenover dat [handelsnaam gedaagde] nauwelijks verifieerbare informatie geeft die weerlegt dat de prijs van [bedrijf 1] veel te hoog is. Met die beperkte gegevens kan [eiseres] niet nagaan of [handelsnaam gedaagde] haar verplichtingen als opdrachtnemer goed is nagekomen. Al met al heeft [eiseres] haar belang bij afschrift van meer gegevens over de tender voldoende gemotiveerd.
Gewichtige redenen: bedrijfsvertrouwelijke gegevens en geheimhoudingsverplichtingen
4.11.
Volgens [handelsnaam gedaagde] is er sprake van gewichtige redenen tegen het verstrekken van afschrift als bedoeld in 194 lid 2 Rv, ten eerste omdat de gevraagde gegevens concurrentiegevoelig en bedrijfsvertrouwelijk zijn en ten tweede omdat zij contractuele geheimhoudingsverplichtingen is aangegaan tegenover de energieadviseur en de meebiedende betrokken energiemaatschappijen.
4.12.
[handelsnaam gedaagde] heeft aangevoerd dat zij niet wil dat openbaar bekend wordt wie de energieadviseur is aan wie zij het tenderproces heeft uitbesteed, hoe dat tenderproces eruit ziet en welke parameters daarbij precies worden uitgevraagd. Zij heeft bij de mondelinge behandeling toegelicht dat zij dat zelf bezwaarlijk vindt omdat andere partijen met die gegevens hetzelfde zouden kunnen gaan doen. Zij heeft aangevoerd dat ook de energieadviseur een gerechtvaardigd belang heeft om de details van tenderproces vertrouwelijk te houden en dat ook de energieleveranciers een gerechtvaardigd belang bij hebben dat informatie over hun biedingen (zoals de door hen geboden prijzen en opslagstructuren) niet openbaar wordt. Juist vanwege die belangen hebben de energieadviseur en de energieleveranciers bij [handelsnaam gedaagde] vertrouwelijkheid bedongen. In de relatie met energieadviseur is aan die vertrouwelijkheid ook een dwangsom verbonden. Als bekend wordt dat [handelsnaam gedaagde] die vertrouwelijke gegevens openbaar heeft gemaakt (bijvoorbeeld informatie over de biedingen, geboden prijzen en opslagstructuren), riskeert zij niet alleen contractuele boetes, maar loopt zij ook het risico dat de energieadviseur en de energieleveranciers niet meer met haar willen werken, aldus nog steeds [handelsnaam gedaagde] .
4.13.
Deze gerechtvaardigde belangen zijn niet zodanig dat zij rechtvaardigen dat [eiseres] in het geheel geen inzicht kan krijgen in wat [handelsnaam gedaagde] voor haar heeft gedaan en hoe. Ook daarbij weegt mee dat de uitleg van [handelsnaam gedaagde] en die stukken die zij tot nu toe heeft overgelegd heel beperkt zijn. Het gaat om:
  • twee grotendeels onleesbaar gemaakte pagina’s over de tender, met (zo lijkt het in ieder geval) de voorwaarden waar de biedingen van de energieleveranciers aan moeten voldoen; en
  • een aanvullende overeenkomst tussen [handelsnaam gedaagde] en [bedrijf 1] waarin de opslagen en volumes onleesbaar zijn gemaakt.
Daar kon [handelsnaam gedaagde] daar niet mee volstaan. Ook het feit dat [handelsnaam gedaagde] in haar relatie met energieadviseur een dwangsom zou kunnen verbeuren door het geven van meer gegevens, is geen rechtvaardiging voor [handelsnaam gedaagde] om haar werk zo weinig controleerbaar te maken. Dat is een afspraak die voor rekening en risico van [handelsnaam gedaagde] moet blijven, omdat het haar keuze is om de tender uit te besteden aan energieadviseur en daarbij deze afspraak te maken. [handelsnaam gedaagde] zal dan ook worden veroordeeld om de in de beslissing genoemde gegevens te verstrekken. Daarbij gaat het om onbewerkte stukken.
4.14.
Om aan de belangen van [handelsnaam gedaagde] tegemoet te komen, zal [eiseres] op grond van artikel 28 lid 1 sub c Rv worden verboden mededelingen te doen over de gegevens die [handelsnaam gedaagde] op grond van dit vonnis aan haar heeft verstrekt. [eiseres] mag de gegevens dan ook niet met derden delen of openbaar maken anders dan voor zover dat nodig is in het kader van gerechtelijke procedures tegen [handelsnaam gedaagde] , [bedrijf 1] en de energieadviseur van haarzelf of met haar verbonden vennootschappen (zoals moeder-, zuster of dochtervennootschappen). Hoewel [eiseres] op de zitting heeft aangegeven een dergelijke geheimhoudingsplicht op zich te willen nemen, zal aan overtreding van dit gebod een dwangsom worden verbonden. Dit omdat ook [handelsnaam gedaagde] een dwangsom opgelegd zal krijgen bij de verplichting om gegevens af te geven.
De veroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
4.15.
De veroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het belang van [handelsnaam gedaagde] om de kwestie aan het hof voor te leggen voordat zij daadwerkelijk afschrift moet verstrekken weegt in dit geval minder zwaar dan spoedeisend belang van [eiseres] . [handelsnaam gedaagde] heeft op dit punt de vrees uitgesproken dat [eiseres] vertrouwelijke bedrijfsgegevens verder zal verspreiden. Met die zorg is rekening gehouden met het verbod om dat te doen. Daarbij geldt dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [eiseres] of de groep ondernemingen waartoe [eiseres] behoort, niet alleen voor haarzelf maar ook voor derden zou willen gaan optreden als zelfstandige tussenpersoon bij de inkoop van energie.
[handelsnaam gedaagde] krijgt ongelijk en moet een proceskostenvergoeding betalen
4.16.
[handelsnaam gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [handelsnaam gedaagde] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.118,40
4.17.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt [handelsnaam gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis afschrift te verstrekken van schriftelijke bescheiden waaruit blijkt:
  • wie de energieadviseur is;
  • welke energieleveranciers zijn benaderd voor de tender;
  • wat de reactie van deze energieleveranciers is geweest;
  • wat het aanbod is geweest van de twee energieleveranciers, die een aanbod hebben gedaan;
  • wat de uiteindelijke afspraak is met [bedrijf 1] ,
5.2.
veroordeelt [handelsnaam gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 2.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling onder 5.1 voldoet, tot een maximum van € 75.000,00 is bereikt,
5.3.
verbiedt [eiseres] om de verstrekte gegevens met derden te delen of openbaar te maken anders dan in een gerechtelijke procedures van haar of met haar verbonden vennootschappen tegen [handelsnaam gedaagde] , [bedrijf 1] en/of de energieadviseur,
5.4.
veroordeelt [eiseres] om aan [handelsnaam gedaagde] een dwangsom te betalen van € 25.000,00 voor iedere overtreding van het verbod onder 5.3 tot een maximum van € 75.000,00 is bereikt,
5.5.
veroordeelt [handelsnaam gedaagde] in de proceskosten van € 2.118,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [handelsnaam gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
veroordeelt [handelsnaam gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 29 december 2025.
JO/4972

Voetnoten

1.[handelsnaam gedaagde] heeft [eiseres] toen vertegenwoordigd op grond van een volmacht die in 2021 door [eiseres] aan haar was verstrekt.
2.[bedrijf 1] is in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 11 december 2024, waarin de opzegvergoeding is afgewezen. De kantonrechter onder 4.2 van die uitspraak overwogen dat [bedrijf 1] ter onderbouwing van haar overeenkomst met [bedrijf 2] alleen een door [handelsnaam gedaagde] getekend stuk genaamd “Offerte [handelsnaam gedaagde] ” in het geding had gebracht waarin zo veel gegevens onleesbaar waren gemaakt, dat niet kon worden vastgesteld dat [handelsnaam gedaagde] ook namens [eiseres] een energieovereenkomst had gesloten met [bedrijf 1] .
3.Hierna wordt niet meer steeds “inzage, afschrift en uittreksel” genoemd maar alleen afschrift.
4.Op grond van artikel 194 lid 2 Rv